Effecten van kleine klassen op de leerprestaties van leerlingen zijn eerder zichtbaar in het primair onderwijs dan in het voortgezet onderwijs. Daar is ook vaker onderzoek naar gedaan.
Bij een kleine klas past ander onderwijs
Een verklaring voor het grotendeels ontbreken van samenhang tussen kleine klassen en leerprestaties in het voortgezet onderwijs, is dat leraren er vaak dezelfde onderwijsmethodes gebruiken als in grote klassen. Klassenverkleining zonder de onderwijsdoelen en lespraktijk te veranderen is dan een gemiste kans. Om de voordelen van een kleine klas te benutten moeten leraren niet alleen hun methodieken aanpassen, maar ook hun eigen rol als docent.
Meer individuele instructie mogelijk in kleine klas
Kleine klassen in het primair en voortgezet onderwijs geven leraren meer mogelijkheden voor individuele instructie (een-op-een) en het aansluiten op de leerbehoefte van de leerling. Dit zijn factoren die zorgen voor hogere leerprestaties, zo blijkt uit onderzoek. Ook expliciete instructie, zoals uitleggen, procedures voordoen, controleren, feedback geven en evalueren resulteert in actiever onderwijs en dat levert meer op voor leerlingen. In kleine klassen is dit beter te realiseren.
Verder is scaffolding beter in kleine klassen in te zetten. Bij deze aanpak moeten leerlingen zelfstandig nadenken en krijgen zij stapsgewijze instructie, passend bij hun ontwikkelingsniveau. Belangrijk is wel dat de leraar de tijd neemt om dat niveau per leerling te diagnosticeren, om vervolgens passende ondersteuning te bieden. Scaffolding heeft daarnaast een positieve invloed op samenwerkend leren in kleine groepen in het voortgezet onderwijs.
In kleine klas is meer en betere feedback mogelijk
In een kleinere klas is het voor leraren gemakkelijker om leerlingen informeel te beoordelen terwijl ze aan het werk zijn en hen passende ondersteuning te bieden. Direct, dus op het moment zelf, feedback geven is effectiever dan achteraf. Leraren zien en waarderen dan beter zien hoe ver leerlingen zijn in hun ontwikkeling en kunnen ze daar de ondersteuning op afstemmen.
Rijker en gevarieerd aanbod aan leerervaringen
Leraren die authentieke taken en uitdagende problemen aanbieden met prikkelende materialen zorgen voor hogere leerprestaties, blijkt uit onderzoek. Leraren wisselen bijvoorbeeld activiteiten en methoden af, inclusief herhaling en oefening, expliciete uitleg en voordoen. Ze structureren hun lessen met zorgvuldig geplande activiteiten, duidelijke doelen, een logische structuur en een stapsgewijze voortgang. Het onderwijs in een kleine klas biedt meer mogelijkheden om dit rijke en gevarieerde onderwijs aan te bieden.
Groepswerk en samenwerkend leren
Samenwerkend leren, in groepjes van drie tot vier leerlingen, blijkt een van de meest effectieve interventies in het onderwijs. De interactie tussen leerlingen, zoals gedachten onder woorden brengen, elkaar feedback geven en argumenteren hebben een positief effect op leerprestaties. In kleinere klassen is daar meer ruimte voor. Leraren moeten wel de juiste voorwaarden scheppen en de interactie tussen leerlingen stimuleren en bewaken. Een actieve rol van de leraar, die vragen stelt, leerlingen inspireert en uitdaagt om nieuwe argumenten en verklaringen te vinden, is ook een succesfactor.
Gunstig voor passend onderwijs
Tot slot kan in een kleine klas passend en inclusief onderwijs beter worden gerealiseerd. Hoe kleiner de (heterogene) klas, hoe meer interactie er kan plaatsvinden tussen leraar en leerling, en hoe groter de kans dat leerlingen met specifieke behoeften de juiste ondersteuning krijgen. Leraren in grote klassen ondervinden vaak problemen om adequaat te differentiëren. In een kleine klas is dat gemakkelijker. Daarnaast blijkt dat leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften beter betrokken worden in kleine klassen en ze minder negatieve corrigerende opmerkingen krijgen.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Antien Haagsman (antwoordspecialist) en Karin Hoogeveen (kennismakelaar Kennisrotonde).