Geactualiseerd: 10 januari 2024
Aandacht voor de interesse van de student en sociale interactie zijn belangrijk om het lezen te bevorderen. Daarnaast zijn routine en rust bevorderlijk, evenals het actief betrekken van studenten bij de invulling van het lezen. Verder is het wenselijk dat er voldoende faciliteiten zijn, zoals begeleiding en toegankelijk leesaanbod. Ook een positieve leescultuur ondersteunt het lezen.
Geactualiseerd: 10 januari 2024
Zowel een functionele als een grammaticale onderwijsbenadering kan in het volwassenenonderwijs bijdragen aan het leren van een tweede taal. Aansluiting bij de behoeften van deelnemers en een leeromgeving waarin hun eigen context centraal staat, leveren goede leerresultaten op. Het gaat dan om de functionele benadering met onder meer voldoende oefenmomenten en authentieke leeractiviteiten. Expliciete instructie van grammatica werkt eveneens. Daarbij gebruiken docenten sleutelwoorden of klanken, bieden zij categorische woordenlijsten aan of zetten de methode van uitgebreid lezen in (de grammaticale benadering).
Digitale geletterdheid koppelen aan het woordenschatonderwijs ligt niet voor de hand. Er zijn waarschijnlijk efficiëntere manieren om gelijktijdig te werken aan woordenschat en aan digitale geletterdheid. Zo lijkt het kansrijk om informatievaardigheid en mediawijsheid – twee belangrijke onderdelen van digitale geletterdheid – te koppelen aan het lees- en schrijfonderwijs. Er is namelijk een grote mate van overlap tussen de respectieve leerdoelen.
Interactie is belangrijk bij het leren van tweede taal. Vanwege coronamaatregelen is de groepsgrootte echter beperkt. Ook zijn niet alle deelnemers aan volwassenenonderwijs digitaal vaardig genoeg voor online onderwijs. Om hen toch in kleine groepen op anderhalf meter te laten samenwerken aan sociale- en taalvaardigheden, kunnen docenten vier interactieve werkwijzen inzetten: coöperatief leren, Team Based Learning, the Flipped Classroom en Total Physical Response Methode.
Geschiedenisles voor jonge leerlingen, vanaf vijf jaar, is zinvol. Vanaf die leeftijd kan de leerkracht leerlingen helpen een eenvoudig historisch tijdsbesef te ontwikkelen. Op latere leeftijd verdiepen ze dit historisch tijdsbesef. Ze kunnen dan bijvoorbeeld jaartallen koppelen aan periodes in de geschiedenis. De ontwikkeling van historisch tijdsbesef is een essentieel doel bij geschiedenisonderwijs; dit staat los van de ontwikkeling van besef van klok- en kalendertijd. Tijdbalken ondersteunen leerlingen om overzicht te krijgen, chronologie zichtbaar te maken en verbanden te leggen.
Naast een grotere verbondenheid en een betere persoonlijke en sociale ontwikkeling draagt kunst- en cultuuronderwijs bij aan het fonologisch bewustzijn en de taalontwikkeling van leerlingen. Kunst- en cultuuronderwijs bevordert ook hun creativiteit en culturele betrokkenheid. Expliciete instructie in anders leren denken en aandacht voor een plezierige en belonende ervaring kunnen de impact van kunst- en cultuuronderwijs versterken.
Geactualiseerd: 10 januari 2024
Voor volwassen tweede taalleerders lijkt blended onderwijs ten opzichte van online onderwijs meer effect te sorteren. Wil blended onderwijs voor deze groep succesvol zijn, dan moet de docent naast expert en mentor ook een motivator zijn. Verder dienen leermaterialen en -contexten aan te sluiten bij de dagelijkse praktijk van de deelnemer en de leeractiviteiten betekenisvol te zijn.
Over het effect van de leesmethode Estafette op de technische leesvaardigheid van leerlingen in de groepen 6 tot en met 8 is niets bekend. Er is geen onderzoek gevonden naar de effectiviteit van de methode. Estafette is geïnspireerd op de uitgangspunten van close reading. Daar is wel onderzoek naar verricht, maar close reading richt zich vooral op begrijpend lezen. Eén element van close reading, herhaald lezen, heeft evenwel een duidelijk positief effect op vlot en vloeiend lezen.
Taalactiviteiten die de taalontwikkeling van kleuters in het algemeen stimuleren, zijn interactief voorlezen, mindmapping en dialogische gesprekken voeren. Leerkrachten kunnen veel van deze activiteiten voor kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong richten op hogere cognitieve vaardigheden. Daardoor worden deze kleuters uitgedaagd en verwerven ze nieuwe inzichten.
Het bevorderen en ondersteunen van een ‘samen lerende en onderzoekende schoolcultuur’ en het (her)ontwerpen van het onderwijs kunnen waarschijnlijk indirect het eigenaarschap van leerlingen versterken. Andere mogelijkheden zijn interventies voor praktijknabije professionalisering van leraren en lerarenteams. Bovendien zijn interventies voor het in netwerken (her)ontwerpen en onderzoeken van het onderwijs een optie. Er is echter geen direct onderzoek bekend over welke schoolleidersinterventies het eigenaarschap van leerlingen versterken.