Geactualiseerd: oktober 2024
Steunlessen zijn een vorm van re-teaching: het herhalen van essentiële elementen uit het klassikale aanbod aan leerlingen die dit nodig hebben. Verondersteld wordt dat re-teaching werkt als aan drie voorwaarden wordt voldaan. 1) gebruik van andere instructiemethoden dan tijdens de initiële les. 2) het maakt onderdeel uit van het reguliere onderwijsaanbod en 3) Dat leerlingen de mogelijkheid krijgen om te laten zien dat ze na re-teaching dezelfde stof beheersen als hun klasgenoten.
Mbo-studenten met autismespectrumstoornissen (ASS) hebben vanaf het eerste contact met de opleiding intensieve ondersteuning en begeleiding nodig. Opleidingen kunnen het studieverloop van deze studenten bevorderen door het creëren van een inclusiever cultuur en leerklimaat. Daarvoor is onder meer professionalisering van docenten en praktijkbegeleiders belangrijk. Bedrijven die stageplaatsen aanbieden moeten er rekening mee houden dat deze studenten mogelijk trager informatie verwerken en taken uitvoeren.
De taalontwikkeling in de vroege kindertijd heeft invloed op de taalvaardigheid op de basisschoolleeftijd. Daarom is signalering van taalproblemen op jonge leeftijd belangrijk. Ouders kunnen dan bijvoorbeeld geholpen worden een taalrijke thuisomgeving te creëren. Op tijd spraak- en taalproblemen aanpakken verbetert de communicatievaardigheden van kinderen. Taalinterventies op jonge leeftijd kunnen daadwerkelijk voor betere taalvaardigheid, zoals lezen, zorgen. Effecten op de schrijfvaardigheid zijn niet bekend.
Oudertevredenheid hangt positief samen met leerprestaties van leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs. De relatie tussen leraartevredenheid en leerprestaties blijkt minder eenduidig. In beide gevallen geldt dat het onderzoek niets zegt over eventuele oorzaak-gevolgrelaties.
Het herverdelen van zitplaatsen in de klas heeft invloed op de relaties tussen leerlingen. Zo gaan leerlingen die dichterbij elkaar geplaatst worden elkaar steeds aardiger vinden. En dat heeft een positief effect op het sociale klimaat. Om relaties binnen een klas te verbeteren, kan de leerkracht dus leerlingen een andere plaats in de klas geven. Over effecten van het herverdelen van complete groepen in het primair onderwijs is weinig bekend, hier is meer onderzoek naar nodig.
Begeleide onderwijstijd kan ervoor zorgen dat mbo-studenten betere leeropbrengsten behalen. Over de relatie tussen het aantal uren begeleide onderwijstijd en de leeropbrengsten is nauwelijks iets bekend. In het basis- en voortgezet onderwijs is daar wel onderzoek naar gedaan. Resultaat: meer instructietijd levert betere leerprestaties op. Voor de niet-beroepsgerichte vakken in het mbo kan dat mogelijk ook opgaan, maar is niet onderzocht.
Het is aannemelijk dat de betrouwbaarheid en validiteit van portfolio’s sterk afhankelijk zijn van de manier waarop opleidingen ze samenstellen en beoordelen. Opleidingen kunnen de betrouwbaarheid en validiteit versterken. Bijvoorbeeld door te werken met portfolio’s die een mix aan opdrachten en taken bevatten en door meerdere getrainde professionals de portfolio’s op eenduidige criteria te laten beoordelen. Dit blijkt uit onderzoek in het hoger onderwijs. In het mbo is weinig onderzoek naar portfoliomethodiek gedaan.
Leerlingen waarderen flexibele leerplekken positiever dan een traditioneel klaslokaal met rijen tafels en stoelen. Een leeromgeving met flexibel meubilair en diverse inrichtingsmogelijkheden biedt leerlingen meer bewegingsvrijheid en ruimte om te kiezen. Of door flexibele leerplekken de leerprestaties toenemen, is niet onderzocht. Positieve effecten van flexibele leerplekken zijn mede afhankelijk van de wijze waarop scholen deze inzetten en van de vaardigheid van leerkrachten om deze toe te passen in hun onderwijs.
Vakoverstijgend onderwijs en vakkenintegratie dragen niet of nauwelijks bij aan leerprestaties in het voortgezet onderwijs. Daarom is ook niets te zeggen over de manier waarop vakoverstijgend onderwijs of vakkenintegratie meer of minder effectief zou zijn voor leerprestaties.
Thuis boeken en verhalen lezen heeft een positieve relatie met prestaties op begrijpend leestaken op school. Voor het lezen van tijdschriften is dat veelal niet of beperkt het geval. Een combinatie van leesmaterialen thuis – zoals tijdschriften en boeken – lijkt wel van meerwaarde voor het leesbegrip. Het is aannemelijk dat dit ook op school geldt. Aangezien keuzevrijheid in leesmateriaal de motivatie bevordert, zou het aanbieden van tijdschriften in de klas naast ander aanbod de leesmotivatie van leerlingen kunnen verhogen.