Een goede didactische begeleiding, uitdagende lessen en een stimulerend onderwijsaanbod kunnen ervoor zorgen dat studenten meer betrokken raken en meer gemotiveerd zijn. Ook contacten en interactie met docenten, medestudenten en de omgeving, kunnen absentie helpen tegengaan. Onderzoek naar directe factoren in de leeromgeving die absentie in het mbo voorkomen, lijkt te ontbreken.
Twee factoren zijn van belang bij geïntegreerde leertrajecten. Als leerlingen en studenten extra ondersteuning krijgen, is de kans groter dat ze het leertraject succesvol afronden. Daarnaast lijken leerlingen en studenten gebaat te zijn bij een gecombineerde inzet van docenten. Een aparte docent die hen basisvaardigheden als taal aanleert, naast een docent voor beroepsvaardigheden.
Effectieve leertrajecten stellen de persoonlijke situatie van NT2-deelnemers centraal en bieden intensieve ondersteuning bij het lezen en spreken. Daarnaast zijn praktische randvoorwaarden van belang, zoals kinderopvang en bereikbaarheid. Verder lijkt het goed om taal- en rekenvaardigheden geïntegreerd aan te bieden. Er is vrijwel geen onderzoek gedaan naar de effectiviteit van leermaterialen en -methoden Engels en rekenen voor jongvolwassenen met een NT2-achtergrond.
Een wisselende groepssamenstelling stimuleert een samenwerkingscultuur en biedt studenten kansen om relaties op te bouwen met verschillende medestudenten. Belangrijk hiervoor zijn een gevoel van sociale veiligheid en verbondenheid. Daarbij spelen de cultuur van de school en de kwaliteit van de relaties tussen studenten onderling en met docenten een rol. Ook de mate van ondersteuning die studenten krijgen is van belang. Er is geen onderzoek bekend over het effect van wisselende groepssamenstellingen op de sociale veiligheid in mbo-klassen.
Een succesvolle reflectie op praktijkervaringen begint met een goede voorbereiding op school. Daarnaast moet er op de werkplek gelegenheid zijn om te reflecteren en moeten begeleiders toegerust zijn om studenten daarbij te ondersteunen. Het is belangrijk dat de doelstellingen van de reflectie duidelijk zijn voor studenten en begeleiders. Voorbeeldgedrag en reflectieve vragen van begeleiders zetten studenten aan om te leren reflecteren. Het helpt om de reflectie te structureren aan de hand van een vaste set vragen.
Het is aannemelijk dat mbo-studenten zelfregulerend leren kunnen aanleren. Dat moet dan wel gebeuren in de context van het vak en via expliciete strategie-instructie. De docent legt uit, doet voor, toetst en geeft hierop feedback. Verder zijn ondersteunende en veilige leeromgevingen van belang. Zelfs als niet alle studenten volledig tot zelfregulerend leren komen, is het aan te raden om als docent aandacht te geven aan ‘leren leren’. Ook laag presterende studenten profiteren namelijk van de ondersteuning daarbij.
Mbo-studenten met ouders die een laag inkomen hebben of laagopgeleid zijn en studenten met schulden, hebben een minder grote kans op studiesucces. Ook andere kenmerken die met een lage sociaal-economische status verband kunnen houden, gaan samen met een lager studiesucces in het mbo. Het gaat dan om onder andere weinig ondersteuning en betrokkenheid ervaren van ouders, afkomstig zijn uit een eenoudergezin of zelf al kinderen hebben.
Voor het tekstbegrip is het beter langere, informatieve teksten te lezen van papier dan van een scherm. Dit geldt in het bijzonder voor zwakkere lezers. De verklaring voor het negatieve effect van een scherm is niet duidelijk. Het lijkt erop dat schermlezers makkelijker afdwalen en hun leesprestatie op scherm overschatten. Als digitale teksten goed ontworpen zijn, met ondersteunende interactieve elementen, kunnen ze wel bijdragen aan het tekstbegrip.
Portfolio-instrumenten zoals een persoonlijk ontwikkelplan of persoonlijk actieplan kunnen positieve effecten hebben op motivatie, zelfreflectie en zelfregulerend leren, maar alleen als studenten hierbij individuele begeleiding krijgen. De begeleiding moet van voldoende kwaliteit en intensiteit zijn, waarbij de student centraal staat, niet het instrument. Cruciaal is dat de begeleider de student ondersteunt in de ontwikkeling van zelfsturende vaardigheden.
Vrij gebruik van smartphones, tablets en laptops tijdens de lessen heeft een negatief effect op leerprestaties. Waarschijnlijk is de aandacht die sociale media en berichtenverkeer opeisen daarvan de belangrijkste oorzaak. Leerlingen in het voortgezet onderwijs en mbo-studenten worden te veel afgeleid en kunnen zich niet concentreren op de leertaak. Er zijn aanwijzingen dat vooral lager presterende leerlingen deze negatieve effecten ondervinden. Een verbod op het bezit van smartphones op school kan de concentratie bij leerlingen tijdens de les verbeteren en daarmee hun leerprestaties.