Kenmerken als steun, aanmoediging, duidelijke communicatie en waardering door schoolleiders hangen positief samen met het behoud van leraren. Leraren die de schoolleider competent, betrokken en betrouwbaar vinden, geven vaker aan dat ze op de school willen blijven werken. Maar dat is geen garantie dat dat ook echt gebeurt – andere factoren spelen waarschijnlijk een grotere rol. Wel blijkt dat (zeer) sterke onvrede over de schoolleider vaak een voorbode is van vertrek van leraren.
Er is vrijwel geen onderzoek bekend naar de voor- en nadelen voor ouders, leerlingen en professionals als twee scholen in hetzelfde gebouw terechtkomen. Of en in welke mate een samenwerking tussen de scholen tot stand komt, hangt af van de schoolidentiteit, schoolgrootte en de wensen van ouders. Ouders hebben er vaak moeite mee als scholen gaan samenwerken. Daarnaast kunnen praktische problemen opspelen, bijvoorbeeld bij de gezamenlijke financiering van middelen en personeel.
Als de lesdag later start, zijn studenten doorgaans fitter op school. Vooral studenten met een biologische voorkeur voor de avond profiteren hiervan. Wat het effect is op de leerprestaties is niet eenduidig, maar negatieve effecten zijn niet gevonden. Lessen kort na het middaguur en lange lesdagen zijn wat betreft fitheid én leerprestaties ongunstig voor alle studenten. Met name minder goed presterende studenten hebben meer last van een ongunstig rooster dan beter presterende studenten.
Schoolleiders kunnen op verschillende manieren stimuleren dat leraren onderzoekend werken. Door het belang ervan expliciet te onderstrepen, leraren te stimuleren om onderzoeksliteratuur te gebruiken, en te zorgen voor voldoende tijd en begeleiding. Hoeveel effect de verschillende interventies hebben is nog niet goed onderzocht.
Complementaire co-teaching kan bijdragen aan de professionele ontwikkeling van leraren. Hun didactische vaardigheden verbeteren. Ze kunnen beter problemen oplossen, ze gaan sterkere samenwerkingsrelaties aan en zien nieuwe perspectieven. Het is wel belangrijk dat de relatie tussen beide co-teachers gelijkwaardig is, vooral wanneer leraren in het regulier en speciaal onderwijs co-teachen. Om zich goed voor te bereiden op de verschillende rollen binnen co-teaching, helpt het als leraren hiermee oefenen, bijvoorbeeld tijdens de opleiding.
Het vertrek van leerkrachten en nieuwe leerkrachten aannemen op een basisschool heeft een negatief effect op de leerprestaties voor taal en rekenen. Dat heeft waarschijnlijk vooral te maken met de tijdelijke verstoring die personeelswisselingen met zich meebrengen. Nieuwe leerkrachten moeten zich inwerken in een bestaand team en een bestaande organisatie. Ook in het voortgezet onderwijs blijkt dat het verloop onder leraren de leerprestaties van leerlingen nadelig kan beïnvloeden.
Hoe ouder basisschoolleerlingen zijn, hoe beter ze in staat zijn individueel geconcentreerd te werken. Er is echter geen onderbouwde vuistregel om hoeveel minuten dat bij verschillende leeftijden zou moeten zijn. Behalve leeftijd zijn ook andere factoren van invloed op hoe lang basisschoolleerlingen van verschillende leeftijden individueel geconcentreerd kunnen werken. Het gaat onder meer om de moeilijkheidsgraad van de taak, op welke manier de leerling omgaat met afleiding en het gevoel van welbevinden in de klas.
Door recente aanscherpingen van de regelgeving rondom de vrijwillige ouderbijdrage heeft een deel van de basisscholen het aanbod aan extra-curriculaire activiteiten afgeslankt. Dit kan er op wijzen dat scholen bezuinigen op vieringen en uitstapjes voor leerlingen als ze de vrijwillige ouderbijdrage afschaffen.
Voor succesvolle digitale communicatie tussen leerkrachten en ouders is het belangrijk om na te gaan of ouders voldoende digitaal vaardig zijn. Communicatievoorkeuren afstemmen en nagaan wanneer een- of tweerichtingsverkeer in de communicatie nodig is, speelt ook mee. Wat werkdruk betreft is het raadzaam om tijd voor digitale communicatie goed af te bakenen. Verder zijn effecten van digitale communicatie in het onderwijs niet goed duidelijk, ze zijn namelijk nog onvoldoende empirisch onderzocht.
Professionalisering is belangrijk voor de kwaliteit van het werk en voor het werkgeluk van leraren. Of specifiek nieuwe taken of een financiële beloning na een professionaliseringstraject bijdragen aan werkgeluk is niet onderzocht. Meer in het algemeen is wel duidelijk dat het de moeite loont om te investeren in het werkgeluk van werknemers.