Bijna ieder kind en iedere adolescent heeft wel eens last van verlegenheid. In de meeste gevallen leidt dat niet tot ernstige problemen. In serieuze situaties kan een interventie in of buiten de klas behulpzaam zijn. Dat geldt eveneens voor afwachtend of stil gedrag.
Ieder kind heeft een eigen temperament
Er zijn, ook bij heel jonge kinderen, vier typen temperament te onderscheiden: introvert, extravert, neurotisch en stabiel. Kinderen met een introvert karakter zijn verlegen of teruggetrokken bij mensen, objecten en situaties die ongebruikelijk of onbekend zijn. Peuters die op tweejarige leeftijd verlegen zijn, laten vaak nog steeds verlegen gedrag zien wanneer zij vier of zeven jaar oud zijn.
Tijdens kringactiviteiten vertonen verlegen kleuters veel teruggetrokken gedrag en geven ze aan taken niet te kunnen uitvoeren. In vrij spel-situaties en bij zelfstandig werk, mijden verlegen kleuters contact met andere kinderen en voeren ze opdrachten niet uit. Ze spelen weinig samen.
Toekijkend gedrag als opmaat tot samenspel
Kleuters komen vaak tot samenspel in drie fases: van toekijkend gedrag via parallelspel naar coöperatief sociaal spel. Als toeschouwer leert het kind van de ander, gaat het na of het interessant is en bepaalt het het moment wanneer het mee gaat doen aan de activiteit. Het kind sluit zich niet af voor zijn omgeving.
Met de loop der kleuterjaren neemt toekijkend gedrag af en het sociaal interactieve spel toe. Kleuters die wat langer in de toekijkende fase blijven hangen, nemen dan later deel aan individuele en groepsactiviteiten in de klas.
Selectief mutisme
Hardnekkig zwijgen van kinderen op school terwijl er geen duidelijke reden voor is, staat bekend als selectief mutisme. Niet willen praten in bepaalde omgevingen of situaties openbaart zich meestal tussen de drie- en vijfjarige leeftijd. Naar schatting hebben zeven op de duizend kinderen in de leeftijd van 4 tot 8 jaar selectief mutisme. Kinderen die hier last van hebben, ontwikkelen ook vaak andere angststoornissen. Mogelijk speelt erfelijke overdraagbaarheid hier een rol.
Wat de leerkracht kan doen
Niet mee willen doen, verlegen of sociaal angstig zijn, zijn normale verschijnselen in de kindertijd. Meestal zijn de symptomen en gevolgen mild en van korte duur. Voor langdurige problemen of extreme situaties valt het inzetten van een interventie te overwegen. Onderzoek naar wat de leerkracht kan doen om verlegen, afwachtende en stille kinderen te betrekken bij activiteiten in de klas, is schaars. Wel zijn er enkele programma’s en trainingen beschikbaar die speciaal bedoeld zijn voor deze kinderen.
Kanjertraining
Een van die programma’s voor kinderen die sociaal teruggetrokken gedrag vertonen, is de Kanjertraining. Dit programma ondersteunt kinderen van 4 tot 16 jaar in sociaal gedrag. De training wordt schoolbreed ingezet, met elke week klassikale lessen. Deze interventie heeft het predikaat ‘effectief volgens sterke aanwijzingen’. Deelname aan de Kanjertraining in het basisonderwijs of in een klinische setting leidt tot een toename van sociaal gedrag.
Zippy’s vrienden
Een preventief programma voor kinderen van 5-10 jaar is Zippy’s vrienden. Dit programma ondersteunt de sociale en emotionele vaardigheden van kinderen door middel van rollenspellen. Zippy’s vrienden is effectief voor het werken aan individuele taken, het zelfbewustzijn en het ontwikkelen van sociale vaardigheden. Daarnaast lijkt er een positief effect te zijn op sociaal-emotionele vaardigheden en vermindering van gedragsproblemen.
Meer weten?
Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Anja van Hirtum-Smits (antwoordspecialist) en Sandra Beekhoven (kennismakelaar Kennisrotonde).