Bij samenwerken werken leerlingen in kleine groepjes aan een gestructureerde taak. Leerlingen kunnen dan gebruikmaken van elkaars kwaliteiten. Ze geven elkaar bijvoorbeeld uitleg en vullen elkaar aan. Leerlingen werken gezamenlijk aan een groepsopdracht of leren ieder voor zich binnen een groepje.
Het effect van samenwerken op deelaspecten van taalverwerving
Taalonderwijs is vaak opgedeeld in de vaardigheden lezen, schrijven en spreken. Op kennisniveau zijn er woordenschat en grammatica.
Er is sterk bewijs dat samenwerken de leesvaardigheid bevordert in het basisonderwijs en in het voortgezet onderwijs. De succesvolste leesprogramma’s zijn gebaseerd op samenwerkingsopdrachten. Een voorbeeld is CIRC (Cooperative Integrated Reading and Composition) waarin leerlingen dagelijks elkaar voorlezen en opdrachten maken in kleine groepjes. CORI (Concept Oriented Reading Instruction) is een ander voorbeeld, waarin leerlingen leren lezen aan de hand van gezamenlijke activiteiten en opdrachten.
Naast leesvaardigheid, zijn er aanwijzingen dat samenwerken positief bijdraagt aan woordenschat, het leren van grammatica, schrijfvaardigheid en spreekvaardigheid.
Voorwaarden en omstandigheden samenwerken
Goede interactie tussen leerlingen en didactische vormgeving zijn belangrijk voor effectief samenwerkend leren. Bovendien moet de leraar leerlingen voorbereiden op en ondersteunen in de samenwerking.
Door samenwerkend te leren kunnen groepsleden meer leren door de onderlinge interacties. Het schrijven in tweetallen biedt mogelijkheden om te discussiëren en elkaar feedback te geven. Door de samenwerking ontstaan mogelijkheden om kennis van anderen te linken aan de eigen kennis. Leerlingen worden uitgedaagd over hun eigen grenzen heen te kijken. Bij het praten over een probleem, bevorderen leerlingen hun (taal)begrip door samen betekenis te geven aan wat ze zeggen. Als er sprake is van wederzijdse afhankelijkheid, waarbij leerlingen elkaar nodig hebben om de taak te volbrengen, worden de condities gecreëerd om elkaar te helpen.
Directe en indirecte effecten op het leren van een taal
Taal draait om communiceren, dus interactie is van wezenlijk belang bij het leren van een taal. Samenwerkingsopdrachten zorgen ervoor dat leerlingen interacteren en informatie overdragen naar elkaar. Deze opdrachten zetten leerlingen er toe aan uitdrukkingen te gebruiken die ze misschien nog nooit gebruikt hebben. Ook kan het ervoor zorgen dat ze uitdrukkingen van elkaar overnemen, net zoals dat op een natuurlijke wijze gebeurt bij het leren van (spreek)taal.
Naast de directe effecten van samenwerken op het leren van een taal, zijn er ook indirecte effecten. Samenwerken kan bijdragen aan verbinding en vertrouwen, wat het leren van een nieuwe vaardigheid stimuleert. Een gemeenschappelijk doel draagt bij aan het groepsgevoel en motivatie. Deelname aan een groep en gezamenlijk werken aan een opdracht vormen bovendien een stok achter de deur. Leerlingen helpen elkaar door de wederzijdse afhankelijkheid en sociale cohesie.
Meer weten?
Lees het volledige rapport opgesteld als antwoord op deze vraag, inclusief geraadpleegde bronnen.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Tess Beking (antwoordspecialist) en Sandra Wagemakers (kennismakelaar Kennisrotonde).