Vaker kort gymmen lijkt gunstiger dan één lange les per week. Dit komt omdat leerlingen tijdens kortere lessen actiever bewegen. Ook zijn er aanwijzingen dat de spreiding van meerdere lessen over de week beter is voor de motorische ontwikkeling. Leerlingen krijgen dan vaker een nieuwe oefenprikkel. De beschikbare oefentijd moet hierbij wel efficiënt worden benut.
Door de leerkracht geleide spel- en bewegingsactiviteiten versterken de ontwikkeling van sociale vaardigheden van kinderen van drie tot zes jaar. Door kinderen herhaaldelijk en doelgericht te laten oefenen met sociale interacties, kunnen ze beter samenwerken, emoties reguleren en zich inleven in anderen. Activiteiten met muziek en instrumenten, én een interventieduur van twaalf weken hebben het grootste effect. Waaróm deze activiteiten precies werken, is niet bekend.
Er is geen bewijs dat kinderen zich beter kunnen concentreren als ze in de kring op de grond zitten, in plaats van op een stoel. Er zijn wel aanwijzingen dat een oncomfortabele stoelzit de concentratie kan schaden. En dat een actieve zit de concentratie kan verbeteren, zoals op een wiebelkussen of zitbal. We weten uit onderzoek niet of kleuters last of baat hebben van op de grond zitten als ze naar groep 3 gaan.
Over de effectiviteit van kinderfysiotherapie voor betere motorische ontwikkeling van jonge kinderen is weinig bekend. Over de effectiviteit van ergotherapie voor betere motorische ontwikkeling van jonge kinderen weten we dat het afhangt van de samenwerking tussen school, ouders en (zorg)professionals. En van de aansluiting bij theoretische principes en een variatie aan speelse en betekenisvolle activiteiten. Hoewel ergotherapie een wat bredere insteek heeft, gelden deze aspecten mogelijk ook voor kinderfysiotherapie.
Geactualiseerd: 21 juni 2024.
Bewegen tijdens cognitieve leeractiviteiten zoals rekenen en spellen heeft geen negatieve effecten op leren. Onder bepaalde voorwaarden kan het zelfs een positief effect hebben. Dat is vooral zo wanneer de beweging en de cognitieve activiteit inhoudelijk bij elkaar passen, bijvoorbeeld wanneer leerlingen in een cirkel staan en de leerkracht uitlegt wat een cirkel is.
Een rijke schooldag ingevuld met extra beweging heeft gunstige effecten op het terugdringen van obesitas onder leerlingen als het wordt gecombineerd met gezonde voeding. Extra bewegen kan bijdragen aan hogere rekenprestaties als het langdurig en intensief wordt ingezet. Dat houdt in: meerjarig en minimaal drie sessies van elk gemiddeld één uur extra beweging per week. Of dat ook leidt tot betere prestaties voor taal en spelling is niet zeker.
Om de sociale vaardigheden van leerlingen te ontwikkelen bij bewegingsonderwijs is een goede relatie met de leerlingen belangrijk. Docenten moeten daarvoor in gesprek gaan met leerlingen en hun feedback geven, rekening houdend met hun sociale situatie in de klas. Heldere instructies, goede begeleiding en met leerlingen reflecteren op het leerproces zijn ook belangrijk. Het werkt positief als docenten op verschillende manieren groepjes samenstellen en leerlingen de ruimte geven een groepsgevoel te ontwikkelen.
Bewegend leren heeft in het algemeen een positief effect op leeruitkomsten en op executieve functies. Dat het positief kan uitwerken op spellingsvaardigheid, wijst onderzoek naar het programma Fit en Vaardig uit. Behalve dat leerlingen bewegen tijdens de les, is dat effect mogelijk mede te danken aan de extra tijd die leerlingen besteden aan herhalen en automatiseren. Het is aannemelijk dat daarom ook zwakke spellers baat hebben bij bewegingsprogramma’s. Deze leerlingen werken bovendien direct na de beweegactiviteit geconcentreerder.
De fitheid van leerlingen is van invloed op hun schoolprestaties. Leerlingen met een goed uithoudingsvermogen halen betere resultaten op taal- en rekentoetsen. Mentale gezondheidsproblemen hangen samen met lagere schoolprestaties. Er zijn meerdere interventies voor scholen om aan de fitheid van leerlingen te werken, waarvan enkele met succes: fittere leerlingen. Over effecten van de interventies op schoolprestaties is echter weinig bekend. Een enkele keer spelen ouders een rol in die interventies. Dat verhoogt hun betrokkenheid, maar onduidelijk is of dat het effect van de interventies versterkt.
Bewegen in de klas heeft positieve effecten op aandacht en cognitie. Een kwartier matig tot intensief bewegen lijkt de gunstigste invloed te hebben. De sterkste effecten zijn gevonden voor fysieke activiteit die tevens cognitief uitdagend is. Het is echter onbekend of deze effecten ook bij adolescenten optreden. Wel is bekend dat bewegen op zich een positieve uitwerking heeft op aandacht, impulsbeheersing en taakgericht gedrag. Dat komt vermoedelijk door veranderingen in de hersenen, zoals een verbeterde doorbloeding en verhoogde hormoonniveaus.