Middelbare beroepsopleidingen (mbo’s) vinden de bestaande wijze van examineren niet altijd aansluiten bij hun onderwijsconcept. Zo zien opleidingen met een grote praktijkcomponent het examineren als dubbelop of ze denken dat het maatwerk in de weg zit. Daarom kijken ze naar andere manieren van toetsen, zoals portfolio’s.
Als toetsinstrument kent het portfolio twee doelen: formatief – om het leerproces van studenten in kaart te brengen en te stimuleren – en summatief. Dan gebruiken opleidingen portfolio’s om te beoordelen of studenten leerdoelen hebben behaald. Dergelijke portfolio’s bestaan vaak uit meerdere bewijstukken waarmee studenten aantonen dat zij de competenties van een opleiding beheersen.
Portfolio’s voor summatieve toetsing moeten betrouwbaar en valide zijn
Summatieve toetsing moet aan verschillende kwaliteitscriteria voldoen om geschikt te zijn voor examinering. Twee belangrijke criteria zijn betrouwbaarheid en validiteit. Een toets is betrouwbaar als de beoordelingen accuraat zijn of als herhaalde metingen dezelfde beoordelingen opleveren. Ook als verschillende beoordelaars tot eenzelfde oordeel komen is de toets betrouwbaar te noemen.
Validiteit heeft te maken met de betekenis, de bruikbaarheid en de juistheid van de conclusies die opleidingen uit scores trekken. In hoeverre meet een toetsinstrument wat bedoeld is om te meten? Bijvoorbeeld of het instrument daadwerkelijk de leerdoelen toetst en of elk doel er voldoende in gerepresenteerd is.
Portfolio’s zijn niet altijd betrouwbaar en valide
Onderzoek naar portfolio’s en hun beoordelingen levert geen eenduidig inzicht op in de mate waarin ze betrouwbaar en valide zijn. Soms zijn de portfolio’s wel betrouwbaar of valide, in andere gevallen weer niet. Het is aannemelijk dat de betrouwbaarheid en validiteit van portfolio’s afhankelijk is van de manier waarop opleidingen ze samenstellen en beoordelen.
Versterking van betrouwbaarheid en validiteit
Opleidingen kunnen de betrouwbaarheid en validiteit van summatieve portfolio’s wel versterken, bijvoorbeeld door de inhoud daarvan evenwichtig samen te stellen. Door een mix aan opdrachten en toetsen kunnen opleidingen de competenties van studenten beter vaststellen; zeker als studenten meerdere keren authentieke taken in meerdere contexten uitvoeren. Studenten moeten duidelijke informatie krijgen over alle toetsen, beoordelingscriteria, normering en uitslagen, zodat zij weten wat er van hen verwacht wordt.
Wanneer twee of meer getrainde professionals onafhankelijk van elkaar de portfolio’s beoordelen aan de hand van eenduidige criteria kan dat ook de betrouwbaarheid vergroten. De rol van beoordelaar is nadrukkelijk anders dan die van de mentor of docent. Die ondersteunt de student in het maken van het portfolio en geeft hem of haar rijke en narratieve feedback.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Maartje Kouwenberg en Christa Teurlings (kennismakelaars Kennisrotonde).