Een goede groepsopdracht is open en nodigt uit tot een onderzoekende houding. Het is van belang dat leerlingen elkaar nodig hebben om de opdracht tot een succesvol einde te brengen. Dat kan door een gemeenschappelijk doel te creëren of door taken te verdelen. Op die manier kan een groepsopdracht zorgen voor kennisontwikkeling en ontwikkeling van sociale vaardigheden. Leraren moeten de taakgerichte interactie tussen leerlingen wel stimuleren en ervoor zorgen dat alle groepsleden zich in gelijke mate inspannen. Dat kunnen leraren doen door te letten op de groepsgrootte en passende begeleidingsstrategieën in te zetten.
Geactualiseerd:16 januari 2025
Leerlingen in het voortgezet onderwijs lijken baat te hebben bij kortdurende interventieprogramma’s waarbij ze intensief oefenen met leesstrategieën of hun woordenschat uitbreiden. Dat geldt vooral voor leerlingen die moeite hebben met begrijpend lezen. Dit soort ‘snelle’ oplossingen helpen echter niet genoeg om een opgelopen achterstand in begrijpend leesniveau volledig in te halen. Zowel leerlingen met als zonder achterstand hierin hebben namelijk vaak moeite om nieuwe kennis en vaardigheden in te zetten in andere contexten. Om deze transfer te bevorderen is het van belang om onderwijs in begrijpend lezen structureel te integreren in de zaakvakken.
Preventief welzijnsaanbod voor risicogroepen en studenten die aan het begin van problemen staan, kan helpen om zwaardere mentale problemen te voorkomen. Een algemeen preventief programma dat op alle studenten gericht is, heeft een kleiner effect dan specifieke aanpakken. De effectiviteit van preventieve ondersteuning hangt ook af van de inhoud van het aanbod en de betrokkenheid van studenten. Onderzoek naar effectieve communicatie over preventief aanbod ontbreekt. Wel kunnen richtlijnen voor communicatie met studenten over welzijnsaanbod in het algemeen mogelijk behulpzaam zijn.
Er is sporadisch en kleinschalig onderzoek gedaan naar de effecten van het gebruik van een taxonomie en die laten wisselende resultaten zien. Daardoor is niet te zeggen wat het effect op leerresultaten is. Op zich kunnen taxonomieën leerlingen helpen omdat ze inzicht geven waar ze staan in hun leerproces. Voor docenten kan het gebruik van een taxonomie ondersteunen bij de keuze van leerdoelen, toetsvragen en leeractiviteiten.
Sommige kleuters maken niet uit zichzelf de verbinding tussen rekenen met concrete materialen en rekenen in het platte vlak (op papier). Het is aan de leerkracht om dan effectieve interventies in te zetten. Instructie gericht op die verbindingen is een belangrijke succesfactor, bijvoorbeeld met gebruik van modelling. Aansluiting bij de belevingswereld van kleuters, logische materialen gebruiken en denkstappen verwoorden helpen ook. Verder is regelmatig rekentaal gebruiken zinvol, bijvoorbeeld bij interactief voorlezen van een prentenboek.
Rijke taal en teksten zijn authentiek en bevatten gevarieerde en laagfrequente woorden. Door deze voor te lezen en te bespreken in de klas, kunnen leerlingen hun woordenschat en tekstbegrip versterken. Ook bij wereldoriëntatie zorgt het integreren van rijke teksten voor een betere taalontwikkeling.
Voor succesvolle digitale communicatie tussen leerkrachten en ouders is het belangrijk om na te gaan of ouders voldoende digitaal vaardig zijn. Communicatievoorkeuren afstemmen en nagaan wanneer een- of tweerichtingsverkeer in de communicatie nodig is, speelt ook mee. Wat werkdruk betreft is het raadzaam om tijd voor digitale communicatie goed af te bakenen. Verder zijn effecten van digitale communicatie in het onderwijs niet goed duidelijk, ze zijn namelijk nog onvoldoende empirisch onderzocht.
Onderzoek maakt niet direct duidelijk of het kwaad kan of juist goed is om (powerpoint)slides te delen met leerlingen in het po en vo. De zorg dat leerlingen dan zelf geen aantekeningen meer maken kan wel gerelativeerd worden. Veel leerlingen op de middelbare school hebben sowieso moeite om zelf goede aantekeningen te maken. Zij hebben er baat bij als de docent hulpmiddelen verstrekt om goede aantekeningen te maken. Dit kunnen volledige aantekeningen zijn, een handout, aanvulaantekeningen en wellicht dus ook de slides van een presentatie.
Video-instructie is een effectieve manier om basisschoolleerlingen softwarevaardigheden aan te leren. Een goed ontworpen video-instructie is effectiever dan een papieren handleiding. Belangrijke aspecten in het ontwerp zijn signalering en vaste structuren. Oefeningen integreren in een video-instructie lijkt ook goed te werken. Of video-instructie de effectiefste manier is om leerlingen nieuwe software aan te leren, is niet bekend. Daarvoor is er te weinig vergelijkingsonderzoek gedaan met andere didactische aanpakken. Evenmin is bekend of video-instructie bij leerlingen leidt tot zelfstandig kunnen gebruiken van andere software.
Professionalisering is belangrijk voor de kwaliteit van het werk en voor het werkgeluk van leraren. Of specifiek nieuwe taken of een financiële beloning na een professionaliseringstraject bijdragen aan werkgeluk is niet onderzocht. Meer in het algemeen is wel duidelijk dat het de moeite loont om te investeren in het werkgeluk van werknemers.