Om leeropbrengsten van leerlingen in het primair onderwijs te verhogen door de inzet van ict zijn meerdere factoren van belang, veelal in onderlinge samenhang. Leerkrachten beschikken over up-to-date ict-vaardigheden en competenties. Ze staan open voor nieuwe ontwikkelingen en zijn bereid kennis te delen met collega’s. Leerkrachten krijgen voldoende tijd en ruimte om samen te werken en elkaar te kunnen helpen. Een ondersteuningsteam lost snel technische obstakels op en vervangt direct defecte apparatuur.
Het beheersen van een tweede taal hangt af van de verblijfsduur en de frequentie van het gebruiken en horen van deze nieuwe taal, van de beheersing van de moedertaal en van taalangst. De leeromgeving en goed gekozen lesactiviteiten kunnen leerresultaten van volwassen NT2-ers positief beïnvloeden. Het gaat om een goed gekwalificeerde docent, authentieke lesactiviteiten en teksten, deelnemers in tweetallen laten leren en hen ook te laten lezen in de moedertaal.
Docenten kunnen zelfsturend leren onder mbo-studenten bevorderen. Dat kan door studenten de praktische relevantie van het leren duidelijk te maken en door reflectie te stimuleren. Daarnaast kunnen docenten zelfsturende vaardigheden onder studenten verhogen door directe instructie te combineren met het geven van advies. Mbo-studenten niveau 1 (entreestudenten) en niveau 2 lijken meer moeite met zelfsturend leren te hebben dan mbo-studenten niveau 3 en 4.
Geactualiseerd: 3 februari 2023
Jonge leerlingen die met blokletterschrift leren lezen en schrijven, kennen meer letters dan leerlingen die leren lezen met blokletterschrift en leren schrijven met verbonden schrift. Die laatstgenoemde groep is wel weer beter in spelling en zinsopbouw. Er lijken dus zowel voor- als nadelen te kleven aan het gebruik van verschillende scripts. Wat het betekent voor de cognitieve belasting van leerlingen met risico op laaggeletterdheid om met een ander script te leren lezen dan waarmee ze leren schrijven, is niet onderzocht.
Een sociogram geeft een leraar inzicht in de sociale relaties in een klas. De nominatieprocedure wordt daarvoor het meest gebruikt. Leerlingen nomineren dan hun klasgenoten aan de hand van vragen, zoals: met wie speel je graag? Deze procedure is het betrouwbaarst wanneer leerlingen een ongelimiteerd aantal medeleerlingen mogen nomineren. Andere methoden zijn de ratingprocedure, de paarsgewijze vergelijking en de observatiemethode. Alle methoden hebben zowel voor- als nadelen.
Het is aannemelijk dat methodes invloed uitoefenen op de lespraktijk van leraren. Daarmee beïnvloeden methodes wát leerlingen leren en hoe goed ze leren. Bij wiskundemethodes gaat het om kennis over wiskundige concepten en het toepassen van complexe strategieën. Of en hoe de keuze van een wiskundemethode de prestaties van leerlingen beïnvloedt, is niet bekend. Dus ook niet specifiek voor havoleerlingen.
Als docenten peerfeedback tussen studenten inbedden in het curriculum, komt dat de kwaliteit van de feedback ten goede. Verder moeten docenten bij de feedbackopdracht zorgen voor een heldere structuur met duidelijke verwachtingen en beoordelingscriteria. Voorwaarde is dat docenten ruim aandacht besteden aan de benodigde vaardigheden bij studenten, zoals het met elkaar in gesprek gaan over de feedback. Het is aannemelijk dat deze principes over de rol van de docent bij peerfeedback ook gelden in een online omgeving.
Door formatieve toetsing krijgt de leerkracht zicht op waar NT2-leerlingen staan en wat zij nodig hebben in hun leerproces. De leerkracht kan het niveau van de leerlingen in kaart brengen door middel van opgaven, gesprekken en observaties. Vervolgens moet de leerkracht de leerlingen passende ondersteuning bieden. Bij talige rekenopgaven zijn feedback en scaffolding effectieve strategieën om leerlingen met onvoldoende taalkennis te ondersteunen.
Bij projectmatig werken leren leerlingen door (samen) te werken aan complexe en maatschappelijk relevante projecten. Het weinige beschikbare onderzoek geeft geen uitsluitsel over effecten van projectmatig werken op 21ste-eeuwse vaardigheden. Wel heeft projectmatig werken een gemiddeld tot groot positief effect op vakspecifieke leerprestaties, bijvoorbeeld taalvaardigheid.
Geactualiseerd: oktober 2024
Empirisch onderzoek naar de vraag hoe (hoog)begaafde leerlingen het beste begeleid kunnen worden door de leerkracht in een reguliere groep is schaars. Wel is gebleken dat compacten, versnellen en verrijken, positieve effecten hebben op de ontwikkeling van hoogbegaafde leerlingen. Ook geven experts aan dat effectief klassenmanagement met gedifferentieerde instructie en begeleiding bij zelfregulerend leren van belang zijn voor de ontwikkeling van (hoog)begaafde leerlingen.