Er zijn geen effectieve aanpakken bekend om mbo-studenten te leren om vragen te stellen in het onderwijs, zodanig ze dit ook in de beroepspraktijk doen. Het is wel bekend uit onderzoek dat eenvoudige nudges ervoor kunnen zorgen dat studenten die al geneigd zijn vragen te stellen, méér vragen stellen. Studenten die weinig vragen stellen profiteren vooral van een op leren gericht klimaat in de leeromgeving. Ook kun je als docent rekening houden met de moeilijkheden die studenten kunnen ondervinden in de verschillende stadia van het vraagstelproces. Het is aannemelijk dat leeromgevingen die sterk lijken op de beroepspraktijk het makkelijker maken om ook vragen te stellen op de werkplek.
Docenten in het voortgezet onderwijs kunnen leerlingen met ADHD helpen om effectieve leerstrategieën toe te passen, in alle fasen van het leerproces. Door deze leerlingen te begeleiden bij de planning, uitvoering en evaluatie van hun taken, zijn ze beter voorbereid en werken ze taakgerichter en nauwkeuriger. Ook vertonen ze minder storend gedrag. Bovendien zorgt de ondersteuning ervoor dat klasgenoten beter functioneren.
Zelfregulatie vindt plaats als leerlingen leerstrategieën inzetten om een taak voor te bereiden, uit te voeren en erop te reflecteren. Docenten in het voortgezet onderwijs kunnen zelfregulatie stimuleren door instructie te geven over leerstrategieën, leerlingen veel te laten oefenen en door feedback te geven. Bij leesbegrip spelen ook leesstrategieën een rol. Gecombineerde instructie in leer- en leesstrategieën zorgt voor beter leesbegrip in het primair onderwijs. In het voortgezet onderwijs is hier nog weinig onderzoek naar gedaan.
Leraren kunnen met verschillende interventies de executieve functies van leerlingen met ADHD of een autismespectrumstoornis (ASS) verbeteren. Een aantal van deze aanpakken laten positieve effecten zien, zoals mindfulness, lichaamsbeweging, cognitieve trainingen en digitale oefeningen. Maar die effecten zijn niet altijd blijvend. Ook is niet altijd duidelijk in hoeverre leerlingen er ook buiten de oefensetting, in het dagelijks leven, baat bij hebben.
Het is aannemelijk dat mbo-studenten zelfregulerend leren kunnen aanleren. Dat moet dan wel gebeuren in de context van het vak en via expliciete strategie-instructie. De docent legt uit, doet voor, toetst en geeft hierop feedback. Verder zijn ondersteunende en veilige leeromgevingen van belang. Zelfs als niet alle studenten volledig tot zelfregulerend leren komen, is het aan te raden om als docent aandacht te geven aan ‘leren leren’. Ook laag presterende studenten profiteren namelijk van de ondersteuning daarbij.
Portfolio-instrumenten zoals een persoonlijk ontwikkelplan of persoonlijk actieplan kunnen positieve effecten hebben op motivatie, zelfreflectie en zelfregulerend leren, maar alleen als studenten hierbij individuele begeleiding krijgen. De begeleiding moet van voldoende kwaliteit en intensiteit zijn, waarbij de student centraal staat, niet het instrument. Cruciaal is dat de begeleider de student ondersteunt in de ontwikkeling van zelfsturende vaardigheden.
Leerlinggestuurd onderwijs gaat uit van de autonomie van leerlingen. Gevoel van autonomie is een van de factoren die bijdragen aan motivatie. Dit geldt voor alle leerlingen op alle niveaus. Andersom zet motivatie leerlingen ertoe aan hun eigen leerproces te sturen. Essentieel aspect van leerlinggestuurd onderwijs is dat leerlingen actief gebruikmaken van leerstrategieën; dat is gunstig voor hun motivatie en hun leerresultaten. Om zelfsturend vermogen te ontwikkelen en te versterken hebben leerlingen wel begeleiding nodig, ook op het vwo.
Meer eigenaarschap van het eigen leerproces en/of zelfregulatie leidt bij leerlingen in het voortgezet niet automatisch tot betere leerprestaties. Dat werkt alleen indien die leerlingen de bijbehorende metacognitieve leerstrategieën aangeleerd krijgen. Leerlingen van lager opgeleide ouders beschikken gemiddeld genomen minder over deze vaardigheden. Ze hebben waarschijnlijk ook meer moeite deze vaardigheden aan te leren.
Door deelname aan een online leertraject kunnen laagopgeleide NT2-studenten betere studievaardigheden en daardoor meer zelfsturing ontwikkelen. Als docent kun je studievaardigheden stimuleren door een diversiteit aan leerstrategieën aan te bieden en daarnaast stapsgewijs de verantwoordelijkheid voor het leerproces bij de student te leggen. Ook peer support, het aanleren van open vaardigheden (zoals planning en reflectie) en inzicht hoe je het geleerde in de praktijk toepast, kan zelfsturing bevorderen.
Reflectie op het eigen leerproces is zinvol voor basisschoolleerlingen, al vanaf de onderbouw. Leerkrachten kunnen hiervoor instrumenten als rubrics en portfolio’s gebruiken. Daarnaast zijn er leergangen, methodieken en tools voor leerlingen. Voorbeelden van programma’s die bedoeld zijn om reflectie te stimuleren zijn Tools of the Mind (onderbouw), reflectieschrijfopdrachten (middenbouw) en Denken om te leren (bovenbouw). Nog niet al deze methoden zijn goed onderzocht op effectiviteit.