In het algemeen geven onderzoekers en professionals de voorkeur aan het begrip onderwijsachterstanden in het kader van het onderwijsachterstandenbeleid en het begrip leervertraging als gevolg van coronamaatregelen. Bij leervertraging gaat het vooral om de cognitieve vaardigheden in begrijpend lezen, spellen en rekenen-wiskunde. Om vast te stellen of er leervertraging is opgetreden, meten onderzoekers of een groep leerlingen minder leergroei heeft doorgemaakt dan een vergelijkbare groep leerlingen het jaar daarvóór. Bij een leervertraging staan eventuele achterstanden niet vast; leerlingen zouden leervertragingen met voldoende tijd kunnen inhalen.
Onderwijsachterstanden verwijzen naar kansenongelijkheid
Het begrip onderwijsachterstanden verwijst meestal naar het onderwijsachterstandenbeleid. Deze term komt voort uit de ambitie om kansenongelijkheid tegen te gaan. Het gaat hier om achterstand die het gevolg is van verschillen in de thuissituatie van leerlingen. Vooral leerlingen van ouders met een lager opleidingsniveau hebben een grotere kans op een onderwijsachterstand. Hoe hoger de ouders zijn opgeleid, hoe beter de leerprestaties van hun kinderen. Daarnaast spelen sociaal-culturele kenmerken van het gezin mee en het sociaal-economisch niveau.
Achterstand houdt in dat de prestaties van een groep leerlingen afwijken van de gemiddelde prestaties van een vergelijkbare groep.
Leervertragingen door Corona kunnen voor bepaalde groepen leerlingen verschillend uitpakken. Er is gebleken dat sommige leerlingen bij de eerste schoolsluiting in 2020 extra gedupeerd zijn geweest, zoals leerlingen met een lagere of gemiddelde sociaal-economische achtergrond. Er was meer vertraging in de leergroei bij deze kwetsbare leerlingen voor begrijpend lezen, spellen en rekenen-wiskunde.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Christa Teurlings (kennismakelaar Kennisrotonde).