Hoe krijg je als mbo-docent niveau 3/4 een betrouwbaar zicht op het niveau van executieve vaardigheden onder studenten?
Mbo-docenten kunnen met enkele instrumenten een betrouwbaar zicht krijgen op de executieve vaardigheden van mbo-studenten: de ESQ-R (voor alle elf executieve vaardigheden van Dawson en Guare, zie hieronder) en de AEFI (voor aandacht, zelfbeheersing en zelfcontrole, planning en initiatief). Deze instrumenten zijn niet specifiek getest in het mbo, maar wel onder vergelijkbare leeftijdsgroepen.
Executieve functies zijn vaardigheden die je helpen beslissen op welke taken of activiteiten je je aandacht richt en welke je kiest om uit te voeren. Dawson en Guare
Dawson, P. & Guare, R. (2019). Executieve functies bij kinderen en adolescenten. Een praktische gids voor diagnostiek en interventie. Hogrefe. beschrijven deze vaardigheden in hun veel aangehaalde standaardwerk Executieve functies bij kinderen en adolescenten. Ze onderscheiden allereerst vijf denkvaardigheden, die je nodig hebt om doelen te kiezen en te realiseren, of om oplossingen voor problemen te bedenken:
planning en prioritering
organisatie
timemanagement
werkgeheugen (informatie in het geheugen kunnen vasthouden als je complexe taken uitvoert)
metacognitie (je eigen aanpak bekijken)
Daarnaast onderscheiden ze zes vaardigheden die je gebruikt om je eigen gedrag te sturen of aan te passen, bijvoorbeeld wanneer je voor een nieuwe uitdaging staat of hebt besloten een bepaald doel te verwezenlijken:
reactie-inhibitie (nadenken voor je iets doet)
emotieregulatie
volgehouden aandacht
taakinitiatie (tijdig en efficiënt met een taak beginnen)
flexibiliteit
doelgericht doorzettingsvermogen
Twee betrouwbare instrumenten om executieve vaardigheden onder mbo-studenten te meten
Er zijn twee betrouwbare instrumenten waarmee mbo-docenten zicht kunnen krijgen op de executieve vaardigheden van studenten: de ESQ-R en de AEFI. Deze instrumenten zijn weliswaar niet specifiek getest in de context van het mbo, maar wel onder vergelijkbare leeftijdsgroepen: adolescenten (vooral interessant voor de doelgroep bol-studenten) en volwassenen (interessant voor de doelgroep bol- en bbl-studenten). De AEFI is in de Nederlandse context ontwikkeld en getoetst.
Een instrument wordt betrouwbaar genoemd, als het nauwkeurig en zuiver meet. De uitkomsten zijn dan niet afhankelijk van toeval. En de uitkomsten van herhaalde metingen stemmen behoorlijk goed overeen (zie ook de toelichting van het NJi over de betrouwbaarheid van instrumenten).
Executive Skills Questionnaire-Revised (ESQ-R)
De Engelstalige ESQ-R is een betrouwbaar instrument om executieve vaardigheden onder studenten te meten
Strait, J. E., Dawson, P., Walther, C. A. P., Strait, G. G., Barton, A. L., & Brunson McClain, M. (2020). Refinement and Psychometric Evaluation of the Executive Skills Questionnaire-Revised.Contemporary School Psychology, 24, 378-388. . Met dit zelfbeoordelingsinstrument kunnen studenten inzicht krijgen in hun sterke en zwakke executieve vaardigheden. Daarnaast kunnen docenten en coaches ermee bepalen of hun interventies om executieve vaardigheden te versterken effectief zijn. De herziene versie van de originele ESQ die Dawson en Guare in 2012 ontwikkelden bevat 25 vragen rond de elf executieve functies. Het instrument is niet in het Nederlands vertaald en de betrouwbaarheid is niet getoetst in de Nederlandse context.
Amsterdam Executive Function Inventory (AEFI)
Grootschalig Nederlands onderzoek laat zien dat de AEFI een betrouwbaar zelfbeoordelingsinstrument is. De AEFI bevat dertien items om drie executieve vaardigheden onder adolescenten te meten: ‘aandacht’, ‘zelfbeheersing en zelfcontrole’ (werkgeheugen en metacognitie), en ‘planning en initiatief’
Van der Elst, W., Ouwehand, C., Van der Werf, G., Kuyper, H., Lee, N., & Jolles, J. (2012). The Amsterdam Executive Function Inventory (AEFI): Psychometric properties and demographically corrected normative data for adolescents aged between 15 and 18 years. Journal of Clinical and Experimental Neuropsychology, 34(2), 160-171. . De scores op de drie schalen binnen de AEFI verschillen echter tussen jongens en meisjes en tussen verschillende opleidingsniveaus. Het is goed om bij de interpretatie van uitkomsten rekening te houden met deze verschillen. Lager opgeleiden scoren bijvoorbeeld lager op ‘zelfbeheersing en zelfcontrole’ en ‘planning en initiatief’ dan hoger opgeleiden. Lager opgeleide jongens scoren hoger op ‘aandacht’ dan lager opgeleide meisjes; onder hoger opgeleiden is dit verschil kleiner. Verder scoren jongens hoger op ‘planning en initiatief’ dan meisjes.
Andere instrumenten
Naast genoemde twee betrouwbare instrumenten zijn er enkele andere instrumenten die op zichzelf geen volledig betrouwbaar beeld geven van de executieve vaardigheden, maar die mbo-docenten eventueel wel kunnen gebruiken.
Adult Executive Functioning Inventory (ADEXI)
De ADEXI is een zelfbeoordelingsinstrument met veertien items om werkgeheugen en inhibitiecontrole te meten. Het lijkt een redelijk geschikt instrument om problemen met werkgeheugen en inhibitiecontrole vast te stellen en kan ook onder (volwassen) mbo-studenten worden afgenomen. Maar de zelfbeoordelingen komen niet goed overeen met de beoordeling door naasten. De test lijkt dus geen volledig betrouwbaar beeld te geven
Holst, Y., & Thorell, L. B. (2017). Adult Executive Functioning Inventory (ADEXI): Validity, reliability, and relations to ADHD. International Journal of Methods in Psychiatric Research, 27(1), 1-9. . Het instrument is niet in het Nederlands vertaald en de betrouwbaarheid is niet getoetst in de Nederlandse context.
Focus Skills Questionnaire (FSQ)
De Focus Skills Questionnaire (FSQ) is ontwikkeld om de elf executieve functies van Dawson en Guare te meten in het primair, secundair en tertiair onderwijs. De vragenlijst wordt niet alleen bij leerlingen of studenten zelf afgenomen, maar ook bij leraren en ouders als informanten. Het instrument is op sommige vlakken betrouwbaar, maar op andere vlakken niet
Spreij, L. C., Van Tuijl, C., & Leseman, P. P. M. (2024). Validating Rating Scales for Executive Functioning across Education Levels and Informants. Contemporary School Psychology, 28, 296-315. . Het is daarmee ongeschikt om executieve vaardigheden onder mbo-studenten op een betrouwbare manier te meten, maar kan wel dienen als startpunt voor een gesprek hierover tussen studenten, ouders en docenten.
Zelfbeoordelingsinstrument voor mbo-studenten in het beroepsonderwijs rondom vaardigheden voor het werkende leven
Dan is er nog een zelfbeoordelingsinstrument om studenten in het beroepsonderwijs in toegankelijke taal inzicht te geven in hun sterke en zwakke algemene vaardigheden ‘voor het werkende leven’. Onder deze vaardigheden bevinden zich planning en prioritering, probleemoplossend vermogen (raakvlakken met flexibiliteit en metacognitie) en professionele houding (raakvlakken met doelgericht gedrag, metacognitie en taakinitiatie). Ook dit instrument is onvoldoende betrouwbaar om de executieve vaardigheden van mbo-studenten te meten
Kyndt, E., Janssens, I., Coertjens, L. & Gijbels, D., Donche, V., & Van Petegem, P. (2014). Vocational Education Students' Generic Working Life Competencies: Developing a Self-Assessment Instrument. Vocations and Learning,7, 365-392. , maar kan wel een startpunt zijn voor een gesprek met studenten over executieve vaardigheden.
Geraadpleegde experts: Jeroen van der Linden, hoofddocent Pedagogiek enOnderwijskunde, HAN University of Applied Sciences
Referentie: Kennisrotonde (2025). Hoe krijg je als mbo-docent niveau 3/4 op een betrouwbare manier zicht op het niveau van executieve vaardigheden onder studenten? (KR.2556)
Het is aannemelijk dat mbo-studenten zelfregulerend leren kunnen aanleren. Dat moet dan wel gebeuren in de context van het vak en via expliciete strategie-instructie. De docent legt uit, doet voor, toetst en geeft hierop feedback. Verder zijn ondersteunende en veilige leeromgevingen van belang. Zelfs als niet alle studenten volledig tot zelfregulerend leren komen, is het aan te raden om als docent aandacht te geven aan ‘leren leren’. Ook laag presterende studenten profiteren namelijk van de ondersteuning daarbij.