Virtual reality geeft studenten de mogelijkheid om te oefenen met beroepsgerichte soft skills, in een realistische werkomgeving en beroepssituatie. Voor het beste resultaat start je als docent met een briefing waarin je het verband tussen de oefening en het toekomstige werk verduidelijkt. Je laat de studenten vervolgens oefenen met uitdagende scenario’s in een psychologisch veilige setting. En tot slot zorg je met een debriefing voor hogere en toekomstgerichte leeropbrengsten.
Mbo-studenten behalen minder vaak een hbo-diploma dan havisten of vwo’ers. Een succesvolle doorstroom kun je vermoedelijk vooral bevorderen met een samenhangende aanpak waarin mbo- en hbo-instellingen samen optrekken. Interventies die in combinatie de doorstroom bevor-deren, richten zich vooral op studiekeuze, oriëntatie op het hbo, studievaardigheden, sociale en inhoudelijke aansluiting en je thuisvoelen op het hbo.
Of de seksesamenstelling van studentengroepen hun ontwikkeling beïnvloedt volgens de groepsfasen van Tuckman, is niet duidelijk. Er is weinig onderzoek naar gedaan en bovendien heeft het model van Tuckman beperkte waarde. Eén studie buiten het onderwijs suggereert dat homogene vrouwengroepen de eerste fase (forming) sneller doorlopen dan mannen- of gemengde groepen. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat de seksesamenstelling van groepen invloed kan hebben op aspecten als samenwerking, groepsprestaties, zelfvertrouwen en welbevinden.
Of docenten die het 4C/ID-model toepassen anders of beter gaan lesgeven, is niet bekend uit onderzoek. Wel is duidelijk dat onderwijs dat volgens het 4C/ID-model is ontworpen vaak tot betere leerprestaties leidt, vooral in het beroepsonderwijs.
VR-trainingen voor beroepsvaardigheden zijn effectiever als studenten volledig kunnen opgaan in de virtuele leeromgeving. Dat lukt beter met een VR-bril dan via een beeldscherm. Verder hoeft de omgeving niet hyperrealistisch te zijn, als ze maar functioneel is. VR-trainingen dienen goed didactisch te zijn ingebed door authentieke scenario’s te gebruiken en een voor- en nabespreking te houden. Dit alles vergroot de kans dat studenten de geoefende vaardigheden later ook toepassen in de beroepspraktijk.
Er zijn geen effectieve aanpakken bekend om mbo-studenten te leren om vragen te stellen in het onderwijs, zodanig ze dit ook in de beroepspraktijk doen. Het is wel bekend uit onderzoek dat eenvoudige nudges ervoor kunnen zorgen dat studenten die al geneigd zijn vragen te stellen, méér vragen stellen. Studenten die weinig vragen stellen profiteren vooral van een op leren gericht klimaat in de leeromgeving. Ook kun je als docent rekening houden met de moeilijkheden die studenten kunnen ondervinden in de verschillende stadia van het vraagstelproces. Het is aannemelijk dat leeromgevingen die sterk lijken op de beroepspraktijk het makkelijker maken om ook vragen te stellen op de werkplek.
Er is nog weinig bekend over hoe docenten pesten tussen mbo’ers kunnen voorkomen en aanpakken. Er zijn aanwijzingen dat een ervaringsgericht anti-pestprogramma, waarbij mbo’ers sociale situaties en emoties zelf ervaren, bespreken en toepassen, effectiever is dan een traditionele aanpak met vooral voorlichting en begeleiding. Pesten komt minder vaak voor op mbo-scholen met een positief schoolklimaat en weinig onderlinge competitie. Mbo-scholen die voorlichting geven over pesten en onderwijs over digitaal burgerschap, hebben minder last van (cyber)pesten.
Leerlingen en studenten die nu onderwijs volgen, ook wel Gen Z genoemd, kunnen met verschillende (inter)actieve werkvormen actief meebeslissen over hun onderwijs. Onderzoek naar curriculum-onderhandeling, pedagogic voice, Triple I en Digi-Pals geeft aanwijzingen dat deze werkvormen bijdragen aan de student voice van leerlingen en studenten. Bijvoorbeeld door ze verantwoordelijkheid te geven bij het ontwerpen, uitvoeren en evalueren van lessen.
Als leraren in teams veel zeggenschap krijgen over hun werk en professionele ontwikkeling, heeft dat voordelen voor hun werkplezier en de ontwikkeling van hun onderwijs. Of ook leerlingen er baat bij hebben, is onduidelijk. In het voortgezet onderwijs is geen effectonderzoek dat kijkt naar de leerresultaten van leerlingen. De schaarse effectstudies in het primair onderwijs geven geen eenduidig beeld.
Goed ondersteunde observatie van simulaties is een krachtig leermiddel waarmee studenten kennis en vaardigheden kunnen ontwikkelen en versterken. Studenten die van een begeleider duidelijke observatie-instructies en een bijbehorend beoordelingsinstrument krijgen, leren net zo veel als degenen die actief deelnemen aan de simulatie. De ontwikkeling van vaardigheden is gebaat bij inhoudelijke feedback en begeleiding, van de begeleider of een expert. Technologische ontwikkelingen, zoals Virtual Reality, bieden mogelijkheden om observatie van simulaties te verbeteren. In VR-simulaties kan observatie dezelfde leerwinst opleveren als actieve deelname.