De Inspectie van het Onderwijs spreekt over sociale, psychische en fysieke veiligheid. Voor de sociale en psychische veiligheid moet een school werken aan een positief pedagogisch klimaat en anti-pestbeleid voeren. Onder fysieke veiligheid vallen onder meer de inrichting van het schoolplein, brandveiligheid en gehoorveiligheid op schoolfeesten.
Veiligheidsbeleving
Er valt onderscheid te maken tussen objectieve en subjectieve veiligheid. Een leerling kan zich onveilig voelen (subjectief) in een feitelijk veilige situatie of omgeving (objectief). En andersom. Wanneer leerlingen zich veilig voelen, zijn ze ontspannen, hebben ze zelfvertrouwen en gaan ze meer interacties aan. Ze hebben plezier, lachen, schieten goed op met anderen en proberen nieuwe dingen uit. Over die veiligheidsbeleving – het subjectieve gevoel van veiligheid – van leerlingen in de onderbouw het voortgezet onderwijs gaat het hier.
De meeste hieronder beschreven resultaten over mogelijke verbanden betreffen de lagere klassen van de basisschool. Soms zijn die veronderstelde verbanden aangetoond, soms niet. Het weinige onderzoek in het voortgezet onderwijs laat geen effect zien van de grootte van de klas op de mentale gezondheid en het welzijn van leerlingen.
Managen van leerlinggedrag
Er zijn verschillende manieren waarop de grootte van de klas invloed kan hebben op de mentale gezondheid en het welzijn van leerlingen. Een voordehand liggend idee is dat het een negatief effect heeft als een leerling de les verstoort. Dit zorgt namelijk voor overlast en een negatief leerklimaat. Hoe meer leerlingen in de klas, hoe groter de kans dat de klassikale les vaker of langer wordt verstoord.
In een kleine klas is het voor leraren eenvoudiger om leerlinggedrag te managen. Het gaat dan om het bevestigen of aanleren van gedragingen en vaardigheden die het leerlingen makkelijker maakt te voldoen aan de eisen die de school stelt. Kleinere klassen kunnen zo het leerklimaat verbeteren en leerlingen helpen om betere schoolresultaten te behalen.
Betrokkenheid van leerlingen
In een kleinere klas ervaren leerlingen meer druk om mee te doen met de les. De kans dat de leraar een leerling de beurt geeft of betrekt bij een lesactiviteit is groter. In een kleine klas kunnen leerlingen zich niet ‘verstoppen’, waardoor ze meer betrokkenheid vertonen bij de les. Die hogere betrokkenheid kan een positief effect hebben op de leerresultaten, en daarmee op het geloof in eigen kunnen.
Maar, de grote zichtbaarheid van een leerling in een kleine klas kan ook een nadeel zijn. In een grotere groep ervaren leerlingen minder angst dat de klas hun bijdrage opmerkt. Ze kunnen hun zichtbaarheid verkleinen door een plaats in de klas te kiezen waar zij minder opvallen. Mogelijk dat de lagere druk om te presteren dan een positieve uitwerking heeft op de mentale gezondheid van leerlingen.
Vriendschappen zijn heel belangrijk voor de mentale gezondheid en welzijn van leerlingen. Een kleinere klas maakt het lastiger om een potentiële vriend te ontmoeten. Daarnaast vindt in een kleinere klas minder interactie plaats met klasgenoten en meer met de leraar. Het missen van deze sociale ondersteuning en gevoel van verbondenheid met leeftijdsgenoten kan zijn weerslag hebben op de mentale gezondheid en welzijn van leerlingen.
Meer weten?
Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Sanne Spiero (antwoordspecialist) en Sandra Beekhoven (kennismakelaar Kennisrotonde).