Verschillende factoren dragen bij aan een voor leerlingen succesvolle overgang van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs. Belangrijk is dat leerlingen zich thuis voelen op de middelbare school. Daarnaast gaat het om werken aan relaties tussen leerlingen en leraren en aandacht hebben voor relaties tussen leerlingen onderling. Maar ook een doorlopende pedagogisch-didactische lijn uitzetten en ouders bij het proces betrekken.
Schoolwelbevinden van leerlingen in het voortgezet onderwijs hangt nauwelijks samen met schoolgrootte. Belangrijker zijn factoren als de dagelijks door hen ervaren schoolomgeving, de pedagogisch-didactische aanpak en inspraakmogelijkheden. Wel blijkt dat leerlingen op grote scholen zich wat veiliger voelen. Verder zijn er aannames dat vmbo-leerlingen gebaat zijn bij een kleinere school en vwo-leerlingen bij een grotere school.
Bij jonge leerlingen bevordert het inzetten van de moedertaal de woordenschat in de tweede taal. Het is waarschijnlijk dat dit ook geldt voor oudere leerlingen. Want, als woorden uit verschillende talen met elkaar verbonden worden in de hersenen, verwerkt de persoon deze woorden efficiënter en leert hij of zij de woorden makkelijker. Wanneer leerlingen hun moedertaal in de klas mogen gebruiken, bevordert dit het leren van het Nederlands en het begrip van de lesstof van andere vakken.
Geactualiseerd: oktober 2024
Kopklassen hebben een positief effect op de onderwijskansen van leerlingen. Kinderen die na groep 8 een jaar extra taalonderwijs krijgen voordat ze naar de brugklas gaan, stromen vaker door naar een hoger onderwijsniveau. Ook de vmbo-tussenklas pakt positief uit. Ongeveer 85 procent van de leerlingen die anders naar het speciaal- of praktijkonderwijs zouden gaan, kan door naar het regulier vmbo-onderwijs (basis- of kader). Onderzoek naar effecten van tussenklassen zoals Groep 9, of Tienercollege, is niet bekend.
Feedback in de vorm van cijfers op leerprestaties zorgt voor betere prestaties dan wanneer leerlingen geen feedback ontvangen. Schriftelijk commentaar in plaats van een cijfer levert nog betere leerprestaties op. Naar het directe effect van cijfers krijgen voor summatieve toetsen op de mate waarin leerlingen zich inspannen om te leren voor een andere toets is geen onderzoek gedaan.
Twee factoren zijn van belang bij geïntegreerde leertrajecten. Als leerlingen en studenten extra ondersteuning krijgen, is de kans groter dat ze het leertraject succesvol afronden. Daarnaast lijken leerlingen en studenten gebaat te zijn bij een gecombineerde inzet van docenten. Een aparte docent die hen basisvaardigheden als taal aanleert, naast een docent voor beroepsvaardigheden.
Leraren kunnen het leesgedrag van leerlingen positief beïnvloeden door rekening te houden met hun leesvoorkeuren en competentieniveau. Belangrijk is dat leerlingen de overtuiging hebben dat lezen binnen hun vermogen ligt. Daarbij helpt het als ze zelf boeken kunnen kiezen. Door feedback te geven, kunnen leraren succesvolle leeservaringen van leerlingen versterken. Verplichte leesmomenten in de klas zorgen voor leesroutines. Praten over boeken en leeservaringen uitwisselen, kunnen ook leiden tot positief leesgedrag.
Cumulatief toetsen zorgt voor een betere beheersing van de lesstof. Dat komt doordat kennis die leerlingen vaker moeten activeren, beter in het geheugen wordt opgeslagen. De herhaling, en niet zozeer de stapeling van lesstof, zorgt voor het effect. Ook op de langere termijn – na anderhalf jaar – blijkt dat leerlingen de kennis die cumulatief is getoetst makkelijker uit het geheugen ophalen. Makkelijker dan kennis via losse toetsen.
In het voortgezet onderwijs heeft klassenverkleining op zich geen sterke invloed op leerprestaties. Een kleine klas biedt wel voordelen die leraren kunnen benutten. Ze kunnen bijvoorbeeld instructie en feedback beter afstemmen op de individuele leerlingen. Gevarieerd, uitdagend onderwijs en goed georganiseerd samenwerkend leren hebben wel een positief effect op leerprestaties en dat is in een kleine klas beter te realiseren. Dat geldt ook voor scaffolding, een leerstrategie waarbij leerlingen zelfstandig nadenken en stapsgewijze instructie krijgen, passend bij hun ontwikkelingsniveau.
Een bijgesteld schooladvies voorspelt het onderwijsniveau van leerlingen in het derde leerjaar voortgezet onderwijs beter dan een niet-bijgesteld advies. Leerlingen van wie het advies niet is bijgesteld wisselen in het voortgezet onderwijs vaker van niveau. Leerlingen met een bijgesteld advies stromen in het voortgezet onderwijs wat vaker een niveau af en lopen iets vaker vertraging op dan leerlingen zonder bijstelling. Maar deze leerlingen zitten toch gemiddeld een half niveau hoger dan leerlingen zonder bijstelling.