Het vut-model is een van de instrumenten waarmee docenten tijdens het aanleren van de Nederlandse taal een gepersonaliseerde aanpak kunnen bieden aan deelnemers. Het model bestaat uit drie fasen. Voordat de deelnemers een taak uitvoeren, kunnen ze zich oriënteren en voorbereiden op de taak. Na uitvoering van de taak kunnen ze terugblikken op zowel de voorbereiding als de uitvoering.
Een goed begin is het halve werk. Daarom is het belangrijk om de deelnemer te betrekken bij het formuleren van doelen en een directe instructie te geven. Door het benoemen van praktische doelen voor werk en leven, met haalbare tussendoelen, bevordert de docent de motivatie en succeservaringen van de deelnemer.
De voorbereidingsfase kan de docent ook gebruiken om interesse bij de deelnemer te wekken en de beginsituatie te peilen. Door toepassing van het vut-model kan de deelnemer leren te leren. Vooral deelnemers met leerachterstanden hebben baat bij (verlengde) directe instructie tijdens het gedifferentieerd werken.
Uitvoeren: de docent als motivator
Vervolgens stelt de docent de praktijksituatie van de deelnemer centraal. Het persoonlijk contact tussen docent en deelnemer is belangrijk voor de ontwikkeling van de deelnemer. Vooral de betrokkenheid en het motiverend gedrag van de docent beïnvloeden het leerproces. De docent biedt de deelnemer steun en helpt hem om overzicht over het eigen leven te krijgen, en over de factoren die dat beïnvloeden. Verder houdt de docent rekening met het ontwikkelingsniveau van de deelnemer en creëert hij stap voor stap meer ruimte voor zelfsturing en eigen verantwoordelijkheid. Zo worden de eigen ervaringen van de deelnemer gestimuleerd, doordat hij tijdens het leren in aanraking komt met verschillende culturen, desoriënterende dillema’s en denksystemen.
Naast een goede relatie met de docent is het ook van belang dat de deelnemer een positieve band met de andere deelnemers opbouwt.
Terugkijken: constructieve reflectie
Ten slotte betrekt de docent de deelnemer bij de evaluatie van de leerresultaten. Hij schenkt aandacht aan reflectie op de vorderingen die de deelnemer heeft gemaakt en hij beloont tevens diens inzet. Idealiter sluit de reflectie aan bij de cognitieve vermogens, motivaties en ervaringen van de deelnemer. Hierbij kunnen docent en deelnemer reflecteren op concrete activiteiten en resultaten, afgezet tegen de gestelde doelen. Aan de hand van expliciete beoordelingscriteria, die aansluiten bij het startniveau, gaat de docent de dialoog aan met de deelnemer.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Maurice de Greef (kennismakelaar Kennisrotonde).