Differentiatie van de instructie op basis van vaardigheidsniveau leidt doorgaans tot betere taal- en leesvaardigheid dan instructie in een groep met uiteenlopende niveaus. Vooral gemiddelde en laagpresterende kleuters profiteren hiervan. Voorwaarde voor goede leeropbrengsten is wel een goed klassenmanagement. Over het effect van instructiegroepering op rekenvaardigheid in de kleutergroepen is weinig bekend.
De Cito-LVS woordenschattoetsen zijn beperkt bruikbaar om de ontwikkeling van taalzwakke leerlingen te volgen. Ze zijn namelijk genormeerd op basis van een ‘gemiddelde’ groep leerlingen. Vaardigheidsscores zijn wel bruikbaar, als taalzwakke leerlingen toetsen van een lagere groep maken. Om de opbrengst van het woordenschatonderwijs te meten, is een methodegebonden toets meer geschikt.
Geactualiseerd: juli 2024
Voor hoogbegaafde leerlingen is verrijking van lesstof effectief. Of dat ook opgaat voor goede spellers is niet onderzocht. Wel is bekend dat het vergroten van de taalkundige kennis met aandacht voor spellingprincipes bij brugklassers effectief is. Deze aanpak maakt nu geen deel uit van het taalonderwijs op de basisschool. Het zou geschikt verdiepend aanbod kunnen zijn voor goede spellers in de bovenbouw van de basisschool. Overigens zouden ook mindere spellers baat kunnen hebben bij dit aanbod.
Bij het begrijpend leesonderwijs aan zwakbegaafde leerlingen moeten leerkrachten zorgen voor een breed aanbod en voldoende leestijd. Ze geven systematische en expliciete instructie. De leerlingen krijgen veel gelegenheid om (begrijpend) lezen te oefenen. Effectieve instructieprincipes zijn feedback geven, positief bevestigen en belonen, en cumulatief toetsen. Ook ondersteuningskaarten kunnen deze leerlingen helpen bij het begrijpend lezen.
Geactualiseerd: 4 januari 2024
Bij de keuze voor een school voor voortgezet onderwijs letten ouders en leerlingen op meerdere aspecten. Belangrijk zijn de sfeer op school, de kwaliteit van het onderwijs en de ondersteuning die de school biedt. Verder zijn de afstand tot en bereikbaarheid van de school van belang en een eventuele specifieke pedagogische aanpak of onderwijsconcept. Websites van scholen en open dagen zijn voor ouders en leerlingen belangrijke informatiebronnen.
Zittenblijven draagt niet bij aan studiesucces in het voortgezet en hoger onderwijs. Het is aannemelijk dat zittenblijven ook in het middelbaar beroepsonderwijs nauwelijks bijdraagt aan het succesvol afronden van de opleiding. Net als in het hoger onderwijs kan een jaar overdoen juist leiden tot meer vroege studie-uitval.
Geactualiseerd: 12 maart 2024
Kinderen laten na training in cognitieve flexibiliteittaken in het algemeen verbeteringen op die taken zien. Bij kinderen met een Autisme Spectrum Stoornis (ASS) is dat minder duidelijk. Evenmin is duidelijk of kinderen door deze trainingen in de klas of in het dagelijkse leven minder problemen met cognitieve flexibiliteit tonen. Een meer samenhangend cognitief gedragsprogramma (Unstuck and On Target) laat bij kinderen met ASS enige bemoedigende resultaten zien.
Geactualiseerd: 10 januari 2024
Aandacht voor de interesse van de student en sociale interactie zijn belangrijk om het lezen te bevorderen. Daarnaast zijn routine en rust bevorderlijk, evenals het actief betrekken van studenten bij de invulling van het lezen. Verder is het wenselijk dat er voldoende faciliteiten zijn, zoals begeleiding en toegankelijk leesaanbod. Ook een positieve leescultuur ondersteunt het lezen.
Als een kennistoets voor een deel bestaat uit eerder gebruikte vragen die bij studenten bekend zijn, leidt dit niet automatisch tot een daling van de betrouwbaarheid en validiteit van de toets. Multiplechoicevragen hergebruiken uit een itembank heeft weinig tot geen effect op het slagingspercentage en de moeilijkheidsgraad. Dat blijkt uit het weinig beschikbare onderzoek. Over het hergebruik van open vragen is geen onderzoek bekend.
Geactualiseerd: 10 januari 2024
Zowel een functionele als een grammaticale onderwijsbenadering kan in het volwassenenonderwijs bijdragen aan het leren van een tweede taal. Aansluiting bij de behoeften van deelnemers en een leeromgeving waarin hun eigen context centraal staat, leveren goede leerresultaten op. Het gaat dan om de functionele benadering met onder meer voldoende oefenmomenten en authentieke leeractiviteiten. Expliciete instructie van grammatica werkt eveneens. Daarbij gebruiken docenten sleutelwoorden of klanken, bieden zij categorische woordenlijsten aan of zetten de methode van uitgebreid lezen in (de grammaticale benadering).