Bij leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) lijken vooral eerdere leerprestaties en taal- en geletterdheidsvaardigheden belangrijke voorspellers van leerresultaten in het vo. Niet-talige factoren, zoals IQ en werkgeheugen, kunnen ook een rol spelen, maar hiervoor is minder direct bewijs. Er zijn daarnaast aanwijzingen dat executieve functies en sociaal-emotionele kenmerken relevant zijn, maar er is onvoldoende grond om ze als belangrijke voorspellers van latere leerresultaten te zien.
Er is weinig bewijs dat kinderen met leesproblemen hun voortgezet technische leesvaardigheden verbeteren wanneer ze oefenen met losse woorden lezen. Om de leessnelheid te verbeteren lijken hele teksten effectiever of even effectief. Ook rekening houden met het leesplezier, is belangrijk. Wanneer leerlingen hele teksten lezen die aansluiten bij hun interesses, lezen ze met plezier en maken ze meer leeskilometers.
Wanneer leerlingen coöperatief schrijven, dus in duo’s of kleine groepjes een gedicht of een verhaal schrijven, gaat de kwaliteit van de tekst vooruit. Dit geldt voor leerlingen van groep 3 tot en met groep 8 uit zowel regulier als speciaal basisonderwijs. Wel moet je als leerkracht bij coöperatief schrijven het doel specifiek formuleren en de samenwerking goed (voor)structureren.
De veerkracht van tijdelijk thuiszittende vso‑leerlingen kun je versterken door cognitieve gedragstherapie en programma’s waarin verschillende aanpakken worden gecombineerd in te zetten. Verder kun je als onderwijs- of zorgprofessional zorgen voor ouderbetrokkenheid, een contextgevoelige aanpak, een vroege inzet van interventies en continuïteit tijdens en na terugkeer naar school.
Het lijkt effectiever om leerlingen in de beginfase van het letteronderwijs, meerdere letters per week aan te bieden. Kinderen die in een hoger tempo letters leren, presteren beter op letterkennis, woordlezen en spelling. Doordat zij het alfabet in een relatief korte periode doorlopen, ontstaat er meer ruimte voor herhaling – cruciaal om letters te onthouden.
Empirisch onderzoek naar de wijze waarop schoolbesturen bijdragen aan evidence-informed werken is nauwelijks beschikbaar. Het is wel bekend dat leraren en directies behoefte hebben aan bestuurlijke steun om evidence-informed te kunnen werken. Een gezamenlijke visie op evidence-informed werken is daarbij belangrijk. Daarnaast zijn tijd, faciliteiten, scholing en samenwerking met andere scholen ondersteunend.
Onderzoek naar leesbevordering bij zwakke lezers laat zien dat methoden die het geloof in eigen competentie versterken en de interesses van leerlingen aanspreken effectief zijn. Net als methoden die keuzevrijheid geven en sociale verbondenheid stimuleren. Het is aannemelijk dat kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) of slechthorende kinderen hier ook baat bij hebben. Specifiek naar effectieve methoden om lezen te bevorderen bij kinderen met een TOS of slechthorende kinderen, is geen onderzoek gedaan.
Welke pedagogische competenties ervoor zorgen dat een leraar zich handelingsbekwaam voelt om maatschappelijk uitdagende onderwerpen te behandelen, is niet bekend. Wel weten we dat lerarenopleidingen hun studenten hierop voorbereiden door specifieke competenties te stimuleren. Maar wat het effect daarvan is op hun gevoel van handelingsbekwaamheid, weten we niet precies. Uit één Nederlandse studie komen aanwijzingen dat studenten die oefenen met vaardigheden om gevoelige onderwerpen te bespreken, zich handelingsbekwamer voelen.
Spelenderwijs voorbeeldgedrag laten zien, sociaal samenspel tussen leerlingen stimuleren en passend gedrag bekrachtigen ondersteunt de sociaal-emotionele ontwikkeling van zeer moeilijk lerende leerlingen. Ook ouders en verzorgers betrekken helpt deze leerlingen om thuis verder te oefenen met hun sociaal-emotionele ontwikkeling.
Er zijn aanwijzingen uit internationaal onderzoek dat cultuureducatie kan bijdragen aan een aantal sociaal-emotionele vaardigheden van leerlingen in het speciaal onderwijs. Het gaat bijvoorbeeld om samenwerken, zelf beslissingen nemen, jezelf uiten en je verplaatsen in anderen. Deze competenties vallen voor een deel ook onder burgerschap. Of cultuureducatie specifiek in het Nederlandse vso de sociaal-emotionele vaardigheden en burgerschapscompetenties van leerlingen bevordert, is onduidelijk. Daar is (nog) geen onderzoek naar gedaan.