Specifiek bij leesbegrip spelen twee aspecten een rol: decoderen en taalbegrip. Decoderen, ofwel technisch lezen, verwijst naar letters en lettercombinaties herkennen en deze omzetten in klanken om woorden te vormen. Taalbegrip omvat begrijpen en interpreteren van woorden, zinnen en tekstdelen. Zowel de decodeervaardigheid als het taalbegrip van leerlingen moet voldoende ontwikkeld zijn om tot goed leesbegrip te komen.
Luisteren tijdens lezen bevordert tekstbegrip en leesplezier
Leerlingen in het praktijkonderwijs zijn over het algemeen zwakke begrijpend lezers. Als de begripsproblemen veroorzaakt worden door problemen met technisch lezen, hebben ze er baat bij om naar de tekst te luisteren terwijl zij deze lezen. Hoewel er geen studies gevonden zijn die specifiek over leerlingen in het praktijkonderwijs gaan, zijn de positieve effecten wel aangetoond bij leerlingen in het voortgezet onderwijs. Ook bij jongere kinderen – cognitief vergelijkbaar met het niveau van leerlingen in het praktijkonderwijs – zijn positieve effecten gevonden.
Daarnaast zijn er aanwijzingen dat luisteren tijdens het lezen het leesplezier van zwakke lezers vergroot, waarschijnlijk doordat zij zich minder gehinderd voelen door beperkingen van hun decodeervaardigheid.
Lees- en luistertempo in de klas anders dan bij experimenten
Bij bovenstaande onderzoeksresultaten is wel een kanttekening te plaatsen. Het overgrote deel van de studies vond namelijk plaats in een experimentele setting. Een onderzoeker bepaalt daarbij het tempo waarop de tekst op een beeldscherm wordt gelezen en beluisterd. Dit bemoeilijkt de overdraagbaarheid van de resultaten naar de onderwijspraktijk. In het onderwijs bepalen leerlingen doorgaans met behulp van tekst-naar-spraak-software zelf het tempo waarmee ze naar teksten luisteren tijdens het lezen. Ze kunnen er ook voor kiezen om zinnen opnieuw af te spelen.
Luisteren tijdens lezen kan decodeerproblemen compenseren
Desondanks is het aannemelijk dat vooral zwakke lezers ook in de klas baat hebben bij luisteren tijdens lezen. Een mogelijke verklaring voor dit (veronderstelde) positieve effect is dat zwakke lezers door het luisteren eventuele decodeerfouten corrigeren. Hierdoor neemt de kans op verwarring en verkeerde begripsvorming af. Ook hoeven zij minder aandacht te besteden aan het decoderen, waardoor zij meer cognitieve ruimte overhouden in het werkgeheugen voor begripsvormingsprocessen. Luisteren naar de tekst tijdens het lezen compenseert dus voor de problemen met decoderen, waardoor zwakke technische lezers met sterk taalbegrip beter in staat zijn om tot een goed begrip van de tekst te komen.
Geen toets-nadeel voor goede lezers bij niet gelijktijdig luisteren
Betere lezers lijken niet benadeeld te worden als zij bij toetsen geen gebruik mogen maken van tekst-naar-spraak-software. Luisteren tijdens het lezen is alleen voordelig voor het tekstbegrip van leerlingen zonder leesproblemen wanneer het lees- en luistertempo voor hen wordt bepaald. Bij leestoetsen is dat in principe niet het geval: de leerlingen lezen dan op hun eigen tempo. Het is dus niet onredelijk om alleen zwakke lezers te laten luisteren naar teksten tijdens het lezen.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Emmi Stuij en Elly Koutamanis (antwoordspecialisten) en Martine Gijsel (kennismakelaar Kennisrotonde).