Er is geen onderzoek gedaan naar het effect van homogeen en heterogeen groeperen op leerresultaten in het mbo. Maar onderzoeken in andere sectoren leveren bruikbare informatie op, vooral voor de vakken Nederlands en rekenen. Beide soorten groepsindelingen hebben zowel voor- als nadelen voor de leerprestaties.
Nadelen homogene groepsindeling voor minder sterke leerlingen
Een homogene groepsindeling lijkt praktisch voor de docent omdat hij zo de lesstof en instructie preciezer kan afstemmen op de doelgroep. Maar vooral leerlingen die bij aanvang minder goed presteren, lijken nadelen te ondervinden van een homogene groepsindeling. Degenen die al goed presteren, hebben juist voordeel van een groep met gelijkgestemden. Dat blijkt met name uit onderzoeken in het primair en voortgezet onderwijs. Ook buitenlands onderzoek wijst in die richting. Er is hier een enkele uitzondering op. Eén studie wijst uit dat zwakkere studenten in een homogene groep beter presteerden. De onderzoekers denken dat dit positieve effect voor studenten met een minder hoog startniveau mogelijk komt doordat zij op andere vlakken ook veel met elkaar gemeen hebben, zoals moedertaal, culturele achtergrond en de afwezigheid van leerproblemen. Voor het Nederlandse mbo, waar een grote culturele diversiteit is, kan dit relevant zijn. Dan zouden homogene groepen voor de zwakke studenten mogelijk geen positieve effecten hebben.
Voor- en nadelen voor verschillende studenten
Er zijn verschillende verklaringen voor de negatieve effecten van een homogene groepsindeling op leerprestaties. Ten eerste kunnen studenten met een lager startniveau zich niet optrekken aan beter presterenden. Daarnaast kan het vormen van homogene groepen met een laag aanvangsniveau zorgen voor een stigma, de ‘domme’ klas. Studenten kunnen zich dan gaan gedragen naar dit label.
Studenten die bij aanvang al minder goed presteerden, hebben meer baat bij een heterogene indeling waarin ze kunnen leren van de sterkere studenten. Voor goed presterende studenten werkt een heterogene groepsindeling niet zo positief. Maar als docenten hen weten te stimuleren, bijvoorbeeld in de rol van ‘tutor’, kan het voor hen ook goed uitpakken.
Flexibele groepen: leren van elkaar
Groepen regelmatig herindelen, kan alle studenten voordelen opleveren. Ze kunnen dan steeds van rol wisselen, afhankelijk van het niveau in de groep. Verder blijken de leerresultaten en de betrokkenheid van leerlingen groter in flexibele groepen. Als docenten dit systematisch bijhouden en leerdoelen inzichtelijk maken, kunnen zij beter inspelen op de behoeftes van de studenten en daar de groepsindeling op afstemmen.
Maatwerk voor alle studenten
Maar het gaat niet alleen om de groepsindeling, zo blijkt. De beste effecten worden gehaald als de docent de instructie, het tempo en lesmateriaal aanpast aan de groep. Zwakke studenten kunnen bijvoorbeeld erg geholpen zijn bij extra instructie- en verwerkingstijd. Ook heeft elke student, ongeacht het startniveau, baat bij samenwerking met een sterke student.
Meer weten?
Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.
Of bekijk de publicatie: Differentiatie in de klas, wat werkt?
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Sandra Wagemakers en Niek van de Berg (kennismakelaars Kennisrotonde)