Geactualiseerd: 8 februari 2023
Positieve effecten van klassenverkleining op leerprestaties zijn voornamelijk gevonden bij leerlingen op de basisschool en bij leerlingen uit gezinnen met een laag inkomen. Voor zover effecten op prestaties zijn aangetoond in het voortgezet onderwijs, zijn die erg klein. Positieve effecten van klassenverkleining op gedrag, actieve betrokkenheid en welbevinden van leerlingen in het voortgezet onderwijs zijn niet aangetroffen.
Nederlandse leerlingen blijken internationaal gezien niet sterk gemotiveerd om te leren, maar scoren evenmin over de gehele linie slecht. Of lage toetsresultaten of leerprestaties van leerlingen in het voortgezet onderwijs het gevolg zijn van motivatiegebrek, is niet duidelijk. Het versterken van de motivatie om te leren bij vo-leerlingen is vermoedelijk geen effectieve strategie om leerprestaties te verbeteren. Daar is namelijk weinig empirisch bewijs voor.
Meer dan tachtig procent van de leraren gebruikt een formele methode voor het leesonderwijs. Er lijken weinig verschillen te zitten tussen de leeropbrengsten van de verschillende methodes voor leesvaardigheid. Onderzoek naar wat een leesmethode nou juist zo effectief maakt, is er nauwelijks. Belangrijk voor goede leesresultaten is in ieder geval dat leraren zelf nadenken over de doelen van het leesonderwijs en dat zij een leesmethode doelgericht inzetten.
De ouderversie van de SDQ, een screeningsvragenlijst voor psychosociale problematiek, geeft mogelijk een vertekend beeld van het psychosociale functioneren bij kinderen van ouders met een migratieachtergrond. Waar de totaalscore een betrouwbaar signaal van eventuele psychosociale problemen laat zien, doen scores op de subschalen dat mogelijk niet. Daarnaast spelen onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal door ouders met een migratieachtergrond en de beperkte culturele diversiteit van de SDQ een rol.
Leerlinggestuurd onderwijs gaat uit van de autonomie van leerlingen. Gevoel van autonomie is een van de factoren die bijdragen aan motivatie. Dit geldt voor alle leerlingen op alle niveaus. Andersom zet motivatie leerlingen ertoe aan hun eigen leerproces te sturen. Essentieel aspect van leerlinggestuurd onderwijs is dat leerlingen actief gebruikmaken van leerstrategieën; dat is gunstig voor hun motivatie en hun leerresultaten. Om zelfsturend vermogen te ontwikkelen en te versterken hebben leerlingen wel begeleiding nodig, ook op het vwo.
Een zeker vermogen tot samenwerken, communiceren en zelfregulatie is nodig om onderzoekend te kunnen leren. Of onderzoekend leren bijdraagt aan het verder ontwikkelen van die vaardigheden, is niet onderzocht. Ook is niet bekend hoe je onderzoekend leren specifiek in vmbo-t kunt inzetten. Wel weten we dat het belangrijk is dat leraren specifieke begeleiding geven tijdens in de fasen van onderzoekend leren, gericht op conceptuele, metacognitieve en sociale aspecten.
Onderzoek naar kenmerken van het leren van vmbo-leerlingen in de verschillende leerwegen is bijna niet gedaan. Wel weten we dat vmbo’ers meestal minder talig en zelfstandig zijn dan havisten en vwo’ers en dat ze een negatiever zelfbeeld hebben. Tegelijkertijd zijn ze meer praktisch gericht en hebben ze een beter inlevingsvermogen. Het is belangrijk om vmbo’ers een realistische en afwisselende leeromgeving te bieden en hen motivatiestrategieën aan te leren.
Voorlezen bij het leren van een vreemde taal heeft een positief effect bij beginnende en bij zwakke vreemde taalleerders. Het stimuleert het globale tekstbegrip en maakt deze leerlingen bewust van hoe de geschreven taal klinkt, inclusief intonatie en klemtoon. Voor het verwerven van leesstrategieën bij gevorderde vreemde taalleerders wordt voorlezen niet aangeraden.
Bij onderwijsachterstanden is er een verschil in prestaties met een vergelijkbare groep. Leerlingen met een ongunstige thuissituatie bijvoorbeeld hebben een grotere kans op een onderwijsachterstand. Bij leervertraging gaat het over de gevolgen van de scholensluiting tijdens de coronapandemie. Het betreft dan de percentuele vertraging in leergroei van de leerlingen in vergelijking met de leergroei van leerlingen in het jaar voorafgaand aan de scholensluiting.
Meer eigenaarschap van het eigen leerproces en/of zelfregulatie leidt bij leerlingen in het voortgezet niet automatisch tot betere leerprestaties. Dat werkt alleen indien die leerlingen de bijbehorende metacognitieve leerstrategieën aangeleerd krijgen. Leerlingen van lager opgeleide ouders beschikken gemiddeld genomen minder over deze vaardigheden. Ze hebben waarschijnlijk ook meer moeite deze vaardigheden aan te leren.