Geactualiseerd: 28 maart 2023
Het aanbieden van reken- en wiskundeonderwijs in betekenisvolle contexten bevordert de sociale redzaamheid van zeer moeilijk lerende leerlingen uit het voorgezet speciaal onderwijs. Dit geldt ook voor basale rekenvaardigheden. De kans op transfer is groter wanneer leerlingen kennis, vaardigheden en inzichten leren in de setting waarin ze de vaardigheden moeten gebruiken. Systematische instructie is het effectiefst om deze leerlingen rekenkennis en -vaardigheden aan te leren. Het gebruik van ict kan alledaagse contexten simuleren.
Co-teaching (samen lessen voorbereiden, geven en evalueren) biedt kansen voor professionele ontwikkeling van leraren. Het vereist wel investeringen in tijd, visieontwikkeling, reflectievaardigheden, training en écht partnerschap. Effectief leren van elkaar tijdens de les kan onder die condities onder meer door modelleren en coachen met een oortje.
Aandacht voor tekstsoorten en tekststructuren heeft een positief effect op het begrijpen van verschillende teksten door leerlingen in het basisonderwijs. Echter, dit effect treedt pas op bij voldoende tijdsinvestering en als leerkrachten ten minste twee verschillende tekststructuren aanbieden. Bij instructie in verschillende tekststructuren ligt de focus vooral op de organisatie van ideeën in de tekst, het leggen van verbanden tussen die ideeën en het gebruik van signaalwoorden.
Het lijkt bevorderlijk als docenten in het vmbo en het mbo theorie en praktijk in authentieke opdrachten met elkaar verbinden. Een brede blik op het beroep kan helpen om dit te realiseren. Authentiek leren vraagt van docenten ook ontwerpvaardigheden. Docenten kunnen verschillende vormen gebruiken om leerlingen en studenten te begeleiden. Bij elk van deze vaardigheden en activiteiten is het belangrijk om dit te doen in samenwerking met de opdrachtpartners.
Leerlingen in het voortgezet onderwijs kunnen zich even veilig ontwikkelen in een kleine klas als in een grote klas. Blijkbaar is de grootte van de klas geen bepalende factor voor leerlingen als het gaat om mentale gezondheid en welzijn. Dat beeld komt naar voren uit een beperkt aantal wetenschappelijke publicaties.
Vwo-leerlingen kunnen onderzoekende competenties ontwikkelen door onderzoeksopdrachten uit te voeren die een geleidelijke opbouw hebben. Een onderzoeksleerlijn die de samenhang tussen verschillende vakken creëert, geeft docenten en leerlingen houvast. Belangrijk is wel dat alle betrokken docenten er eenduidige instructies over geven en expliciet de fasen van een onderzoek bespreken. Leerlingen ontwikkelen hun onderzoekende houding beter als zij kunnen werken aan een vraagstuk dat hen interesseert en waarbij zij al doende nieuwe kennis opdoen. Belangrijk is dat de docent hun structuur, passende opdrachten en begeleiding biedt.
De ontwikkeling van jonge kinderen wordt bepaald door persoonlijke factoren en omgevingsfactoren. Hoewel bekend is welke factoren van invloed zijn, is voorspellen over leerprestaties voor individuele leerlingen niet eenvoudig. Voor het vaststellen van de taal- en rekenontwikkeling zijn er toetsen, maar het gebruik hiervan is vanaf medio 2022 niet meer toegestaan. Observatie-instrumenten als alternatief zijn nog niet beoordeeld op betrouwbaarheid. Beschikbare indicatoren van omgevingsfactoren zijn alleen bruikbaar voor het voorspellen van het gemiddelde niveau, niet van het individuele niveau.
Het bevorderen en ondersteunen van een ‘samen lerende en onderzoekende schoolcultuur’ en het (her)ontwerpen van het onderwijs kunnen waarschijnlijk indirect het eigenaarschap van leerlingen versterken. Andere mogelijkheden zijn interventies voor praktijknabije professionalisering van leraren en lerarenteams. Bovendien zijn interventies voor het in netwerken (her)ontwerpen en onderzoeken van het onderwijs een optie. Er is echter geen direct onderzoek bekend over welke schoolleidersinterventies het eigenaarschap van leerlingen versterken.
Taalactiviteiten die de taalontwikkeling van kleuters in het algemeen stimuleren, zijn interactief voorlezen, mindmapping en dialogische gesprekken voeren. Leerkrachten kunnen veel van deze activiteiten voor kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong richten op hogere cognitieve vaardigheden. Daardoor worden deze kleuters uitgedaagd en verwerven ze nieuwe inzichten.
Succesfactoren bij het aangaan en onderhouden van een relatie met de omgeving zijn een gedeelde visie, leiderschap en coördinatie, draagvlak, communicatie, vertrouwen, kwaliteit en aandacht voor randvoorwaarden. Aanvullingen op of afwijkingen van deze factoren zijn afhankelijk van het doel waarmee de school voor voortgezet onderwijs de samenwerking aangaat. Naar samenwerking specifiek gericht op de vormgeving van burgerschap is in Nederland geen onderzoek verricht.