Het aanleren van schoolse en digitale vaardigheden tijdens een alfabetiseringscursus vergroot de zelfredzaamheid van analfabete anderstalige volwassenen. Welke vaardigheden precies cruciaal zijn, is niet duidelijk; daarover zijn geen studies gevonden. Wel is er iets te zeggen over de didactiek. Om schoolse en digitale vaardigheden aan te leren, lijkt het effectief om authentieke leersituaties te creëren die aansluiten bij de leerbehoeftes van cursisten.
Geïntegreerd begrijpend lees- en zaakvakonderwijs vergroot de leesmotivatie van leerlingen. Het is daarbij belangrijk dat de leerkracht de self-efficacy van de leerlingen (het vertrouwen in eigen kunnen) bevordert. Ook moet het om interessante teksten gaan die een verbinding leggen tussen het dagelijks leven en onderwerpen in de les. Met een breed aanbod kunnen leerlingen zelf keuzes maken in teksten en verwerkingsactiviteiten. Ook vrije keuze in samenwerking is cruciaal om de leesmotivatie te bevorderen.
Kleuters bereiken leerdoelen in kleine tussenstappen en tonen hun vaardigheden tijdens het werken en spelen. Om de ontwikkeling van kleuters te volgen is het daarom belangrijk dat de leerkracht kleuters observeert tijdens hun dagelijkse activiteiten op school. Welke vaardigheden leerkrachten daarvoor nodig hebben, is niet bekend. Daar is geen onderzoek naar gedaan; ook niet bij leerlingen van andere leeftijden in het primair onderwijs.
Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de onderwijskwaliteit van de scholen die onder hun bevoegd gezag vallen. Als schoolbesturen worden aangesproken op onderwijskwaliteit en kwaliteitszorg dan zouden scholen structureler werken aan de onderwijskwaliteit, zo is de gedachte. Onderzoek geeft vooralsnog geen uitsluitsel over effecten van bestuurskenmerken, bestuurlijk functioneren of bestuursgericht toezicht op de kwaliteit van het handelen van leraren in de dagelijkse onderwijspraktijk.
Studenten kunnen veel leren van samenwerken. Het kan ook praktisch zijn om groepsopdrachten te geven. Docenten doen er goed aan om te zorgen voor voldoende maar ook niet té grote diversiteit in samenwerkingsgroepjes. De bewuste keuzes die hiervoor nodig zijn vragen veel analyse en expertise, maar leveren meer leerwinst op dan een random groepssamenstelling of eigen keuze van studenten.
Om kwalitatief goed onderwijs te kunnen bieden, is constructieve samenwerking binnen een mbo-team wenselijk. Verschillende interventies dragen bij aan bevordering van samenwerking tussen docenten in teams. Dat zijn: ontwikkeling van groepsdoelen en -normen, organisatie van groepsrollen, stimulering van een kritisch-reflectieve houding en bevordering van onderling vertrouwen. En taakafhankelijkheid en taakeigenaarschap, het zorgen voor een collectief geheugen en versterking van het regelvermogen.
Scholen bevorderen de betrokkenheid van ouders in kwetsbare situaties door de communicatie af te stemmen op hun behoeften aan autonomie, verbondenheid en competentie. Dat kunnen scholen doen door een respectvolle houding te hebben over de betrokkenheid van ouders, interesse te tonen in de thuiscultuur, en heldere verwachtingen uit te spreken. Het helpt daarbij om de communicatie aan te passen aan de taalvaardigheden en intellectuele mogelijkheden van ouders in kwetsbare situaties.
Aandacht voor vaktaal draagt voor NT2-studenten in het mbo bij aan betere studieresultaten. Mogelijk dat ze daardoor hun schoolloopbaan voortzetten. Voor de brede groep mbo-studenten is bekend dat toekomstperspectief bieden een succesfactor is om hen hun schoolloopbaan te laten vervolgen. Andere factoren die mbo-studenten op school houden zijn een goede binding met medestudenten en school, en ouderbetrokkenheid. Ook werkt een integrale aanpak om voortijdig schoolverlaten te voorkomen beter dan een aanpak gericht op een risicofactor.
De deelname aan niveau 2- en niveau 3-opleidingen neemt de laatste jaren af, terwijl die op niveau 4 toeneemt. Deze trend was al zichtbaar voor de invoering van de Wet vroegtijdige aanmelddatum en toelatingsrecht tot het mbo. Hierdoor zijn de effecten van deze nieuwe wet op deelnamecijfers niet precies vast te stellen. Mbo-scholen geven aan dat er meer problemen ontstaan in niveau 4. Door de wet moeten zij namelijk vmbo-kaderleerlingen toelaten tot niveau 4, ook wanneer de opleiding verwacht dat de slaagkansen voor de student te klein zijn. In de switch- en uitvalcijfers is dit echter niet terug te zien.
Om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen, kunnen leraren hun krachten bundelen en gezamenlijk werken aan innovaties. Een veelbelovende vorm daarvoor is een professionele leergemeenschap. Een langetermijnplanning met een gestructureerde aanpak, faciliteiten en tijd bevorderen kennisdeling tussen en kennisbenutting van professionele leergemeenschappen. Daarnaast zijn stimulerend leiderschap en eigenaarschap van leraren van de opgedane kennis belangrijk.