Zelfregulatie betekent dat leerlingen zelf de uitvoering van een taak bewaken en hun leerproces sturen. Het gaat onder andere om plannen, monitoren en evalueren, informatie onthouden en koppelen aan voorkennis, en een taak waarderen.
Expliciete instructie stimuleert leer- en leesstrategieën
Naar zelfregulatie bij specifiek begrijpend lezen in het voortgezet onderwijs is nog weinig onderzoek gedaan. Wel weten we dat leerstrategieën bijdragen aan betere schoolprestaties. Bij begrijpend lezen zijn ze essentieel. Zo moeten leerlingen een leestaak plannen, nieuwe informatie koppelen aan voorkennis en een tekst beoordelen. Voor leesbegrip moeten leerlingen ook leesstrategieën inzetten, zoals voorkennis activeren, de hoofdgedachte bepalen en samenvatten. Leer-en leesstrategieën hangen nauw met elkaar samen.
Docenten kunnen leer- en leesstrategieën stimuleren met expliciete instructie. Bijvoorbeeld door deze voor te doen (modelen). En door uit te leggen wanneer je welke leer- of leesstrategie inzet en met welk doel. Leerlingen moeten daarnaast de kans krijgen om te oefenen. Leerstrategieën leer je het beste aan door deze te koppelen aan het specifieke vak of lesdoel. Bijvoorbeeld door leerlingen bepaalde strategieën te laten gebruiken en ze vervolgens gericht te bevragen waarom en hoe zij de strategie hebben ingezet.
Bij begrijpend lezen kan de docent samen met leerlingen reflecteren op het lezen. Zo leren kinderen wat effectieve strategieën zijn. Feedback is daarbij essentieel, bijvoorbeeld door te benoemen wat goed ging bij de strategieën en wat nog niet.
In het primair onderwijs blijkt gecombineerde instructie van leer- en leesstrategieën effectief voor leesbegrip. In het voortgezet onderwijs is daar nog weinig onderzoek naar gedaan.
Aansluiten bij verschillen tussen leerlingen
Houd bij strategie-instructie rekening met het niveau van de leerling. Vmbo-leerlingen blijken minder geneigd om bepaalde leerstrategieën in te zetten dan havo/vwo-leerlingen. Bij zelfregulerend leren hebben vmbo’ers daarom meer ondersteuning nodig bij bijvoorbeeld afstemmen en plannen, bijsturen, controleren en evalueren.
Pas de instructie bij begrijpend lezen aan op het leesniveau. Zwakke lezers lijken namelijk minder vaak strategieën in te zetten om hun leesbegrip te monitoren of informatie te koppelen aan voorkennis. Voor zwakke lezers is het bovendien lastiger om hun eigen vaardigheid te beoordelen. Zij hebben meer instructie en oefening nodig om hun leerproces te monitoren.
Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Joyce Gubbels (antwoordspecialist) en Martine Gijsel (kennismakelaar Kennisrotonde).