Hoogbegaafde leerlingen kunnen zich zowel in een heterogene als homogene klas prettig voelen. Voordeel van een klas met andere hoogbegaafden is dat zij onderwijs krijgen dat beter past bij hun leerbehoeften. Het effect op het welbevinden hangt echter ook af van (onder andere) kenmerken van het kind en de lesstijl van de leraar. Het is dan ook belangrijk om individueel af te wegen in welke soort klas het kind zich het best voelt.
Gepubliceerd:
Lees het volledige rapport
Gerelateerde vragen
Leerkrachten kunnen rapportcijfers, intelligentietests, observaties en gesprekken met betrokkenen gebruiken om vast te stellen welke leerlingen in aanmerking komen voor versnellen of verrijken. Het is daarbij belangrijk om meerdere van deze informatiebronnen te gebruiken. Dan krijgen zoveel mogelijk leerlingen de kans om te mogen versnellen en verrijken, en worden er geen leerlingen over het hoofd gezien.
Om onderpresteren, gebrek aan motivatie of probleemgedrag te voorkomen moeten leerlingen met begaafdheidskenmerken al van jongs af aan een passend onderwijsaanbod krijgen. Lesmethodes en werkvormen die compacten en verrijken hebben een positief effect op motivatie, welbevinden en gedrag. Als dit onvoldoende werkt, kan versnelling uitkomst bieden of het organiseren van onderwijs in plusklassen. Daarnaast zijn er specifieke aanpakken voor het stimuleren van executieve functies en sociaal-emotionele vaardigheden.
Een aanzienlijk deel van de hoogbegaafde leerlingen presteert lager dan verwacht mag worden op basis van de intelligentie. Schattingen variëren van 15% tot 50%, afhankelijk van de definitie van onderpresteren. Onderpresteren bij hoogbegaafde leerlingen is al waarneembaar vanaf groep 2. In de hogere groepen neemt het onderpresteren toe. Om het onderwijs af te stemmen op hoogbegaafden is vroegtijdige onderkenning belangrijk. Naast organisatorische en inhoudelijke afstemming van het onderwijs is individuele begeleiding (mentoring) gewenst.
Geactualiseerd: 28 juni 2024
Aparte activiteiten voor hoogbegaafde leerlingen hebben meestal een positief effect op hun prestaties. Niet voor alle domeinen en vakken leiden aanpassingen echter tot een verbetering. Goed onderwijs voor hoogbegaafde leerlingen, en eigenlijk voor alle leerlingen, vraagt naast een focus op cognitieve prestaties ook om de juiste begeleiding en leraren met expertise op dit terrein. De benodigde begeleiding hangt af van de beginsituatie van de leerling. Onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen begint idealiter met het in kaart brengen van de cognitieve, sociaal-emotionele, en ontwikkel- en leervaardigheden. Als het onderwijs qua inhoud, organisatie en pedagogisch-didactische begeleiding hierbij aansluit, zijn (hoogbegaafde) leerlingen het best geholpen.