Leraren die zelf lezen in hun vrije tijd, zijn actievere leesbevorderaars. Ze praten meer over boeken, kunnen hun leerlingen beter adviseren en zijn een positief rolmodel. Hun leerlingen hebben meer plezier in lezen en lezen ook vaker. Leraren ervaren interventies met het doel het leesplezier en de gewoonte om te lezen te bevorderen als zinvol.
Rijke teksten kunnen de leesvaardigheid van kinderen met leesproblemen vergroten. Het werkt goed als kinderen uitdagende teksten lezen van net boven hun niveau. Daar hebben ze wel de juiste begeleiding bij nodig. Ook zelfstandig vrijetijdslezen is voor zwakke lezers waardevol. Het helpt dan om samen een boek uit te zoeken dat aansluit bij de interesses van het kind. En het helpt om het kind te ondersteunen om ‘in’ het boek te komen, bijvoorbeeld door een stukje samen te lezen. Een rijke leescontext vergroot mogelijk ook het leesplezier van kinderen.
Niveauverschillen tussen leerlingen bij technisch lezen zijn tijdens de basisschoolperiode erg stabiel. Sterke lezers in groep 3 zijn meestal ook sterke lezers in groep 8. Zwakke lezers worden doorgaans geen sterke lezers. Leerlingen die eerst laag scoren, groeien wel sneller dan kinderen die meteen al hoog presteren. Maar ze halen het verschil meestal niet meer in.
Om de leesvaardigheid van zwakkere lezers in het vwo te verbeteren kunnen docenten het best inzetten op een grotere woordenschat, leesmotivatie en leesstrategieën. Leerlingen verbeteren hun leesvaardigheid echter niet alleen tijdens taallessen. Daarom zouden ook docenten van andere vakken er aandacht aan moeten besteden. Om dit voor elkaar te krijgen is taalbeleid nodig dat door alle docenten wordt gedragen.
Er is een lichte aanwijzing dat leerlingen meer nieuwe woorden leren uit teksten die voor een groter deel uit bekende woorden bestaan. Tekstbegrip lijkt hierbij een rol te spelen. Als de context voldoende duidelijk is, kunnen leerlingen de betekenis van nieuwe woorden daar gemakkelijker uit afleiden. Verder helpt het als leerlingen nieuwe woorden vaker en in verschillende contexten tegenkomen. Op die manier wordt er steeds nieuwe informatie over het woord toegevoegd aan de al bestaande kennis over het woord.
Het herhaald lezen van een informatieve of verhalende tekst bevordert het vloeiend lezen van leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs. Eenzelfde tekst meerdere keren lezen is ook gunstig voor begrip van de tekst, zij het in mindere mate. Herhaald lezen werkt het beste wanneer leerlingen de tekst drie- of viermaal hardop voorlezen aan een volwassene, als ze vooraf aanwijzingen krijgen en tijdens het lezen corrigerende feedback ontvangen. Het maakt niet uit of leraren herhaald lezen als losse interventie inzetten, in combinatie met andere leesinterventies of als onderdeel van een breder programma.
Werken in niveaugroepen zorgt er niet voor dat kinderen teksten beter gaan begrijpen. Een andere vorm van differentiatie, waarbij sommige leerlingen naast de klassikale lessen extra begeleiding krijgen, lijkt wel effectief.
Met inhoudsgerichte vragen, open vragen of schrijfopdrachten kan de leerkracht de complexe vaardigheid begrijpend lezen bij leerlingen toetsen. Voorkennis helpt leerlingen om een tekst op een dieper niveau te kunnen begrijpen. Daarom speelt voorkennis altijd een rol bij verschillende typen toetsen voor begrijpend lezen. De leerkracht kan ervoor zorgen dat alle leerlingen een bepaalde mate van voorkennis hebben over een bepaald thema door een kennisrijk curriculum in te zetten.
Stillezen in de klas kan bijdragen aan technische leesvaardigheid, een positieve leeshouding en meer lezen in de vrije tijd. Deze drie aspecten hangen onderling samen, aan te duiden als de positieve leesspiraal. De bewijzen voor een bijdrage van stillezen aan een van de elementen in deze leesspiraal zijn niet heel sterk. De resultaten van stillezen hangen voor een belangrijk deel af van de wijze waarop stillezen wordt uitgevoerd en van de mate waarin leerkrachten rekening houden met interesses en technische leesvaardigheden van individuele leerlingen.
Wanneer leerlingen in het praktijkonderwijs problemen hebben met technisch lezen, kan gelijktijdig luisteren naar de tekst het begrip van de te lezen tekst vergroten. Dit blijkt voor zowel narratieve als informatieve teksten het geval te zijn. Bij goede lezers is luisteren tijdens het lezen alleen voordelig voor het tekstbegrip als zij geen invloed hebben op het lees- en luistertempo. In de lespraktijk bepalen de leerlingen echter zelf het leestempo.