Of een activiteit op de werkplek bijdraagt aan de taalontwikkeling van volwassen NT2-leerders is afhankelijk van de context. In zijn algemeenheid: activiteiten die aansluiten op de leerbehoeften van deelnemers vergroten de effectiviteit. Door een analyse van vereiste vaardigheden op de werkplek, is het mogelijk activiteiten daarop toe te spitsen. Het is van belang om alle partijen, ook de deelnemers, bij het leertraject te betrekken. Het is een pre als docenten ervaring hebben met het geven van taaltrajecten op de werkplek.
Geactualiseerd: 6 mei 2024
Het lijkt zinvol leerlingen te betrekken bij afval- en milieuproblematiek. De school kan leerlingen ondersteunen bij hun persoonlijke waardenontwikkeling, bij het maken van keuzes en het ontwikkelen van nieuwe gewoonten. Of dit voldoende is voor duurzaam afvalgedrag buiten de schoolmuren is niet bekend. Het bevorderen van blijvende gedragsverandering in het algemeen is sowieso een complexe aangelegenheid.
De spellingontwikkeling van leerlingen is gebaat bij systematische en expliciete instructie in letter-klankkoppelingen en spellingregels. Daarnaast hebben technisch leesonderwijs en woordbekendheid een positief effect op de spellingvaardigheid. Veelvuldige blootstelling aan meerlettergrepige woorden met een open lettergreep kan de spellingvaardigheid dus bevorderen. Er is echter geen specifiek onderzoek gedaan naar het eerder aanbieden van woorden met open lettergrepen in groep 3.
Het maakt uit of een docent beschikt over kennis over rekenen en over pedagogische vakkennis om op verschillende manieren rekenen aan te leren. Wanneer docenten over deze specifieke kennis beschikken, gaan volwassen deelnemers meer vooruit. Het koppelen van rekenen aan het beroep of een praktijksituatie zorgt voor succesvollere leerresultaten. Connectionist teaching kan die koppeling versterken. Deze onderwijsvorm legt een sterke verbinding met de buitenwereld en tussen verschillende rekenonderdelen.
In elke kleuterklas zitten kinderen die verlegen, afwachtend en/of stil zijn. Mogelijke verklaringen hiervoor zijn het temperament van kleuters (erg verlegen) of dat ze in een toekijkende fase zitten. In heel uitzonderlijke gevallen is er sprake van selectief mutisme (stil gedrag). Voor de meeste van deze kleuters is geen interventie nodig om ze met activiteiten mee te laten doen. Het gedrag gaat vanzelf over.
Reflectie op het eigen leerproces is zinvol voor basisschoolleerlingen, al vanaf de onderbouw. Leerkrachten kunnen hiervoor instrumenten als rubrics en portfolio’s gebruiken. Daarnaast zijn er leergangen, methodieken en tools voor leerlingen. Voorbeelden van programma’s die bedoeld zijn om reflectie te stimuleren zijn Tools of the Mind (onderbouw), reflectieschrijfopdrachten (middenbouw) en Denken om te leren (bovenbouw). Nog niet al deze methoden zijn goed onderzocht op effectiviteit.
De Cito-LVS woordenschattoetsen zijn beperkt bruikbaar om de ontwikkeling van taalzwakke leerlingen te volgen. Ze zijn namelijk genormeerd op basis van een ‘gemiddelde’ groep leerlingen. Vaardigheidsscores zijn wel bruikbaar, als taalzwakke leerlingen toetsen van een lagere groep maken. Om de opbrengst van het woordenschatonderwijs te meten, is een methodegebonden toets meer geschikt.
Geactualiseerd: juli 2024
Voor hoogbegaafde leerlingen is verrijking van lesstof effectief. Of dat ook opgaat voor goede spellers is niet onderzocht. Wel is bekend dat het vergroten van de taalkundige kennis met aandacht voor spellingprincipes bij brugklassers effectief is. Deze aanpak maakt nu geen deel uit van het taalonderwijs op de basisschool. Het zou geschikt verdiepend aanbod kunnen zijn voor goede spellers in de bovenbouw van de basisschool. Overigens zouden ook mindere spellers baat kunnen hebben bij dit aanbod.
Bij het begrijpend leesonderwijs aan zwakbegaafde leerlingen moeten leerkrachten zorgen voor een breed aanbod en voldoende leestijd. Ze geven systematische en expliciete instructie. De leerlingen krijgen veel gelegenheid om (begrijpend) lezen te oefenen. Effectieve instructieprincipes zijn feedback geven, positief bevestigen en belonen, en cumulatief toetsen. Ook ondersteuningskaarten kunnen deze leerlingen helpen bij het begrijpend lezen.
Geactualiseerd: 12 maart 2024
Kinderen laten na training in cognitieve flexibiliteittaken in het algemeen verbeteringen op die taken zien. Bij kinderen met een Autisme Spectrum Stoornis (ASS) is dat minder duidelijk. Evenmin is duidelijk of kinderen door deze trainingen in de klas of in het dagelijkse leven minder problemen met cognitieve flexibiliteit tonen. Een meer samenhangend cognitief gedragsprogramma (Unstuck and On Target) laat bij kinderen met ASS enige bemoedigende resultaten zien.