Welke groepssamenstelling het beste werkt voor een veilig en stimulerend leerklimaat, is niet bekend. Jonge basisschoolleerlingen lijken wel te profiteren van een combinatieklas met oudere leerlingen, blijkt uit onderzoek. Ze scoren beter op taal- en rekentoetsen dan leeftijdsgenoten die niet in een combinatieklas zitten. Naarmate de leeftijd van leerlingen toeneemt en zij meerdere combinatieklassen doorlopen, verdwijnt het voordeel van combinatieonderwijs. Er zijn aanwijzingen dat verschillen in leerresultaten tussen leerlingen (mede) worden beïnvloed door de ervaring van de leerkracht.
Spelenderwijs voorbeeldgedrag laten zien, sociaal samenspel tussen leerlingen stimuleren en passend gedrag bekrachtigen ondersteunt de sociaal-emotionele ontwikkeling van zeer moeilijk lerende leerlingen. Ook ouders en verzorgers betrekken helpt deze leerlingen om thuis verder te oefenen met hun sociaal-emotionele ontwikkeling.
Leerlingen en studenten die nu onderwijs volgen, ook wel Gen Z genoemd, kunnen met verschillende (inter)actieve werkvormen actief meebeslissen over hun onderwijs. Onderzoek naar curriculum-onderhandeling, pedagogic voice, Triple I en Digi-Pals geeft aanwijzingen dat deze werkvormen bijdragen aan de student voice van leerlingen en studenten. Bijvoorbeeld door ze verantwoordelijkheid te geven bij het ontwerpen, uitvoeren en evalueren van lessen.
Effecten van inclusief onderwijs op de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften variëren. Die lopen uiteen van geen effecten op sociaal gedrag, zelfvertrouwen, zelfbeeld en werkhouding tot negatieve of positieve effecten. Inclusie is dan vooral negatief op zelfvertrouwen en positief voor sociale integratie. Leerlingen zonder extra ondersteuningsbehoeften worden in hun sociaal-emotionele ontwikkeling over het algemeen positief beïnvloed. Inclusief onderwijs leidt dan onder andere tot meer acceptatie voor onderlinge verschillen, minder stereotype beelden en iets meer zelfvertrouwen.
Er is geen onderzoek gevonden naar effecten van feedback vragen door een leerkracht aan leerlingen en deze feedback vervolgens benutten om het pedagogisch-didactisch klasklimaat te verbeteren.
Leerlingen waarderen flexibele leerplekken positiever dan een traditioneel klaslokaal met rijen tafels en stoelen. Een leeromgeving met flexibel meubilair en diverse inrichtingsmogelijkheden biedt leerlingen meer bewegingsvrijheid en ruimte om te kiezen. Of door flexibele leerplekken de leerprestaties toenemen, is niet onderzocht. Positieve effecten van flexibele leerplekken zijn mede afhankelijk van de wijze waarop scholen deze inzetten en van de vaardigheid van leerkrachten om deze toe te passen in hun onderwijs.
Een sociogram geeft een leraar inzicht in de sociale relaties in een klas. De nominatieprocedure wordt daarvoor het meest gebruikt. Leerlingen nomineren dan hun klasgenoten aan de hand van vragen, zoals: met wie speel je graag? Deze procedure is het betrouwbaarst wanneer leerlingen een ongelimiteerd aantal medeleerlingen mogen nomineren. Andere methoden zijn de ratingprocedure, de paarsgewijze vergelijking en de observatiemethode. Alle methoden hebben zowel voor- als nadelen.
Leerkrachten hanteren uiteenlopende definities van pesten. Ook hebben ze verschillende opvattingen. Deze opvattingen bepalen welke pestgedragingen zij waarnemen en – bewust of onbewust – tegengaan of bekrachtigen. Consistent en weloverwogen ingrijpen is vaak effectief om pestgedrag te stoppen, bij voorkeur op groepsniveau. Het effect van interventies verschilt niet tussen jongens en meisjes.
Een combinatie van groep 3 met een groep 1/2 kan even goed, slecht of neutraal uitpakken als een combinatie met een groep 4/5. Er zijn geen gegevens bekend over welke combinatie bevorderlijk zou zijn voor leerprestaties of sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen. Zeker bij kleine groepen ligt het voor de hand om te kijken naar de werkhouding en de cognitieve ontwikkeling van de leerlingen. Dit in plaats van een algemene richtlijn te volgen die hier geen rekening mee houdt.