Welke interactieve werkvormen zijn in coronatijd geschikt voor volwassenen die niet digitaal vaardig zijn?

Interactie is belangrijk bij het leren van tweede taal. Vanwege coronamaatregelen is de groepsgrootte echter beperkt. Ook zijn niet alle deelnemers aan volwassenenonderwijs digitaal vaardig genoeg voor online onderwijs. Om hen toch in kleine groepen op anderhalf meter te laten samenwerken aan sociale- en taalvaardigheden, kunnen docenten vier interactieve werkwijzen inzetten: coöperatief leren, Team Based Learning, the Flipped Classroom en Total Physical Response Methode.

Gepubliceerd:

Onderwijs tijdens Coronatijd

Ondanks de beperkingen vanwege de coronamaatregelen (kleine groepen en anderhalf meter afstand houden) is het belangrijk dat deelnemers elkaar blijven ontmoeten. Interactie is immers essentieel bij het leren van een tweede taal om sociale en taalvaardigheden te leren. Docenten kunnen (blended) werkvormen inzetten waarbij deelnemers in kleine groepen samenwerken. Hoewel er geen specifiek onderzoek is gedaan naar deze manier van leren van volwassenen in coronatijd, kan uit ander onderzoek worden afgeleid dat vier werkvormen het meest geschikt zijn.

Coöperatief leren: betere mondelinge vaardigheden en leerresultaten

Coöperatief leren is gebaseerd op praktisch teamwerk, ook in een klein team. Hierbij zijn vijf elementen van belang:

  1. positieve onderlinge afhankelijkheid: deelnemers in het team zijn afhankelijk van elkaars succes;
  2. individuele verantwoording: elke deelnemer krijgt een individuele beoordeling, de resultaten worden aan de groep teruggekoppeld;
  3. face-to-face bevorderende interactie: deelnemers steunen en stimuleren elkaar om taken te voltooien en groepsdoelen te bereiken;
  4. ontwikkeling van sociale vaardigheden: voor een goede samenwerking zijn interpersoonlijke en groepsvaardigheden nodig; men moet hen aanmoedigen die te ontwikkelen.
  5. verduurzaming van de groep: de hele groep moet werken aan identiteit en ontwikkeling als groep. De deelnemers reflecteren periodiek op hoe goed ze functioneren en hun werkproces kunnen verbeteren.

Coöperatief leren verbetert de mondelinge vaardigheden, leerresultaten en motivatie, zo blijkt uit verschillende onderzoeken. Deelnemers leveren hogere prestaties dan bij competitief of individualistisch leren. Ook leren zij zich beter thuis en op school te redden en kunnen ze beter omgaan met conflicten.

Team Based Learning (TBL): betere prestaties en proactieve houding

TBL is een methode, waarbij deelnemers actief samenwerkend leren in groepen van vijf tot zeven personen onder begeleiding van een docent. De methode is gebaseerd op vier uitgangspunten:

  1. zorgvuldige samenstelling van groepen met goede begeleiding van de docent;
  2. verantwoording van deelnemers voor individueel en groepswerk;
  3. frequente onmiddellijke feedback;
  4. beoordelingen die het leren en de teamontwikkeling bevorderen.

Belangrijk bij TBL zijn zelfstudie (ter voorbereiding op het face-to-face onderwijs), individuele toetsing of deelnemers zich hebben voorbereid en teamtoetsing. Ook van belang zijn een mini-lezing door de docent, toepassingssessies door de deelnemers en peerfeedback tijdens het leerproces.
Onderzoek toont aan dat TBL bijdraagt aan prestaties, een proactieve houding en het nemen van initiatief. Deelnemers ervaren het als positief, zowel op individueel als op teamniveau.

Flipped classroom: meer kennis en betere prestaties

Door de inzet van de flipped classroom (of flipping the classroom) krijgen deelnemers buiten de klas (online) nieuwe kennis aangereikt. Bovendien werken ze in de klas (met elkaar) aan verwerking, zoals analyseren, verbinden, toepassen en evalueren onder begeleiding van andere deelnemers of de docent. De vier uitgangspunten zijn:

  1. deelnemers een kans bieden om voor aanvang van de les kennis te verkrijgen;
  2. deelnemers stimuleren om zich voor te bereiden op de les;
  3. materialen en activiteiten bieden om het begrip van deelnemers te kunnen beoordelen;
  4. activiteiten in de klas aanbieden die focussen op hogere cognitieniveaus.

Deze aanpak blijkt een effectieve manier van leren te zijn, ook voor taalonderwijs. Deelnemers krijgen meer kennis en presteren ook op de langere termijn beter.

Total Physical Response (TPR): betere taalvaardigheden

Bij TPR worden spreken en actie door bewegingsactiviteiten aan elkaar gekoppeld. Bijvoorbeeld een deelnemer zegt iets, een ander schrijft het op en de derde voert de handeling uit. Het blijkt ook effectief te zijn bij het leren van een tweede taal. Zo verbetert bijvoorbeeld de leesvaardigheid in vergelijking met conventionele methoden. TPR kan goed in kleine groepen gebruikt worden.

Meer weten?

Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Maurice de Greef (kennismakelaar Kennisrotonde). Hij heeft hiertoe Mieke de Haan (UNESCO Leerstoel Volwasseneneducatie) geconsulteerd.


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

Gerelateerde vragen

    Geactualiseerd: 10 januari 2024

    Door de grote verscheidenheid aan leerdoelen in de volwasseneneducatie kan differentiatie bijdragen aan een hoger leerrendement. Vooral voor taal- en rekentrajecten lijken een sterke directe instructie en variatie in leermiddelen succesvolle manieren van differentiatie. De rol van de docent als expert en mentor blijft hierbij essentieel. Deelnemers zijn tevredener als ze aan een gelijkwaardige docent gekoppeld zijn. Dus een goede afstemming tussen docent en deelnemer helpt om de individuele leerdoelen te behalen.

    Lees meer

    Geactualiseerd: 10 januari 2024

    Toepassing van het vut-model maakt het mogelijk om tijdens inburgeringslessen de volwassen deelnemers een gedifferentieerde en persoonlijke aanpak te bieden. In de voorbereidingsfase stelt de docent samen met de deelnemer de leerdoelen vast. Aansluitend krijgt de deelnemer directe instructie. Vervolgens staat de praktijksituatie van de deelnemer centraal. In deze uitvoeringsfase speelt de docent een grote rol. Dit geldt ook voor de fase van terugkijken. De docent betrekt de deelnemer bij de reflectie en beloont zijn inzet.

    Lees meer