Het onderwijs wordt inclusiever als leraren op gespecialiseerde en reguliere scholen meer samenwerken, bijvoorbeeld door samen les te geven in de klas en kennis, materialen en ruimtes te delen. Ook samen lessen, handelingsplannen en materialen ontwikkelen draagt bij aan inclusiever onderwijs. Om hun collega’s in het regulier onderwijs goed te kunnen helpen, moeten gespecialiseerde leraren de kans krijgen om zich meer professionaliseren in samenwerking, consultatie en communicatie.
Plusklassen kunnen een positieve invloed hebben op de ontwikkeling van zelfregulerend leren van begaafde leerlingen. Het is dan wel belangrijk dat de leerkracht expliciet de leerlingen strategieën voor zelfregulerend leren aanleert. Daarnaast is emotionele ondersteuning door begaafde medeleerlingen van belang. Dan kunnen ze elkaar motiveren om door te zetten en goed werk af te leveren. Er zijn geen aanwijzingen dat meer uren in een plusklas bijdragen aan de ontwikkeling van zelfregulerend leren.
Leerkrachten kunnen hoogbegaafdheid bij anderstalige leerlingen signaleren door te letten op non-verbale aspecten en door met ouders te praten. Als leerlingen het Nederlands wat beter beheersen, kunnen leerkrachten nagaan of en hoe leerlingen schakelen tussen hun thuistaal en het Nederlands. Daarnaast is het belangrijk om hoge verwachtingen te hebben van de leerprestaties en een veilige omgeving te bieden. Verder moeten leerkrachten rekening houden met cultuurverschillen en mogelijke traumatische ervaringen.
Aparte klassen organiseren voor minder sterk presterende leerlingen brengt ingrijpende risico’s met zich mee. Onbewuste stigmatisering en lage verwachtingen van leerkrachten kunnen namelijk negatieve effecten hebben voor de prestaties en het zelfbeeld van leerlingen. Om tot positieve effecten te komen is het van belang dat de school leerlingen selecteert op basis van prestaties, de prestaties regelmatig meet en selectie voor de Klusklas daarop aanpast. Verder moeten leerkrachten hoge verwachtingen hebben van leerlingen in de Klusklas en werken met een uitdagend curriculum.
Studenten kunnen veel leren van samenwerken. Het kan ook praktisch zijn om groepsopdrachten te geven. Docenten doen er goed aan om te zorgen voor voldoende maar ook niet té grote diversiteit in samenwerkingsgroepjes. De bewuste keuzes die hiervoor nodig zijn vragen veel analyse en expertise, maar leveren meer leerwinst op dan een random groepssamenstelling of eigen keuze van studenten.
Begeleide onderwijstijd kan ervoor zorgen dat mbo-studenten betere leeropbrengsten behalen. Over de relatie tussen het aantal uren begeleide onderwijstijd en de leeropbrengsten is nauwelijks iets bekend. In het basis- en voortgezet onderwijs is daar wel onderzoek naar gedaan. Resultaat: meer instructietijd levert betere leerprestaties op. Voor de niet-beroepsgerichte vakken in het mbo kan dat mogelijk ook opgaan, maar is niet onderzocht.
Een effectieve aanpak om te differentiëren lijkt los te staan van de keuze voor thematisch of niet-thematisch werken. Uit onderzoek is niet bekend of thematisch werken een goede context is voor differentiatie in het speciaal onderwijs. Wat wel helpt om leerlingen in het speciaal onderwijs maatwerk te bieden is: meer leertijd, begeleid spel, directe instructie, Response to Intervention en formatief handelen.
Hoogbegaafde leerlingen kunnen zich zowel in een heterogene als homogene klas prettig voelen. Voordeel van een klas met andere hoogbegaafden is dat zij onderwijs krijgen dat beter past bij hun leerbehoeften. Het effect op het welbevinden hangt echter ook af van (onder andere) kenmerken van het kind en de lesstijl van de leraar. Het is dan ook belangrijk om individueel af te wegen in welke soort klas het kind zich het best voelt.
Leerkrachten kunnen rapportcijfers, intelligentietests, observaties en gesprekken met betrokkenen gebruiken om vast te stellen welke leerlingen in aanmerking komen voor versnellen of verrijken. Het is daarbij belangrijk om meerdere van deze informatiebronnen te gebruiken. Dan krijgen zoveel mogelijk leerlingen de kans om te mogen versnellen en verrijken, en worden er geen leerlingen over het hoofd gezien.
Om onderpresteren, gebrek aan motivatie of probleemgedrag te voorkomen moeten leerlingen met begaafdheidskenmerken al van jongs af aan een passend onderwijsaanbod krijgen. Lesmethodes en werkvormen die compacten en verrijken hebben een positief effect op motivatie, welbevinden en gedrag. Als dit onvoldoende werkt, kan versnelling uitkomst bieden of het organiseren van onderwijs in plusklassen. Daarnaast zijn er specifieke aanpakken voor het stimuleren van executieve functies en sociaal-emotionele vaardigheden.