Welke ontwikkelingsaspecten van leerlingen in groep 1 en 2 voorspellen leerprestaties vanaf groep 3?

De ontwikkeling van jonge kinderen wordt bepaald door persoonlijke factoren en omgevingsfactoren. Hoewel bekend is welke factoren van invloed zijn, is voorspellen over leerprestaties voor individuele leerlingen niet eenvoudig. Voor het vaststellen van de taal- en rekenontwikkeling zijn er toetsen, maar het gebruik hiervan is vanaf medio 2022 niet meer toegestaan. Observatie-instrumenten als alternatief zijn nog niet beoordeeld op betrouwbaarheid. Beschikbare indicatoren van omgevingsfactoren zijn alleen bruikbaar voor het voorspellen van het gemiddelde niveau, niet van het individuele niveau.

Gepubliceerd:

In de leeftijdsfase van 3 tot 6 jaar ontwikkelen de hersenen zich snel. In deze zogenoemde sensitieve periode zijn peuters en kleuters zeer ontvankelijk voor leren. De ontwikkeling die kinderen dan doormaken is afhankelijk van aangeboren factoren, zoals intelligentie, en van omgevingsfactoren, bijvoorbeeld interactie tussen kinderen en hun ouders. Doordat deze factoren per kind sterk verschillen, ontstaan er verschillen in de ontwikkeling van kinderen die al bij aanvang in het basisonderwijs zichtbaar zijn.

Voorspelling van schoolprestaties: kindgebonden factoren

De hersenontwikkeling in de sensitieve periode werkt lange tijd door op de schoolprestaties. De belangrijkste kenmerken en vaardigheden van jonge kinderen die voorspellen hoe zij het op latere leeftijd op school doen, zijn intelligentie, executieve functies, ontluikende taalvaardigheid en ontluikende rekenvaardigheid. Deze kenmerken en vaardigheden ontwikkelen zich in wisselwerking tussen erfelijke aanleg en stimulering door de omgeving.

Om de cognitieve ontwikkeling van kinderen te kunnen voorspellen, zijn betrouwbare instrumenten nodig. Voor het meten van intelligentie zijn er IQ-testen, maar de school neemt die alleen af als er aanleiding voor is, bijvoorbeeld extra ondersteuningsbehoeften bij de leerling. Tests voor executieve functies gebruikt het basisonderwijs evenmin regulier.

De ontluikende taal- en rekenvaardigheid in de groepen 1 en 2 toetsen basisscholen wel op grote schaal, vooral met de toetsen Taal voor Kleuters en Rekenen voor Kleuters. De validiteit van deze toetsen staat echter sterk ter discussie. Bovendien hebben de toetsen geen voorspellende waarde voor prestaties op latere leeftijd. Vanaf augustus 2022 mogen basisscholen deze toetsen dan ook niet meer gebruiken.

Basisscholen behouden vanaf augustus 2022 de mogelijkheid om kleuters te volgen aan de hand van observaties. De beoordeling van de betrouwbaarheid van observatie-instrumenten voor rekenen, taal en executieve functies moet nog plaatsvinden.

Voorspelling van schoolprestaties: omgevingsfactoren

Kinderen van hoogopgeleide ouders groeien veelal op in een thuisomgeving waarin hun cognitieve ontwikkeling wordt gestimuleerd. Daardoor hebben ze een goede uitgangspositie in het onderwijs. Kinderen van ouders met een lager opleidingsniveau krijgen van huis uit minder stimulansen en lopen daardoor risico op een onderwijsachterstand. Die achterstand lopen zij gedurende de schooltijd vaak niet meer in.

Omgevingskenmerken die de ontwikkeling van kinderen het beste voorspellen, zijn opleidingsniveau van moeder en vader, land van herkomst van de ouders, verblijfsduur van moeder in Nederland, en of ouders in de schuldsanering zitten. Het gaat hier om een gemiddelde te voorspellen achterstand, die niet bruikbaar is om voorspellingen te doen over de ontwikkeling van individuele leerlingen.

Overgang van groep 2 naar groep 3

Scores uit observatie-instrumenten bieden in de toekomst wellicht zicht op de ontwikkeling van kleuters. Echter, op basis van de scores valt niet te concluderen dat sommige kleuters klaar zijn voor groep 3 en anderen nog niet. Leerlingen die namelijk een extra jaar doorbrengen in de kleuterbouw, behalen weliswaar op de korte termijn betere resultaten op taal- en rekentoetsen, maar dit effect verdwijnt op langere termijn.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Leonie Middelbeek (antwoordspecialist) en Anne Luc van der Vegt (kennismakelaar Kennisrotonde).


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

Gerelateerde vragen

    Geactualiseerd: 2 augustus 2019

    Leerlingen die een verlengde kleuterbouw doorlopen, behalen in groep 4 hogere scores op reken- en taaltoetsen dan leerlingen die (versneld) doorstromen naar groep 3. Op de korte termijn heeft versneld doorstromen naar groep 3 dus gemiddeld genomen een negatief effect. Echter, later in de schoolloopbaan (in groep 6 en 8) verdwijnt dit verschil. Deze resultaten sluiten aan bij meer algemeen onderzoek naar zittenblijven, waaruit blijkt dat positieve effecten zich alleen op korte termijn voordoen en niet op de langere termijn.

    Lees meer