Antwoorden op onderwijsvragen

De Kennisrotonde beantwoordt onderwijsvragen op basis van kennis uit onderzoek. De antwoorden helpen jou om wetenschappelijk onderbouwde keuzes te maken in de praktijk. Heb je niet gevonden waar je naar op zoek bent? Stel dan zelf jouw onderwijsvraag!

14 resultaten

    Het is niet bekend of er verschil is tussen voorlezen in heterogene groepjes met verschillende taalniveaus of homogene groepjes met een vergelijkbaar taalniveau. In beide type groepjes kunnen peuters met een taalontwikkelingsachterstand hun taalvaardigheid verbeteren als een pedagogisch professional ze regelmatig, bewust en interactief voorleest.

    Lees meer

    Onderzoek naar leesbevordering bij zwakke lezers laat zien dat methoden die het geloof in eigen competentie versterken en de interesses van leerlingen aanspreken effectief zijn. Net als methoden die keuzevrijheid geven en sociale verbondenheid stimuleren. Het is aannemelijk dat kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) of slechthorende kinderen hier ook baat bij hebben. Specifiek naar effectieve methoden om lezen te bevorderen bij kinderen met een TOS of slechthorende kinderen, is geen onderzoek gedaan.

    Lees meer

    Een verhaal vertellen is taalkundig en cognitief complex. Kinderen met een taalontwikkelingsstoornis kunnen achterlopen op verschillende aspecten van vertelvaardigheid. Er zijn aanwijzingen dat het helpt als de leerkracht het goede voorbeeld geeft (modelleren), kinderen laat oefenen en hun visuele ondersteuning geeft. Hoe vaak en hoe lang leerlingen moeten oefenen, weten we niet precies.

    Lees meer

    Het is niet bekend of thuistalen inzetten in de klas effect heeft op de taalontwikkeling en cognitieve ontwikkeling van meertalige leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Onderzoeksresultaten van meertalige leerlingen zónder TOS geven in combinatie met de beschikbare kennis over TOS wel aanwijzingen voor mogelijk positieve effecten.

    Lees meer

    Over de effectiviteit van impliciet leren om de mondelinge taalvaardigheid van leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis te verbeteren, is weinig bekend. Er is wel bewijs dat expliciet leren bijdraagt aan de mondelinge taalvaardigheid. Door bijvoorbeeld directe instructie en afgepaste informatie te geven, leren leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis grammatica beter. En ze kunnen grammaticaregels dan ook beter toepassen.

    Lees meer

    Er is beperkt onderzoek beschikbaar naar de Response to Intervention-benadering (RTI) voor leerlingen in het speciaal onderwijs met een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Daaruit blijkt dat RTI een passende aanpak kan zijn om het juiste ondersteuningsniveau te bepalen. Daarmee kunnen deze leerlingen hun lees - en spellingvaardigheid verbeteren. Om een interventie op maat te kunnen bieden is een taalprofiel en een foutenanalyse belangrijk; idealiter zijn daar verschillende expertises bij betrokken.

    Lees meer

    Expliciete woordenschatinstructie, visuele ondersteuning en herhaalde blootstelling en oefening zijn effectief om de ontwikkeling van diepe woordkennis van leerlingen met taalproblemen te bevorderen. Voor deze doeleinden kan een woordmuur helpend zijn. Daarbij zijn een actieve inbreng van leerlingen en betekenisrelaties tussen woorden verbeelden van belang. Hoewel een woordmuur een populair hulpmiddel is om woordenschat te onderwijzen, is het wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit ervan beperkt.

    Lees meer

    Er is enig bewijs dat een meertalig kind met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) meer baat heeft bij ondersteuning in alle talen die het spreekt dan bij ondersteuning in één taal. Aannemelijk is dat logopedisten die gespecialiseerd zijn in meertaligheid hierin uitkomst kunnen bieden. Voor een goede diagnostisering van een TOS is het van belang om een kind te testen in alle talen die het spreekt. Ook het proces van het taalleren moet in kaart worden gebracht.

    Lees meer

    Er zijn aanwijzingen dat laagintelligente leerlingen met (een vermoeden van) een taalontwikkelingsstoornis in staat zijn technisch te leren lezen. Of dat lukt, in de onderbouw van het speciaal onderwijs, is vooral afhankelijk van de kwaliteit en de intensiteit van een gestructureerd onderwijsaanbod in technisch lezen. Elementen die een positieve bijdrage kunnen leveren zijn expliciete en directe instructie door de leerkracht, veel oefen- en leertijd voor de leerlingen, een rijke taalomgeving en een-op-een tutoring.

    Lees meer

    Erfelijkheid speelt een rol bij de ontwikkeling van bepaalde taalproblemen. Daarom hebben kinderen met een oudere broer of zus met een taalontwikkelingsstoornis een grotere kans op taalproblemen. Dit is vooral het geval als de oudere broer of zus een stoornis heeft die zich uit in een achterstand in grammatica, zinsopbouw en zinsformulering. Een achterblijvende woordenschat brengt geen verhoogd risico met zich mee op de ontwikkeling van taalproblemen bij een jonger broertje of zusje.

    Lees meer