In hoeverre is het RTI-model effectief voor so-leerlingen met een TOS om lees- en spellingproblemen aan te pakken?

Er is beperkt onderzoek beschikbaar naar de Response to Intervention-benadering (RTI) voor leerlingen in het speciaal onderwijs met een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Daaruit blijkt dat RTI een passende aanpak kan zijn om het juiste ondersteuningsniveau te bepalen. Daarmee kunnen deze leerlingen hun lees - en spellingvaardigheid verbeteren. Om een interventie op maat te kunnen bieden is een taalprofiel en een foutenanalyse belangrijk; idealiter zijn daar verschillende expertises bij betrokken.

Gepubliceerd:

© Spass / Shutterstock Spellingproblemen

Leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis ervaren problemen in verschillende taaldomeinen, zoals woordenschat, grammatica, woord- en zinsbouw en taalgebruiksregels. Die problemen uiten zich zowel bij mondelinge als schriftelijke taalproductie en -begrip. Er zijn grote verschillen in de mate waarin de problemen optreden.

Response to Intervention (RTI): intensivering als preventie is effectief

Uit het Response to Intervention-model zijn vier niveaus van begeleiding van leerlingen met lees- en spellingproblemen afgeleid en vertaald naar de Nederlandse context: 

  1. Goed lees- spellingonderwijs in de klas
  2. Extra begeleiding in de klas
  3. Specifieke interventie
  4. Diagnose en behandeling door een gespecialiseerde gedragswetenschapper.

Het RTI-model is een valide en bewezen effectief model voor de preventie en remediëring van leerproblemen. De eerste drie niveaus worden uitgevoerd in de school en ze lopen op van extra instructie en begeleiding, intensieve interventie op maat, tot een-op-een-instructie.
Met deze aanpak kan een deel van de zwakke lezers of spellers weer op het niveau van de groep komen. Bij sommige leerlingen zijn de lees- of spellingproblemen echter zo hardnekkig dat ze blijven bestaan. Het RTI-model kan bijdragen aan het opsporen van deze leerlingen. Zij kunnen dan het beste een gespecialiseerde behandeling in de gezondheidszorg (ondersteuningsniveau 4) doorlopen.

RTI lijkt effectief voor leerlingen met een TOS

De toepassing van het RTI-model bij leerlingen met een TOS die lees- of spellingproblemen hebben, is niet specifiek onderzocht. Wel zijn er aanwijzingen dat de aanpak met de verschillende ondersteuningsniveaus effectief zijn. 
Leerlingen met een TOS op het eerste ondersteuningsniveau kunnen met een specifiek programma hun leesvaardigheid bevorderen, zo blijkt uit een studie. Dit programma bestond onder andere uit meer structuur, scripts voor expliciete leesinstructie en monitoring.
Extra ondersteuning op ondersteuningsniveau 2 of 3 blijkt in het algemeen effectief voor alle leerlingen met lees- en spellingproblemen. Voor leerlingen met een TOS zijn verschillende leesinterventies effectief, zoals (gecombineerde) programma’s voor leren decoderen en globaal lezen.

Benut foutenanalyse om de gewenste aanpak te bepalen

Om een goede interventie te kiezen, is het belangrijk om een foutenanalyse te maken die inzicht geeft in de aard van de lees- of spellingproblemen. De eerste stap is om informatie te verzamelen over alle taalproblemen van een kind. Dus niet alleen problemen met lezen en spelling, maar ook met mondelinge taal, zins- of woordvorming, of problemen op morfologisch vlak (op het vlak van de structuur of opbouw van woorden, zoals samenstellingen of verbuigingen). 

Een snelbenoemtaak kan helpen om de fonologische vaardigheden (in beeld te brengen. Deze vaardigheden hebben betrekking op de klankstructuur van woorden, bijvoorbeeld rijmen of identificeren van de eerste klank in een letter. De tweede stap is een analyse van spellingfouten, om vervolgens een gerichte interventie te kiezen.

Als er sprake is van morfologische fouten dan is het belangrijk om zowel in de mondelinge als schriftelijke taal meer expliciete aandacht te besteden aan voor- of achtervoegsels en werkwoordvervoegingen. Bij fonologische fouten is expliciete instructie in fonemisch bewustzijn (besef dat woorden uit verschillende klanken bestaan) en in decodeervaardigheden essentieel. Leraren kunnen bijvoorbeeld oefeningen aanbieden in het identificeren, segmenteren en samenvoegen van klanken om een sterke basis te leggen voor zowel lezen als spellen.

Benut verschillende expertises in en rond de school

De inzet van RTI kan helpen om de ernst van de taalproblemen bij kinderen met een TOS goed in te kunnen schatten en het juiste ondersteuningsniveau te kiezen. Dat blijkt uit kwalitatief onderzoek met focusgroepen van professionals uit de voor- en vroegschoolse educatie. Ook moeten leerkrachten, ouders, logopedisten en andere taal-/leesspecialisten met elkaar afstemmen over ieders rol en de inhoud van het ondersteuningsproces. Expertise inwinnen bij specialisten als logopedisten helpt ook om kinderen op tijd passende ondersteuning te bieden, zodat ze niet te lang in een niveau blijven hangen. 

 Meer weten?

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Judith Stoep (antwoordspecialist) en Martine Gijsel (kennismakelaar Kennisrotonde).


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

Gerelateerde vragen

    Er zijn aanwijzingen dat laagintelligente leerlingen met (een vermoeden van) een taalontwikkelingsstoornis in staat zijn technisch te leren lezen. Of dat lukt, in de onderbouw van het speciaal onderwijs, is vooral afhankelijk van de kwaliteit en de intensiteit van een gestructureerd onderwijsaanbod in technisch lezen. Elementen die een positieve bijdrage kunnen leveren zijn expliciete en directe instructie door de leerkracht, veel oefen- en leertijd voor de leerlingen, een rijke taalomgeving en een-op-een tutoring.

    Lees meer