Een taalontwikkelingsstoornis (TOS) is een neurobiologisch defect met een genetische oorsprong. Een lage intelligentie is nooit de oorzaak van TOS, maar een leerling met TOS kan wel een lage intelligentie hebben.
Achterstand in taalontwikkeling kent veel uitingen
Leerlingen met TOS vormen een diverse groep, de achterstand in taalontwikkeling verschilt in aard en ernst. Jonge kinderen met (een vermoeden van) TOS zijn onder meer te herkennen aan een kleine actieve woordenschat, slechte verstaanbaarheid, moeite om op woorden te komen en/of verwisseling van klinkers. TOS komt regelmatig voor in combinatie met een andere stoornis, zoals dyslexie en adhd. Dit maakt het lastig om te bepalen wat precies het probleem is en in welke mate dit het technisch leesproces beïnvloedt.
Bovendien is er nauwelijks onderzoek gedaan naar laagintelligente leerlingen met (een vermoeden van) TOS. Wel zijn resultaten bekend uit studies over technisch lezen van leerlingen met een leesprobleem en van leerlingen met TOS.
Expliciete en directe instructie belangrijk bij technisch leesonderwijs
Effectieve aanpakken bij technisch lezen voor leerlingen met een leesprobleem, bevatten mogelijk bruikbare elementen voor laagintelligente leerlingen met (een vermoeden van) TOS. Een daarvan is expliciete, directe instructie van hoge kwaliteit. Daarbij gaat het onder meer om fonemisch bewustzijn, spraakklank, woordenschat, taalbegrip en woordherkenning. Leerlingen moeten de instructie kunnen volgen en de leerkracht moet controleren of ze de instructie hebben begrepen.
Leerlingen met een leesprobleem hebben veel instructietijd nodig om tot foutloos en vlot technisch lezen te komen. Met meer instructiemomenten van langere duur behalen leerlingen een beter resultaat dan met minder instructiemomenten van kortere duur.
Leerlingen hebben baat bij veel oefenen
Vloeiend technisch lezen van leerlingen met een leesprobleem is gebaat bij veel oefening en herhaling. Een nieuw woord of nieuwe tekst moeten ze minimaal drie keer herlezen. Elke taalles in groep 3 en 4 beginnen met vijf tot tien minuten lezen is bewezen effectief om een technisch betere lezer te worden.
Een-op-een tutoring van leerlingen met een leesprobleem in groep 3 is effectiever dan instructie in groepen. De leerlingen maken dan meer vorderingen in fonologisch bewustzijn, koppeling letter-klank, woordenschat, en vlot en foutloos lezen. Tutoring in een kleine groep, tot maximaal vijf leerlingen, kan ook effectief zijn.
Positieve invloed van een taalrijke omgeving
Een taal- en woordrijke onderwijsomgeving heeft een gunstige invloed op technisch lezen. In zo’n omgeving biedt de leerkracht regelmatig nieuwe woorden aan, die de leerlingen vervolgens kunnen gebruiken. Bijvoorbeeld door praten, luisteren, lezen, zingen en rijmspelletjes. Het helpt ook als de leerkracht taal- en denkprocessen benoemt, zodat de leerlingen dat na kunnen doen of op een andere manier kunnen verwerken.
Doorgaans is de rol van de leerkracht bepalender voor de leesbevorderingen van leerlingen dan de leesmethode. Vooral de intensiteit en de expliciete, systematische en intensieve wijze van lesgeven in technisch lezen maakt het verschil. En er zijn meerdere aanpakken naast elkaar nodig die de leerkracht afwisselend kan inzetten. Daarbij is soms diagnose en hulp van buiten het onderwijs nodig, omdat de aard en ernst van de leesproblematiek de didactische en pedagogische mogelijkheden van de leerkracht overstijgt.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan IJsbrand Jepma (kennismakelaar Kennisrotonde).