Als een kennistoets voor een deel bestaat uit eerder gebruikte vragen die bij studenten bekend zijn, leidt dit niet automatisch tot een daling van de betrouwbaarheid en validiteit van de toets. Multiplechoicevragen hergebruiken uit een itembank heeft weinig tot geen effect op het slagingspercentage en de moeilijkheidsgraad. Dat blijkt uit het weinig beschikbare onderzoek. Over het hergebruik van open vragen is geen onderzoek bekend.
Klassenmanagement kan ordeverstoringen in de klas verminderen, wat kan leiden tot beter leren. Het gaat erom te zorgen voor regels en routine in de klas en ook is het belangrijk om consequent om te gaan met ordeverstorend gedrag. Een goede relatie tussen docent en leerlingen is van invloed, maar vooral: alertheid van de docent. Hoewel er geen onderzoek bekend is dat specifiek gaat over leerprestaties van mbo’ers, lijken deze strategieën ook in het mbo toe te passen.
De inzet van instructievideo’s voorafgaand aan de les heeft voordelen voor het leerproces. Leerlingen hoeven minder mentale inspanning te leveren en ze kunnen de leerstof in hun eigen tempo doorlopen. Verder zijn er meer mogelijkheden tot actief leren. Of instructievideo’s ook de taakgerichtheid van leerlingen in het primair onderwijs beïnvloeden, is niet bekend. Het is aan te bevelen om instructievideo’s voornamelijk te gebruiken voor procedurele informatie en dit op te delen in korte stukken.
Een drietal factoren uit de leeromgeving zijn van invloed op de effectiviteit van afstandsleren voor laagopgeleide volwassenen: omgeving, begeleiding en inhoud. Positief voor commitment en zelfsturing van deze deelnemers is een leeromgeving die het mogelijk maakt het geleerde in praktijk te brengen (transfermogelijkheden). Door bijvoorbeeld buitenschools taalcontact op oefenplekken. Ook moet er goede begeleiding zijn in de vorm van mentoring of peer support. Tot slot is het belangrijk om authentieke leeractiviteiten aan te bieden, waarbij deelnemers open vaardigheden toepassen.
Geactualiseerd 1 mei 2023
Het is voor de betrouwbaarheid van een rekenvaardigheidstoets afhankelijk van de normering van de toets of de voorgeschreven tijd moet worden gerespecteerd of niet. Wanneer leerlingen bij toetsen onbedoeld in tijdnood komen, is de validiteit van de toets in het geding. Het is dan beter om, bij toetsen zonder voorgeschreven tijdslimiet, meer tijd te geven dan om minder vragen te stellen. Een leerling die veel tijd nodig heeft kan misschien wel tot een oplossing komen, maar gebruikt daarvoor bijvoorbeeld inadequate oplossingsmanieren.
Over vakdidactische aanpakken voor het ontwikkelen van strategisch inzicht bij leerlingen in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs is weinig bekend. Over didactische interventies in het wetenschappelijk onderwijs is wel kennis opgedaan. Het uitvoeren van klaslokaalexperimenten en het inzetten van reflectiemethodieken kunnen bijdragen aan het ontwikkelen van strategisch inzicht. Vooral wanneer hier vanaf het begin van de opleiding aandacht aan wordt besteed. Of deze interventies ook strategisch inzicht bij leerlingen in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs bevorderen, is niet onderzocht.
Om evenredigheidsvergelijkingen binnen natuurkunde op te lossen hebben leerlingen meerdere vaardigheden nodig, ook wiskundige. Ze moeten kunnen werken met breuken, verhoudingen en evenredigheden. En ze moeten inzicht hebben in en begrip hebben van verschillende wiskundige representaties van een evenredig verband, zoals weergegeven in een tekst, formule, grafiek of figuur. Verder moeten leerlingen wiskundige vaardigheden inzetten in een natuurkundige context, en de natuurkundige betekenis van de constanten en variabelen begrijpen. Ten slotte hebben zij vaardigheden nodig om vergelijkingen op te lossen. Een werkzame aanpak is dat leerlingen deze vaardigheden in samenhang verwerven.
Het weinige onderzoek naar afname van klassikale vragenlijsten laat zien dat studenten minder twijfels hebben over de vertrouwelijkheid van hun gegevens als er een onderzoeker aanwezig is. Als ze ruimer tijd hebben om de vragenlijst in te vullen, ronden meer studenten de vragenlijst af. Uit onderzoek buiten het onderwijs blijkt dat bij het individueel afnemen van vragenlijsten de resultaten betrouwbaarder zijn als de vragen verduidelijkt worden voor respondenten. Het kan dus behulpzaam zijn, als docenten vragen verhelderen bij klassikale afname van een vragenlijst.
Bij het trainen van studievaardigheden is het belangrijk dat het in een context gebeurt en dat taken of opdrachten passen bij de vakinhoud. Ook vraagt het een actieve inzet van de student en metacognitief bewustzijn. Of studievaardigheden het beste individueel, in groepjes of klassikaal aangeleerd kunnen worden, wordt niet geheel duidelijk uit de onderzoeksliteratuur. Wel blijkt dat coöperatief leren en interactie helpen bij het ontwikkelen van studievaardigheden, omdat studenten elkaar ondersteunen en hun denken door discussie inzichtelijk maken.
Het spreiden van leerstof over langere periodes bevordert het leerrendement, maar dat gegeven valt niet zonder meer te vertalen naar periodisering in het voortgezet onderwijs. Frequent toetsen leidt tot een grotere en een meer evenredig verspreide inzet door leerlingen. Dit pleit niet zozeer voor indeling van het schooljaar in drie of vier periodes, als wel voor het gebruik van tussentijdse formatieve toetsen – naast toetsen in een toetsweek. Of regelmatig toetsen van invloed is op motivatie en toetsangst is niet duidelijk.