Geactualiseerd: 28 oktober 2023
Er is veel aandacht in de wetenschappelijke literatuur voor de transfer van kennis. Er is echter geen empirisch bewijs dat onderwijskennis direct effect kan hebben op de onderwijspraktijk. Welke kenmerken van bijeenkomsten waar onderzoekers en leraren elkaar ontmoeten bevorderlijk zijn voor de transfer van kennis, is op basis van onderzoek dan ook niet te zeggen. Onderzoekers en onderwijsprofessionals zijn van mening dat het voor de transfer van kennis van belang is dat ze elkaar (geregeld) ontmoeten.
Middenmanagers in het voortgezet onderwijs krijgen een steeds grotere rol in de ontwikkeling van hun school als lerende organisatie. Hoe zij positieve invloed kunnen uitoefenen op de leercultuur en de ontwikkeling van een lerende organisatie is nauwelijks wetenschappelijk onderzocht. Wel kunnen we uit onderzoek afleiden dat middenmanagers leerprocessen op school positief kunnen beïnvloeden als zij professionele leergemeenschappen bouwen waar leraren samen onderzoeken en ontwikkelen. Ook spelen zij een belangrijke rol bij het creëren van draagvlak voor vernieuwingen. Middenmanagers blijken nogal eens te verschillen in hun communicatie met docenten. Daardoor zijn niet alle docenten even goed op de hoogte van zaken die te maken hebben met de professionele leercultuur.
Begrijpend luisteren vertoont een duidelijke relatie met begrijpend lezen. De vaardigheid begrijpend luisteren in groep 1 en 2 heeft zelfs een voorspellende waarde voor het leesbegrip op latere leeftijd. Dit komt onder meer door gedeelde subvaardigheden als het maken van inferenties (leerlingen leggen verbanden tussen de tekst en hun kennis van de wereld). Het aanleren van subvaardigheden in groep 1 en 2 kan ervoor zorgen dat leerlingen deze vaardigheden ook gebruiken bij het begrijpend lezen in groep 4.
Periodiseren is het aanbieden van bepaalde vakken in een deel van het schooljaar. Dit laatste biedt minder mogelijkheden voor gespreid leren en afwisselend leren. Van deze wijzen van leren is bekend dat het sterke en grote positieve effecten heeft op de leerprestaties van leerlingen op de langere termijn. Periodisering in het rooster heeft daarmee vermoedelijk een ongunstig langetermijneffect op leerprestaties, die niet kunnen worden gecompenseerd door afwisselend leren.
Leerkrachten kunnen eigenaarschap van leerlingen bevorderen door samen haalbare en uitdagende doelen te stellen. Maar ook door leerstrategieën direct en ingebed in de leerstof te onderwijzen, en door procesgerichte feedback te geven. Louter autonomie verlenen aan leerlingen helpt vaak niet. Leerlingen tonen zich eigenaar van het leren als zij actief de verantwoordelijkheid nemen voor hun leerproces en resultaten. Dit hangt mede samen met de mate waarin zij in staat zijn om het eigen leerproces te sturen. Eigenaarschap en zelfgestuurd leren zijn al mogelijk vanaf jonge leeftijd. Daar is wel instructie en begeleiding door leerkrachten en ouders bij nodig.
Samenwerking bevordert de prestaties bij het leren van een nieuwe taal. Het draagt bij aan betere leerprestaties op taal in het algemeen, en op afzonderlijke onderdelen als lezen, woordenschat, grammatica, schrijfvaardigheid en spreekvaardigheid. Leerlingen die samenwerken hebben directe mogelijkheden om te oefenen met communiceren en kennis uit te bereiden. Ook is er een indirect effect op vertrouwen en motivatie door het groepsgevoel.
Geactualiseerd: 10 januari 2024
Werkgevers en opleiders kunnen zelfregie van mbo-studenten tijdens stages stimuleren. De werkgever moet de inbreng van de student serieus nemen en hem of haar gestructureerd laten werken. De opleider geeft aandacht aan het vermogen en de bereidheid tot leren, naast het aanleren van emotionele volwassenheid. Verder legt de opleider nadruk op vaardigheden als het geleerde in de praktijk toepassen, creativiteit en kritisch denken. De student maakt zich zelfsturend leren eigen door te leren om minder hulp te vragen, taakstrategieën zelfstandiger en beter uit te voeren. Maar ook door tijd efficiënter te beheren en meer waarde te hechten aan het leren zelf.
Onderwijsprofessionals gebruiken inzichten uit onderzoek gemakkelijker als op hun school een structuur voor kennisbenutting aanwezig is en er een onderzoekscultuur heerst. De houding en vaardigheden van onderwijsprofessionals spelen ook een rol, maar hoe deze tot uiting komen is afhankelijk van de schoolcontext. Er zijn sterke aanwijzingen dat onderwijsprofessionals eerder kennis benutten wanneer zij die samen met onderzoekers creëren en ze een gelijkwaardige relatie met hen hebben.
Goed leermateriaal ondersteunt het leren en oogt aantrekkelijk. Digitaal leermateriaal spreekt meerdere zintuigen tegelijkertijd aan. Visuele elementen zijn beeld en tekst, auditieve elementen geluid en gesproken tekst. Algemeen geldt dat het directe leereffect op de korte termijn sterker wordt bij het combineren van beeld en gesproken tekst. Er zijn aanwijzingen dat voor leren op de lange termijn de combinatie van beeld met geschreven tekst effectiever is. Specifiek onderzoek over educatief beeldmateriaal voor taalzwakke mbo-ers, ontbreekt.
Een homogene groepsindeling (waarin leerlingen ongeveer hetzelfde niveau hebben) en een heterogene groepsindeling (waarin de niveaus uit elkaar lopen) brengen elk hun eigen aandachtspunten met zich mee. In een homogene groep moet de docent ervoor zorgen dat studenten met een lager startniveau worden uitgedaagd. In heterogene groepen is het vooral belangrijk dat ook studenten met een hoog startniveau zich verder kunnen ontwikkelen. Door te wisselen van groepssamenstelling is het mogelijk om de voordelen van beide indelingen te benutten. Doorslaggevend voor de beste leerprestaties is dat docenten de werkvorm, instructiestijl, het lesmateriaal en tempo goed laten aansluiten bij het niveau van de studenten.