In het kort
Leerlingen kunnen op verschillende manieren leren hoe ze een softwareprogramma, zoals Word en PowerPoint, kunnen gebruiken. Een leerkracht kan instructie geven, leerlingen kunnen zelfstandig experimenteren of systematisch het programma leren kennen door bepaalde taken uit te voeren. Of ze doorgronden het programma aan de hand van video-instructies.
Video-instructie is een effectieve manier om software te leren gebruiken
Er is geen onderzoek dat al deze uiteenlopende varianten aan didactische aanpakken met elkaar vergelijkt om te bepalen welke het meeste leereffect oplevert. Het aantal studies naar manieren om een softwareprogramma onder de knie te krijgen is erg beperkt en richt zich hoofdzakelijk op video-instructie. Die methode blijkt wel effectief. Basisschoolleerlingen die video-instructie krijgen, zijn beter in staat bepaalde taken in bijvoorbeeld Word uit te voeren dan leerlingen die met een papieren handleiding aan de slag gaan.
Een goede instructievideo legt stap voor stap uit
Een goed ontworpen instructievideo legt de nieuw te leren vaardigheid stap voor stap uit en doet de vaardigheid voor. Vooral wanneer leerlingen weinig voorkennis of ervaring hebben, is dat een effectieve manier om ze software te leren gebruiken.
Signaleringen trekken de aandacht van leerlingen
Een belangrijk onderdeel van instructievideo’s is signalering. Signaleringen zoals gekleurde pijlen, kaders of andere vormen leiden de aandacht van de leerling naar een bepaald deel van het scherm. Door video-instructie met signaleringen leren gebruikers meer softwaretaken dan gebruikers die dezelfde video zien zonder signalering. Een korte preview, de keuze van een passende snelheid van de video en controle over het afspelen helpen leerlingen ook op weg door de instructie.
Met een duidelijke structuur onthouden leerlingen meer
Om de informatie te kunnen onthouden is het voor leerlingen belangrijk dat de instructie een vaste structuur heeft. Als de video een korte samenvatting bevat van de belangrijkste stappen, dan voeren leerlingen de eindtaak beter uit dan wanneer zo’n samenvatting ontbreekt. Leerlingen onthouden meer van instructies die opgeknipt zijn in betekenisvolle stukjes.
Leerlingen leren door te observeren en te doen
Bij experimenten waarbij leerlingen oefeningen krijgen naast de video-instructie voert een groot deel van hen de eindtaak beter uit dan voor het experiment. Hoe oefeningen het beste bij kunnen dragen aan een video-instructie is echter onduidelijk. Uit een experiment waarin een groep leerlingen de instructievideo volgt waarna ze oefeningen maken, een groep eerst oefent en daarna kijkt naar de instructievideo en een groep die alleen de instructievideo bekijkt, blijkt geen verschil in leereffect van de oefeningen. In alle drie de omstandigheden leren de leerlingen evenveel en kunnen ze de eindtaak zelfstandig uitvoeren. Wel is van belang dat leerlingen werken met één beeldscherm. Wanneer zij voor de instructie en oefening moeten switchen tussen beeldschermen is het leereffect lager. Er is weinig kennis beschikbaar over de beste manier om transfer van kennis of vaardigheden te bevorderen.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Carolien van Rens (kennismakelaar Kennisrotonde).