Het reken-wiskundeonderwijs aan zeer moeilijk lerende (zml) leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs staat vooral in het teken van sociale redzaamheid. Ze leren om hoeveelheidsbegrippen te herkennen en te gebruiken, rekenhandelingen uit te voeren en om te gaan met tijd, geld en betaalmiddelen, en meten en wegen.
Leerlingen leren vaardigheden beter in context
Uit onderzoek is niet duidelijk of en zo ja, welke formele kennis- en vaardigheden zml-leerlingen moeten leren om rekenen en wiskunde te kunnen gebruiken in hun dagelijks leven. Aannemelijk is dat basale vaardigheden als tellen en optellen/aftrekken in veel situaties nodig zijn. Leerlingen kunnen dergelijke vaardigheden het best leren in contexten gerelateerd aan hun dagelijks leven Kale sommen maken is minder zinvol.
Betekenisvolle contexten bevorderen transfer van kennis en vaardigheden
Zml-leerlingen hebben vaak moeite om situaties te herkennen waarin ze hun rekenkennis en -vaardigheden moeten gebruiken. Het is daarom van belang om in het onderwijs verschillende betekenisvolle contexten te gebruiken bij het leren en toepassen van rekenkennis. Dit helpt zml-leerlingen om rekenkennis, -vaardigheden en - inzichten te integreren, ook in nieuwe situaties. Zelf betalen in een winkel of winkeltje spelen bijvoorbeeld kan helpen deze contexten herkenbaar te maken.
Systematische instructie helpt het aanleren van kennis en vaardigheden
Systematische instructie is een effectieve manier om zml-leerlingen rekenkennis en -vaardigheden aan te leren. De leraar splitst de te leren vaardigheid of het te leren concept in verschillende componenten, en neemt de leerling mee in het leerproces. In aanvulling daarop kan de leraar feedback geven en hints of extra stimuli (prompting). Twee manieren van prompting zijn het effectiefst: het systeem van de minste prompts, en de constante tijdsduurvertraging.
Bij het systeem van de minste prompts maakt de leraar een serie prompts, die hij in hiërarchische volgorde presenteert als de leerling niet correct of niet binnen een bepaalde tijd reageert. Zo kan de leraar een verbale hint geven, daarna een gebaar maken en vervolgens iets concreet aanwijzen met mondelinge toelichting. Eventueel doet de leraar het voor, geeft er uitleg bij en biedt ten slotte fysieke hulp.
Bij de strategie van constante tijdsduurvertraging biedt de leraar de prompt tegelijkertijd aan met de opdracht. De leraar doet de correcte respons voor en stimuleert de leerlingen dit na te doen. Vervolgens herhaalt de leraar de instructie, maar introduceert de prompt steeds later. Het lijkt van belang om leerlingen verschillende kansen te bieden de nieuwe respons uit te proberen.
Gebruik van ict om natuurlijke contexten te simuleren
Met behulp van ict kan de leraar een voor de leerlingen realistische en herkenbare omgeving nabootsen, waardoor transfer van het geleerde in het klaslokaal naar de alledaagse werkelijkheid wordt bevorderd. In een gesimuleerde leeromgeving laat de leraar de leerlingen kennismaken met situaties waar de geleerde vaardigheden nodig zijn, bijvoorbeeld een winkel. Vervolgens kunnen de leerlingen deze vaardigheden toepassen, zoals boodschappen afrekenen.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Eveline Schoevers en Anne-Luc van der Vegt (kennismakelaars Kennisrotonde). Hiervoor is Hans van Luit (emeritus hoogleraar didactiek rekenen-wiskunde) geraadpleegd