Welke relatie is er tussen de omvang van de begeleide onderwijstijd en de leeropbrengsten van mbo-studenten?

Begeleide onderwijstijd kan ervoor zorgen dat mbo-studenten betere leeropbrengsten behalen. Over de relatie tussen het aantal uren begeleide onderwijstijd en de leeropbrengsten is nauwelijks iets bekend. In het basis- en voortgezet onderwijs is daar wel onderzoek naar gedaan. Resultaat: meer instructietijd levert betere leerprestaties op. Voor de niet-beroepsgerichte vakken in het mbo kan dat mogelijk ook opgaan, maar is niet onderzocht.

Gepubliceerd:

Begeleid onderwijs

Diverse onderzoeken laten zien dat begeleiding op zich van belang is, net als een krachtige loopbaangerichte leeromgeving die vraaggericht en praktijkgericht is. Een dergelijke leeromgeving zorgt ervoor dat studenten de kans krijgen om zowel in de praktijk als op school gesprekken met de begeleiders over hun loopbaan te voeren.

De MBO Raad stelt dat de begeleide onderwijstijd onderwijsactiviteiten betreffen die ‘worden gegeven onder verantwoordelijkheid en met actieve betrokkenheid van bevoegd onderwijspersoneel’. In de wet is hier een urennorm  aan gekoppeld die per opleidingsniveau varieert. Sommige in het mbo werkzame professionals vinden de ‘1000 urennorm’ echter een overbodige maatregel. Deze norm doet volgens hen niet altijd recht aan de specifieke werksituatie en lijkt te ver af te staan van de dagelijkse gang van zaken op de werkvloer.

Begeleide instructie effectiever dan minimale begeleiding tijdens instructie

Begeleide onderwijstijd tijdens de mbo-opleiding kan leiden tot verhoging van leeropbrengsten. Daarbij is begeleide instructie effectiever dan minimale begeleiding tijdens instructie. Een groot aantal leeromgevingen in het mbo worden gezien als praktijknabije of hybride leeromgevingen. Juist begeleide instructievormen zorgen er dan voor dat studenten de leermogelijkheden op de werkplek kunnen gebruiken. Voorbeelden van begeleide instructievormen zijn modelling (voordoen), begeleiden, scaffolding (afnemend ondersteunen), coaching en monitoring. Minimale begeleiding kan trouwens ook tot negatieve resultaten leiden, zoals incomplete of ongeorganiseerde kennis en misvattingen.

Communicatieve vaardigheden essentieel voor mbo-studenten

Vooral communicatieve vaardigheden zijn essentieel voor mbo-studenten om te functioneren in de beroepspraktijk, als ze stage lopen of leren op de werkplek. Om deze vaardigheden te bevorderen kunnen docenten en opleiders drie interventies inzetten, te weten: evalueren en herinterpreteren van sociale situaties, peersupport en instructie in combinatie met reflectie. Ook bij deze interventies speelt de begeleiding een belangrijke rol.

Voor zelfsturing in het beroepsonderwijs is differentiatie in begeleiding noodzakelijk. Mbo-studenten met een hoger niveau lijken minder moeite met zelfsturing te hebben. Dit kan betekenen dat de minder vaardige studenten meer begeleiding van de docent nodig hebben.

De waarde van een loopbaangerichte leeromgeving

Naast begeleiding is een loopbaangerichte leeromgeving in het mbo van belang. Een krachtige leeromgeving is zowel vraag- als praktijkgericht. Studenten krijgen bijvoorbeeld medezeggenschap over hun  leerproces en kansen om veel en verschillende stages te lopen in het bedrijfsleven. Verder biedt een succesvolle leeromgeving studenten de ruimte om gesprekken met hun begeleiders – zowel in de praktijk als op school – over hun loopbaan te voeren.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Maurice de Greef (kennismakelaar Kennisrotonde).


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

Gerelateerde vragen

    Voor mbo-studenten is communicatie essentieel om te kunnen functioneren in de beroepspraktijk. Daarvoor is het belangrijk dat studenten veel kunnen oefenen, liefst met authentieke taken met betekenisvolle teksten. Daarnaast is het belangrijk om interactie en samenwerking te stimuleren en het leerproces te evalueren. Hiervoor kan de docent interventies inzetten als gezamenlijk herinterpreteren van sociale situaties, peer support en instructie in combinatie met reflectie.

    Lees meer

    Kortere lesuren, en daarmee een vermindering van de totale instructietijd, zullen leiden tot een daling in leerprestaties voor leerlingen in havo/vwo. Het staat dus buiten kijf dat dan compenserende maatregelen nodig zijn. Er is onvoldoende informatie over welke interventies daarvoor afdoende zijn. Wel is duidelijk dat docenten de vrijgekomen tijd zouden moeten besteden aan het verbeteren van hun competenties om leerprestaties te bevorderen.

    Lees meer