Antwoorden op onderwijsvragen

De Kennisrotonde beantwoordt onderwijsvragen op basis van kennis uit onderzoek. De antwoorden helpen jou om wetenschappelijk onderbouwde keuzes te maken in de praktijk. Heb je niet gevonden waar je naar op zoek bent? Stel dan zelf jouw onderwijsvraag!

366 resultaten

    Portfolio-instrumenten zoals een persoonlijk ontwikkelplan of persoonlijk actieplan kunnen positieve effecten hebben op motivatie, zelfreflectie en zelfregulerend leren, maar alleen als studenten hierbij individuele begeleiding krijgen. De begeleiding moet van voldoende kwaliteit en intensiteit zijn, waarbij de student centraal staat, niet het instrument. Cruciaal is dat de begeleider de student ondersteunt in de ontwikkeling van zelfsturende vaardigheden.

    Lees meer

    Om goed te kunnen spellen heeft een leerling taalkundige kennis nodig, onder andere over de structuur en betekenis van woorden. Door expliciet aandacht te besteden aan woordstructuur in de spellingdidactiek verbetert de spellingvaardigheid van leerlingen. Aandacht voor woordbetekenis heeft een positief effect op technische leesvaardigheid en aannemelijk is dat dit ook geldt voor spelling. Leerlingen blijken woorden waarvan ze de betekenis kregen uitgelegd beter te spellen.

    Lees meer

    Vrij gebruik van smartphones, tablets en laptops tijdens de lessen heeft een negatief effect op leerprestaties. Waarschijnlijk is de aandacht die sociale media en berichtenverkeer opeisen daarvan de belangrijkste oorzaak. Leerlingen in het voortgezet onderwijs en mbo-studenten worden te veel afgeleid en kunnen zich niet concentreren op de leertaak. Er zijn aanwijzingen dat vooral lager presterende leerlingen deze negatieve effecten ondervinden. Een verbod op het bezit van smartphones op school kan de concentratie bij leerlingen tijdens de les verbeteren en daarmee hun leerprestaties.

    Lees meer

    Woorden opschrijven uit het geheugen en peer- en zelfevaluatie bevorderen de spellingvaardigheid van leerlingen. Een visuele weergave van spellingregels zou leerlingen daarbij kunnen helpen. Op veel scholen hangen dan ook spellingregels in de klas om leerlingen te ondersteunen bij het automatiseren en toepassen van de spellingregels bij spellingopdrachten. Er is echter geen onderzoek bekend naar het effect daarvan.

    Lees meer

    Interactief voorlezen op school heeft een positief effect op de woordenschat en de spreekvaardigheid van leerlingen van verschillende leeftijden. Het is aannemelijk dat dit ook voor peuters op de peuterspeelzaal geldt. Leerkrachten kunnen bijdragen aan de effectiviteit van interactief voorlezen. Bijvoorbeeld door alle leerlingen er actief bij te betrekken, verdiepende vragen te stellen, feedback te geven en het taalgebruik af te stemmen op de leerling. Onderzoek naar effecten op de denkontwikkeling van peuters ontbreekt.

    Lees meer

    Een rijke schooldag ingevuld met extra beweging heeft gunstige effecten op het terugdringen van obesitas onder leerlingen als het wordt gecombineerd met gezonde voeding. Extra bewegen kan bijdragen aan hogere rekenprestaties als het langdurig en intensief wordt ingezet. Dat houdt in: meerjarig en minimaal drie sessies van elk gemiddeld één uur extra beweging per week. Of dat ook leidt tot betere prestaties voor taal en spelling is niet zeker.

    Lees meer

    In groep 4 leren kinderen woorden schrijven die niet klankzuiver zijn: je schrijft ze niet zoals je ze hoort. Om de juiste schrijfwijze te automatiseren is het effectief om te werken aan het spellingbewustzijn van leerlingen. Ook onmiddellijke en informatieve feedback geven helpt om de juiste spellingwijze in te slijpen. Daarnaast blijkt uit onderzoek bij oudere leerlingen dat visuele preview, waarbij een dicteewoord eerst kort visueel wordt getoond, ook effectief is.

    Lees meer

    Erfelijkheid speelt een rol bij de ontwikkeling van bepaalde taalproblemen. Daarom hebben kinderen met een oudere broer of zus met een taalontwikkelingsstoornis een grotere kans op taalproblemen. Dit is vooral het geval als de oudere broer of zus een stoornis heeft die zich uit in een achterstand in grammatica, zinsopbouw en zinsformulering. Een achterblijvende woordenschat brengt geen verhoogd risico met zich mee op de ontwikkeling van taalproblemen bij een jonger broertje of zusje.

    Lees meer

    Voor veel leerlingen is het makkelijker om eerst de digitale klok te leren. Voor leerlingen met rekenproblemen lijkt de volgorde digitaal of analoog meestal niet uit te maken. Alleen als zij bij de ene vorm duidelijk meer fouten maken dan bij de andere, hebben ze er baat bij om de voor hen gemakkelijkere variant als eerste te leren. Leren klokkijken vraagt hoe dan ook veel oefening.

    Lees meer

    Een sensorisch hulpmiddel eenmalig inzetten, zoals een wiebelkussen of hoofdtelefoon, leidt niet tot verbetering van taakgericht werken. Wel zijn er aanwijzingen dat sensorische hulpmiddelen effectief kunnen zijn, wanneer ze aansluiten bij het individuele patroon van prikkelverwerking van de leerling. Leerlingen kunnen ze het best langdurig gebruiken, zodat ze wennen aan een hulpmiddel. Daarnaast kunnen leerkrachten de leeromgeving zo aanpassen dat leerlingen hun aandacht op een taak kunnen richten en vasthouden.

    Lees meer