De mate waarin leerlingen erin slagen om positieve relaties aan te gaan met klasgenoten heeft invloed op hun huidige en toekomstige functioneren. Zo blijkt er een redelijk sterke relatie te bestaan tussen sociale acceptatie en schoolprestaties. Ook een positief klasklimaat heeft invloed op het leren van leerlingen.
Een sociogram helpt om inzicht te krijgen in de sociale relaties in een klas. Zo zie je bijvoorbeeld sneller hoe een leerling in een groep ligt en of leerlingen positieve relaties met elkaar opbouwen.
De nominatieprocedure is populair
De meest gebruikte manier om een sociogram te maken is de nominatieprocedure. Hierbij vraagt de leraar (mondeling of schriftelijk) om klasgenoten te nomineren met vragen als: met wie speel je wel of niet graag? Of: met wie werk je graag of niet graag samen?
In het voorbeeld in figuur 1 zijn de antwoorden in een sociogram weergegeven. De pijlen geven de relaties tussen leerlingen aan; de richting geeft aan op wie de nominatie is gericht. Drie leerlingen hebben S1 positief genomineerd en één leerling heeft S1 negatief genomineerd.
Ongelimiteerde nominaties hebben de voorkeur boven gelimiteerde
Leraren kunnen het aantal nominaties begrenzen, bijvoorbeeld zodat elke leerling maximaal drie nominaties mag geven. Een nadeel kan zijn dat leerlingen minder groepsgenoten nomineren dan ze eigenlijk zouden willen. Ook als het om een grote groep gaat kan zo’n begrenzing een vertekend sociogram opleveren.
Ongelimiteerde nominaties leveren betrouwbaardere data op en verdienen daardoor de voorkeur, ondanks dat ze meer tijd en moeite kosten en leerlingen soms minder selectief zijn in hun keuze.
Voor- en nadelen van andere sociometrische methoden
Andere methoden om de sociale relaties in een klas in kaart te brengen zijn de ratingprocedure, de paarsgewijze vergelijking (paired comparison) en de observatiemethode. Ook deze methoden hebben voor- en nadelen:
- Bij de ratingprocedure beoordeelt elke leerling per vraag zijn medeleerlingen op een schaal van 1 tot 5. Jonge leerlingen kunnen een vrolijk, een neutraal en een verdrietig gezichtje aangeven. Vooral bij jongere leerlingen levert dit een betrouwbaarder sociogram op dan bij de nominatieprocedure. Ook blijkt beter boven water te komen welke leerlingen weinig zichtbaar zijn. Het kost wel meer tijd, want alle leerlingen moeten elkaar beoordelen.
- Bij de paired comparison krijgt een leerling alle mogelijke duo’s van klasgenoten te zien en moet hij steeds een keuze maken op basis van een vraag. Dit levert een breed beeld van de groep op, maar het kost veel tijd: in een klas met 25 leerlingen gaat het om de beoordeling van wel 300 duo’s.
- Bij de observatiemethode observeren leraren de interacties in de klas aan de hand van een schema. Ze noteren bijvoorbeeld hoe vaak een leerling een klasgenoot positief benadert, met een groet of een compliment. Ook negatieve benaderingen, zoals duwen of uitdagen, houden ze bij. De uitkomsten zijn vaak representatief voor de praktijk. Een nadeel is wel dat observeren tijdrovend is en minder objectief kan zijn.
Meer weten?
Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Floor van der Steijle, Femke van der Wilt (onderzoekers groepsrelaties) en Niek van den Berg (kennismakelaar Kennisrotonde).