Antwoorden op onderwijsvragen

De Kennisrotonde beantwoordt onderwijsvragen op basis van kennis uit onderzoek. De antwoorden helpen jou om wetenschappelijk onderbouwde keuzes te maken in de praktijk. Heb je niet gevonden waar je naar op zoek bent? Stel dan zelf jouw onderwijsvraag!

19 resultaten

    De taalontwikkeling van kleuters kun je bevorderen met verschillende pedagogisch-didactische aanpakken. Vooral (interactief) voorlezen en gesprekken stimuleren zijn zinvol. Dat kunnen gesprekken zijn tussen kleuters en volwassenen, zoals de leerkracht, of tussen kleuters onderling. Didactische middelen als praatplaten en digitale prentenboeken kunnen ook positief uitwerken op de taalontwikkeling van kleuters, net als een rijke leercontext van spel en natuur.

    Lees meer

    Het is onduidelijk welke effecten kortdurende praktijkgerichte projecten en activiteiten hebben op de interesse en keuze van basisschoolleerlingen voor techniek. Direct na afloop van zo’n activiteit zijn leerlingen meestal meer geïnteresseerd, maar dat lijkt na verloop van tijd af te nemen. Bij Nederlandse middelbare schoolleerlingen kon ook direct na afloop geen effect op techniek-interesse worden vastgesteld. Er zijn aanwijzingen dat bij langer lopende schoolinterventies, en die waar leerlingen zich vrijwillig voor aanmelden, er wel op de langere termijn een verschil in is in interesse én studiekeuze.

    Lees meer

    Modelling (een taak voordoen en de denkstappen verwoorden) lijkt vooral effectief als het bestaat uit drie samenhangende componenten: demonstreren, situeren en abstraheren. Je bevordert de effectiviteit als je je leerlingen daarbij hogere-ordevragen stelt die diep leren stimuleren. Datzelfde geldt voor laten zien hoe je omgaat met fouten of wat je moet doen als je vastloopt. Daarnaast moet de modelling aansluiten bij het niveau en de leerbehoeften van je leerlingen.

    Lees meer

    Welke pedagogische competenties ervoor zorgen dat een leraar zich handelingsbekwaam voelt om maatschappelijk uitdagende onderwerpen te behandelen, is niet bekend. Wel weten we dat lerarenopleidingen hun studenten hierop voorbereiden door specifieke competenties te stimuleren. Maar wat het effect daarvan is op hun gevoel van handelingsbekwaamheid, weten we niet precies. Uit één Nederlandse studie komen aanwijzingen dat studenten die oefenen met vaardigheden om gevoelige onderwerpen te bespreken, zich handelingsbekwamer voelen.

    Lees meer

    Leerlingen en studenten die nu onderwijs volgen, ook wel Gen Z genoemd, kunnen met verschillende (inter)actieve werkvormen actief meebeslissen over hun onderwijs. Onderzoek naar curriculum-onderhandeling, pedagogic voice, Triple I en Digi-Pals geeft aanwijzingen dat deze werkvormen bijdragen aan de student voice van leerlingen en studenten. Bijvoorbeeld door ze verantwoordelijkheid te geven bij het ontwerpen, uitvoeren en evalueren van lessen.

    Lees meer

    Er is nauwelijks onderzoek bekend naar de relatie tussen rijmvaardigheid en de spreek-, luister- of schrijfontwikkeling. Alleen wat betreft de (latere) leesontwikkeling is er in verschillende talen een relatie aangetoond met rijmen. Meer dan rijmen blijkt het fonemisch bewustzijn – het besef dat woorden zijn opgebouwd uit afzonderlijke klanken die corresponderen met lettertekens – samen te hangen met de leesontwikkeling.

    Lees meer

    Werken met thema’s vraagt om zorgvuldige keuzes waarbij samenhang belangrijk is, zowel binnen als tussen de thema’s. De thema’s moeten aansluiten bij de belevingswereld van de leerlingen en uitdagend, gevarieerd, betekenisvol en kennisrijk zijn. Een helder overzicht van de te bereiken ontwikkelingsdoelen en leerlijnen voor de leerlingen vormt het uitgangspunt bij de keuze van de thema’s. Of tweejaarlijks thema’s vaststellen voor groep 1 en 2 bijdraagt aan het behalen van ontwikkelingsdoelen is niet duidelijk. Die werkwijze is niet als zodanig onderzocht.

    Lees meer

    De vorm van aanvulaantekeningen heeft waarschijnlijk invloed op hoe goed leerlingen de stof verwerken als ze aantekeningen maken. Het is echter niet duidelijk welke vorm wanneer het meest geschikt is voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. Het lijkt uit te maken hoe complex de informatie is die leerlingen moeten leren en welke vaardigheden ze moeten gebruiken. Het meest geschikt voor complexe informatie is een matrix of een andere vorm waarin relaties tussen onderwerpen worden gelegd. Zo’n ordenende vorm zorgt ook voor betere leerresultaten bij leerlingen die moeite hebben om zelf informatie te structureren.

    Lees meer

    Effectieve activerende didactiek heeft een aantal algemene kenmerken die niet specifiek aan een onderwijssector gebonden zijn, maar daar uiteraard wel een eigen invulling moeten krijgen. Specifiek voor het mbo is de grote diversiteit in de studentenpopulatie, waardoor differentiëren belangrijk maar ook heel lastig is. Aan de andere kant biedt het mbo vanwege het beroepsgerichte karakter ook specifieke kansen voor activerende didactiek, die studenten helpt om hun beroepskennis, beroepsmatig handelen en een initiële beroepsidentiteit te ontwikkelen.

    Lees meer

    Een goede groepsopdracht is open en nodigt uit tot een onderzoekende houding. Het is van belang dat leerlingen elkaar nodig hebben om de opdracht tot een succesvol einde te brengen. Dat kan door een gemeenschappelijk doel te creëren of door taken te verdelen. Op die manier kan een groepsopdracht zorgen voor kennisontwikkeling en ontwikkeling van sociale vaardigheden. Leraren moeten de taakgerichte interactie tussen leerlingen wel stimuleren en ervoor zorgen dat alle groepsleden zich in gelijke mate inspannen. Dat kunnen leraren doen door te letten op de groepsgrootte en passende begeleidingsstrategieën in te zetten.

    Lees meer