Veelgebruikte vormen van aanvulaantekeningen zijn outlines, gatenteksten en matrices. In een outline staan de hoofdonderwerpen en thema’s van een les. Leerlingen kunnen die aanvullen. In een gatentekst zijn kernwoorden weggelaten, die leerlingen moeten invullen. Nieuwe informatie ordenen doen leerlingen in een matrix, een tabelvorm.
Aantekeningen doornemen is bewezen effectief
Aantekeningen maken en daarna doornemen, zorgt ervoor dat leerlingen iets beter leren dan wanneer zij dat niet doen. Vooral het doornemen van aantekeningen is bewezen effectief. Het effect van aantekeningen maken is minder eenduidig, behalve wanneer leerlingen de informatie ordenen en structureren. Dan verwerken ze de nieuwe informatie actief en koppelen ze deze aan eerdere kennis. Letterlijk en chronologisch meeschrijven met wat een docent vertelt tijdens een les, helpt leerlingen duidelijk minder.
Geordend aantekeningen maken vereist hogere cognitieve vaardigheden dan meeschrijven. Docenten kunnen die cognitieve belasting voor leerlingen verminderen door hen aanvulaantekeningen te geven. Dit zijn hand-outs in een bepaald kader die leerlingen tijdens de les ondersteunen bij aantekeningen maken. Op die manier noteren leerlingen meer onderwerpen, maken ze completere aantekeningen en behalen ze hogere quizscores dan met eigen aantekeningen.
Het is niet duidelijk of een bepaalde vorm van aanvulaantekeningen zorgt voor betere leerresultaten dan een andere vorm. In sommige studies scoren leerlingen met matrices beter dan met outlines; andere studies laten geen verschil zien.
Er zijn wel aanwijzingen dat het uitmaakt welk soort informatie leerlingen moeten leren en of een dieper begrip van de stof nodig is. Matrices lijken meer passend dan outlines als leerlingen begrip over sub-onderwerpen heen moeten opdoen, of relaties tussen concepten moeten leren. Leerlingen die aantekeningen in matrix-vorm maken, scoren hoger op een test waarbij ze (nieuwe) voorbeelden van een therapie moeten linken aan een theorie dan leerlingen met outlines.
Effectiviteit van vorm hangt samen met niveau van leerlingen
Naast de invloed van het soort informatie dat leerlingen moeten leren, zijn er aanwijzingen dat het niveau van leerlingen van invloed is op het effect van de vorm van aanvulaantekeningen. Leerlingen met lagere cognitieve vaardigheden, zoals geheugen en wiskundig vermogen, hebben minder baat bij het zelf maken van aantekeningen dan leerlingen met hogere cognitieve vaardigheden. Juist jongere leerlingen en middelbare scholieren die moeite hebben met leren, hebben profijt van aanvulaantekeningen.
Verder lijkt het erop dat leerlingen die minder goed zijn in het structureren van informatie, alleen baat hebben bij aanvulaantekeningen die relaties tussen onderwerpen weergeven. Dat kan ook in de vorm van uitgebreide illustraties met tekst. Deze leerlingen scoren niet anders met een outline in vergelijking met volledig eigen aantekeningen maken. Voor leerlingen daarentegen die uit zichzelf al goed zijn in het structureren van informatie is een outline al voldoende om hoger te scoren op de test dan met eigen aantekeningen.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Maartje Kouwenberg (kennismakelaar Kennisrotonde).