Het is niet vanzelfsprekend dat mbo-studenten goed overweg kunnen met kantoorsoftware. Omdat dit wel belangrijk is voor leven, leren en werken, moet het onderwijs expliciet aandacht besteden aan de ontwikkeling van deze vaardigheid. Het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) kent twee keuzedelen digitale vaardigheden: een op basisniveau en een op gevorderd niveau. Kantoortoepassingen zoals Word, Excel en PowerPoint behoren tot het basisvaardigheidsniveau, waarbij studenten zelfstandig en doelgericht digitale documenten kunnen maken, bewerken en combineren voor school of werk.
Weinig onderzoek naar effectieve didactiek voor kantoorsoftware
Er is nauwelijks empirisch onderzoek gedaan naar didactisch effectieve methoden om studenten te leren software te gebruiken. Er is wel onderzoek dat iets zegt over geschikte didactische aanpakken. Volgens de cognitive load theory kun je het beste beginnen met een makkelijke variant van een programma, en daarna een complexere versie aanleren. Dus bijvoorbeeld eerst Paint, en daarna pas Adobe. Het helpt ook om voorbeelden te geven die praktisch relevant zijn voor studenten, en om animaties te gebruiken met audio zodat studenten niet alleen tekst krijgen aangeboden. Verder werkt het goed om in het begin niet alle functionaliteiten van een software-programma al zichtbaar te maken.
De genoemde didactische principes zijn veelal gebaseerd op theorie en nog niet grootschalig en experimenteel getest. In enkele kleinere experimenten, bij universitaire studenten, bleken de principes in de praktijk effectief. De resultaten zijn waarschijnlijk ook relevant voor mbo-studenten, omdat het om taken van het basisvaardigheidsniveau voor kantoortoepassingen ging. Zo presteerden studenten beter als ze opdrachten moesten maken die verpakt zijn in een verhaal dicht bij hun leefwereld (‘narratieven’ gebruiken).
Verder is het effect onderzocht van de ‘double-fading support’. Bij deze aanpak beginnen studenten met eenvoudige taken en software met beperkte functionaliteit. Gevorderde studenten krijgen moeilijkere, gedetailleerdere opdrachten en werken met software met meer functionaliteiten. Deze aanpak levert wisselende uitkomsten op. In één experiment bleken toenemende complexiteit en afnemende steun effectief, mits ze niet tegelijk werden ingezet. Bij een ander experiment leverde de aanpak geen verbetering op.
Maak gebruik van algemene bewezen didactiek
Er is dus nauwelijks specifiek onderzoek gedaan naar effectieve didactiek om kantoorsoftware te leren gebruiken, en al helemaal niet in het mbo. Het onderzoek dát er is wijst uit dat docenten er goed aan doen om algemene, bewezen effectieve didactische principes toe te passen: voorkennis activeren, denkprocessen voordoen (‘modelen’) en gerichte feedback geven. Deze principes kunnen ze dan inzetten in ict-onderwijs, bijvoorbeeld door instructievideo’s te combineren met begeleide oefening in een betekenisvolle beroepscontext. Dit vergroot de kans dat mbo-studenten de ict-kantoortoepassingen goed leren gebruiken.
Meer weten?
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Carolien van Rens (kennismakelaar Kennisrotonde).