Meer rendement halen uit aantekeningen
Een eerder antwoord van de Kennisrotonde over aantekeningen was voor Suzanne Corrò, invaldocent aardrijkskunde en geschiedenis op het Etty Hillesum Lyceum in Deventer, de trigger om zelf een vraag in te dienen. “In het antwoord stond dat geordend aantekeningen maken hogere cognitieve vaardigheden vereist dan meeschrijven. En dat docenten die cognitieve belasting kunnen verminderen door leerlingen aanvulaantekeningen te geven. Dat maakte mij nieuwsgierig, want met welke vormen van aanvulaantekeningen halen ze dan de beste leerresultaten?”
Interview Suzanne Corrò
Eerst dacht ik er niet zo over na als ik leerlingen aantekeningen liet maken. Nu realiseer ik me dat je uit die aantekeningen zoveel meer rendement kunt halen
November 2024
Suzanne: “Vaak wordt gezegd dat pubers - en zeker vmbo-leerlingen - het erg lastig vinden om de essentie uit een tekst te halen. Ze moeten zoveel dingen tegelijk doen: naar de docent luisteren, snappen wat er gezegd wordt én bepalen wat ze moeten opschrijven. Ik vroeg me af hoe ik ze als docent kan helpen om goede aantekeningen te maken. Want dat is toch een vaardigheid die ze moeten leren. Als ze later bijvoorbeeld als telefoniste een telefoongesprek hebben, moeten ze ook kunnen opschrijven waar het om ging.”
Uit het antwoord blijkt dat de vorm van aanvulaantekeningen waarschijnlijk invloed heeft op hoe goed leerlingen de stof verwerken. Het is echter niet duidelijk welke vorm wanneer het meest geschikt is voor vo-leerlingen. Het lijkt uit te maken hoe complex de informatie is die leerlingen moeten leren en welke vaardigheden ze moeten gebruiken.
Overschrijven en gatenteksten
Suzanne heeft zelf verschillende vormen van aantekeningen gebruikt. “Eerst heb ik leerlingen aantekeningen van het bord laten overschrijven. Daarna heb ik ze een blad met mijn aantekeningen gegeven waarin ze tijdens mijn les ontbrekende woorden moesten invullen. Op die manier zijn ze drie keer bezig met de lesstof: als ik het vertel, als ze moeten bepalen welk woord ze moeten invullen en bij de bespreking achteraf”, aldus Suzanne.
Tijdens het nagesprek met de kennismakelaar Maartje Kouwenberg kwam ook de Cornell-methode ter sprake. Ook die heeft Suzanne inmiddels uitgeprobeerd. “Daarbij verdeel je het papier in vier vakken. In het eerste vakje zetten leerlingen het onderwerp en in het tweede hun notities. In het derde vak kunnen ze bijvoorbeeld belangrijke sleutelwoorden opschrijven, waarvoor ik suggesties kan doen. In het vierde vak schrijven ze op wat ze geleerd hebben van de les. Ik merkte dat deze werkwijze voor sommige leerlingen nog wel even wennen was. Het is ook nog te vroeg om te kunnen zeggen of ze er beter door zijn gaan leren. Wat ik wél weet, is dat ze het heel erg leuk vonden, hun betrokkenheid om mee te doen was echt groter.”
Differentiëren
In het antwoord van de Kennisrotonde staat ook dat het niveau van leerlingen van invloed lijkt te zijn op het effect van de vorm van aanvulaantekeningen. Zo blijkt dat leerlingen met lagere cognitieve vaardigheden, zoals geheugen en wiskundig vermogen, minder baat hebben bij het zelf maken van aantekeningen dan leerlingen met hogere cognitieve vaardigheden. Als volgende stap wil Suzanne dan ook gaan differentiëren met de aantekeningen. “Een deel van de leerlingen krijgt dan een gatentekst waarin ze woorden moeten invullen. Leerlingen die het al goed snappen, geef ik een outline waarin ze zelf de kernwoorden en dergelijke moeten opschrijven.”
Meer rendement uit aantekeningen
Suzanne kijkt positief terug op haar ervaring met de Kennisrotonde. “Ik vond het ontzettend leuk om zo aan de hand meegenomen te worden door de kennismakelaar. Dat motiveerde mij enorm om hiermee serieus aan de slag te gaan. Het is ook fijn om praktische tools te krijgen waarmee je direct de volgende dag kunt beginnen. Het antwoord was voor mij een eyeopener. Eerst dacht ik er niet zo over na als ik leerlingen aantekeningen liet maken. Nu realiseer ik me dat je uit die aantekeningen zoveel meer rendement kunt halen. In het antwoord lees je dingen die je ergens wel weet, maar die nu bevestigd worden door literatuuronderzoek. Oftewel, we zijn de goede dingen aan het doen, hoe tof is dat!”
Hier vind je het uitgebreide antwoord op deze onderzoeksvraag
-
Meer antwoorden
Vele leraren en andere onderwijsprofessionals stelden ook al een vraag aan de Kennisrotonde.