Begeleiders in hybride leeromgevingen in het mbo moeten kunnen wisselen tussen rollen gericht op leren en rollen gericht op werken. Hiervoor zijn communicatie- en samenwerkingsvaardigheden belangrijk. Nabijheid en frequent contact met collega’s dragen hieraan bij. Ook kunnen begeleiders verschillende begeleidingsstrategieën gebruiken, variërend van richten (competentieontwikkeling voor een goed resultaat) tot empoweren (ondersteunen van het leerproces). Het schaarse onderzoek naar begeleiding in hybride leeromgevingen geeft slechts aanwijzingen voor mogelijk behulpzame begeleiding.
Leerlingen doen actiever mee aan de les wanneer de leraar hen willekeurig beurten geeft (cold calling). Bovendien worden de beurten op die manier gelijkmatiger over de klas verdeeld. Beide factoren dragen bij aan leerwinst. Eventuele stress bij leerlingen doordat ze onverwacht een beurt kunnen krijgen kan ook voordelen hebben, mits leraren voldoen aan de randvoorwaarden voor cold calling. Er zijn geen wetenschappelijke studies gevonden die diréct toetsen of willekeurig beurten geven in de klas tot meer leerwinst leidt dan vrijwillig vingers opsteken.
Mbo-docenten kunnen met enkele instrumenten een betrouwbaar zicht krijgen op de executieve vaardigheden van mbo-studenten: de ESQ-R (voor alle elf executieve vaardigheden van Dawson en Guare, zie hieronder) en de AEFI (voor aandacht, zelfbeheersing en zelfcontrole, planning en initiatief). Deze instrumenten zijn niet specifiek getest in het mbo, maar wel onder vergelijkbare leeftijdsgroepen.
Concentratie is essentieel voor leren en presteren op school. Maar omdat de concentratiemodus energie kost, kunnen leerlingen deze maar beperkte tijd vasthouden. Met vijf strategieën kun je als docent de concentratie van leerlingen bevorderen: (1) Zorg voor goede ventilatie en een aangename temperatuur in het lokaal. (2) Bied leerlingen kansen op succeservaringen. (3) Wees alert op mogelijke afleidingen. (4) Zorg voor lesactiviteiten die leerlingen activeren. (5) Investeer in een positieve sfeer in de klas en een goede relatie met leerlingen.
Fouten maken hoort bij het leren van een tweede taal. Maar sommige fouten duiden op een onderliggende leerstoornis, zoals dyslexie. Bij volwassen NT2-leerders zijn problemen met het fonologisch bewustzijn een mogelijke indicatie van dyslexie. Ook andere factoren kunnen meespelen bij lees-en spelfouten, zoals laaggeletterdheid in de eerste taal, een beperkte Nederlandse woordenschat en klankverschillen tussen de eerste en tweede taal.
Welke didactische aanpak mbo-studenten helpt om kantoortoepassingen als Word en Excel te leren gebruiken is niet specifiek onderzocht. Leertheorieën zoals de cognitive load theory en kleinschalige experimenten bieden enige handvatten: begin met eenvoudige software, werk met verhalen die aansluiten bij de leefwereld van studenten en verminder geleidelijk de ondersteuning.
Uitlegvideo’s maken kan in meerdere opzichten leerzaam zijn voor leerlingen. Het kan hun leerresultaten en ict-vaardigheden verbeteren. Mogelijk zijn er nog andere voordelen, zoals de betrokkenheid en het eigenaarschap bij leerlingen vergroten. En het geeft hun de kans creatief te zijn en hun kennis op een andere manier te demonstreren. Leerlingen kunnen beter leren samenwerken, omdat ze de video’s vaak in groepjes produceren. Tot slot kunnen ze er meer zelfvertrouwen door krijgen. Aan de andere kant kunnen leerlingen zorgen hebben over de kwaliteit van de video, of over hun online reputatie bij publicatie ervan. Of uitlegvideo’s kíjken ook positieve effecten op leerlingen heeft is nauwelijks onderzocht.
Het is niet eenvoudig om effectief vakoverstijgend onderwijs te ontwerpen. Mogelijk kan design thinking hierbij uitkomst bieden. Onderzoek heeft hiervoor nog geen empirisch bewijs aangedragen. Bij design thinking verkennen de deelnemers gezamenlijk (ontwerp)vraagstukken. Vervolgens ontwerpen en testen ze oplossingen en stellen deze zo nodig bij. Deelnemers die werken met design thinking zeggen dat de methode hen helpt om vakoverstijgend onderwijsmateriaal te maken.
Als de lesdag later start, zijn studenten doorgaans fitter op school. Vooral studenten met een biologische voorkeur voor de avond profiteren hiervan. Wat het effect is op de leerprestaties is niet eenduidig, maar negatieve effecten zijn niet gevonden. Lessen kort na het middaguur en lange lesdagen zijn wat betreft fitheid én leerprestaties ongunstig voor alle studenten. Met name minder goed presterende studenten hebben meer last van een ongunstig rooster dan beter presterende studenten.
Welke groeperingsvorm het beste werkt voor de taalontwikkeling van niet-Nederlandstalige studenten (NT2-studenten) in het mbo, is onbekend. We weten dat de input van moedertaalsprekers tot een betere taalbeheersing leidt. Het is daarom aannemelijk dat NT2’ers baat hebben bij een gemengde klas met Nederlandstalige studenten. Wel hebben ze dan aanvullende uren NT2 en vaktaal nodig, volgens experts.