Mbo-docenten kunnen met enkele instrumenten een betrouwbaar zicht krijgen op de executieve vaardigheden van mbo-studenten: de ESQ-R (voor alle elf executieve vaardigheden van Dawson en Guare, zie hieronder) en de AEFI (voor aandacht, zelfbeheersing en zelfcontrole, planning en initiatief). Deze instrumenten zijn niet specifiek getest in het mbo, maar wel onder vergelijkbare leeftijdsgroepen.
Rollenspellen lijken zowel voor studenten die meespelen als voor medestudenten die observeren bij te dragen aan hun zelfvertrouwen om lastige gesprekken te voeren. Niet onderzocht is of studenten ook feitelijk hun gespreksvaardigheden ontwikkelen. Of er een verschil is tussen rollenspellen met medestudenten of met een opgeleide trainingsacteur is onduidelijk.
De directe invloed van NT2-docenten om de kans op werk van vluchtelingen te vergroten, is beperkt. Hun belangrijkste bijdrage zit in het versterken van de taalvaardigheid van de inburgeraars en ze mogelijkheden aanreiken om het geleerde toe te passen in de werkpraktijk. Verder kunnen de docenten iets doen aan de gezondheid van inburgeraars, door gezondheidsproblemen bij hen te signaleren en door in de lessen aandacht te besteden aan gezondheidsvaardigheden.
Professionalisering is belangrijk voor de kwaliteit van het werk en voor het werkgeluk van leraren. Of specifiek nieuwe taken of een financiële beloning na een professionaliseringstraject bijdragen aan werkgeluk is niet onderzocht. Meer in het algemeen is wel duidelijk dat het de moeite loont om te investeren in het werkgeluk van werknemers.
Geactualiseerd: 14 juni 2024
Een combinatie van ondersteuning, begeleiding en oriëntatieprogramma’s verkleint de kans op uitval onder startende leerkrachten. Hoe meer verschillende activiteiten de school aanbiedt, hoe lager de kans op uitval. De inzet van een mentor kan eveneens helpen om nieuwe leerkrachten voor het onderwijs te behouden. Mogelijk zijn deze vormen van begeleiding ook effectief voor zij-instromers in het beroep, hoewel daar geen onderzoek naar is gedaan.
Effectieve leertrajecten stellen de persoonlijke situatie van NT2-deelnemers centraal en bieden intensieve ondersteuning bij het lezen en spreken. Daarnaast zijn praktische randvoorwaarden van belang, zoals kinderopvang en bereikbaarheid. Verder lijkt het goed om taal- en rekenvaardigheden geïntegreerd aan te bieden. Er is vrijwel geen onderzoek gedaan naar de effectiviteit van leermaterialen en -methoden Engels en rekenen voor jongvolwassenen met een NT2-achtergrond.
Er zijn verschillende manieren die helpen om laaggeletterde volwassenen te bereiken. Dat zijn de doelgroep specificeren, samenwerking tussen organisaties en een passend aanbod creëren, op zowel inhoud als vorm. Daarnaast is het belangrijk om rekening te houden met belemmeringen die de doelgroep kan ervaren. Bij dit alles is duidelijke communicatie essentieel. Over effectieve manieren om laaggeletterde ouders te bereiken en hen te stimuleren mee te doen aan activiteiten om de eigen taalvaardigheid te vergroten, is niets bekend.
Net als leerlingen die geletterd raken, moeten volwassen ongeletterde NT2-leerders op hetzelfde niveau en in dezelfde volgorde de basisbeginselen van geletterdheid leren. Voor beide groepen geldt dat aandacht voor fonemisch bewustzijn, woordenschatontwikkeling en leesstrategieën belangrijk is bij leren lezen. Daarbij moet de instructie wel zijn afgestemd op de belevingswereld van de doelgroep. Volwassen ongeletterde NT2-leerders hebben behoefte aan expliciete en systematische instructie in een voor hen betekenisvolle context.
Leerlingen die in de bovenbouw beginnen aan een vreemde taal, presteren aan het einde van hun schoolcarrière vrijwel altijd beter in die nieuwe taal dan leerlingen die in de onderbouw starten. Hoe meer een leerling wordt blootgesteld aan de vreemde taal, hoe beter de prestaties. Het is goed mogelijk om meerdere talen tegelijk te leren. Leerlingen die al eerder een vreemde taal hebben geleerd, profiteren van de vaardigheden die ze hierin hebben opgedaan.
Kennis over autismespectrumstoornis kan taaldocenten en taaltrainers helpen hun begeleidingstraject van studenten met zo’n stoornis te verbeteren. Het gaat om algemene leervoorwaarden, cognitieve gedragskenmerken en de manier waarop deze studenten taal beleven en daar betekenis aan geven. Daarnaast zijn aandacht voor communicatieregels en sociale interactie van belang. Er is geen onderzoek bekend specifiek over effectieve begeleiding en instructie van personen met een autismespectrumstoornis die een vreemde taal leren.