Hoeveel minuten moeten basisschoolleerlingen individueel geconcentreerd kunnen werken?

Hoe ouder basisschoolleerlingen zijn, hoe beter ze in staat zijn individueel geconcentreerd te werken. Er is echter geen onderbouwde vuistregel om hoeveel minuten dat bij verschillende leeftijden zou moeten zijn. Behalve leeftijd zijn ook andere factoren van invloed op hoe lang basisschoolleerlingen van verschillende leeftijden individueel geconcentreerd kunnen werken. Het gaat onder meer om de moeilijkheidsgraad van de taak, op welke manier de leerling omgaat met afleiding en het gevoel van welbevinden in de klas.

Gepubliceerd:

© Wavebreakmedia / Shutterstock geconcentreerd werken

Leerlingen die zelfstandig en individueel aan een taak werken, zijn gefocust op die taak met het doel deze succesvol te volbrengen. Dat doen ze idealiter geconcentreerd, waarbij de concentratie fluctueert in duur en intensiteit van aandachtspanne.

Leeftijd speelt een rol bij het concentratievermogen

Naarmate basisschoolleerlingen ouder zijn, zijn ze beter in staat individueel geconcentreerd te werken. Er is echter geen onderzoek bekend waaruit een vuistregel valt op te maken; hooguit richtlijnen. Zo zou een 6-jarige zich tien minuten moeten kunnen concentreren, een 10-jarige twintig minuten en een 12-jarige een half uur.

De grootste ontwikkeling lijkt plaats te vinden tot de leeftijd van 10 jaar. Leerlingen ouder dan 10 jaar maken nog wel enige ontwikkeling door naar een iets langere tijd van zelfstandig geconcentreerd werken. Dat heeft te maken met het verloop van de ontwikkeling van hun brein. Allerlei complexe processen in de hersenen bepalen hoe een kind informatie verwerkt en hoe goed het zich kan concentreren. Naarmate leerlingen ouder worden, versterken verbindingen tussen de hersendelen. Die verbindingen dragen bij aan het concentratievermogen.

Andere factoren die concentratie in de klas beïnvloeden

De moeilijkheidsgraad van een taak heeft invloed op de concentratie die leerlingen kunnen  opbrengen. Taken die ze te moeilijk of te makkelijk vinden, vergen een sterker concentratievermogen. Het vermogen van een leerling om na een moment van afleiding weer terug te keren in de concentratiemodus is eveneens een factor van betekenis. De interesse die een leerling heeft voor de taak speelt hierin een rol. Afleiding en leeftijd blijken samen te hangen. De moeite om na afleiding weer terug te komen in de concentratiemodus speelt vooral bij leerlingen tot 6 jaar.

Een derde factor die van belang is bij geconcentreerd werken, is het gevoel van welbevinden in de klas. Wanneer leerlingen zich emotioneel stabiel voelen en hun plek in de klas hebben gevonden, kunnen zij langer geconcentreerd werken dan leerlingen die minder goed in hun vel zitten.

Luchtkwaliteit en geluid beïnvloeden concentratievermogen

Daarnaast zijn omgevingsfactoren als frisse lucht en geluid van invloed op de mate en duur waarin leerlingen geconcentreerd kunnen werken. De aanwezigheid van planten in een klaslokaal kan al helpen. Planten halen verontreinigende stoffen uit de lucht en zorgen voor frisse lucht. Het effect van geluid klinkt logisch: hoe minder omgevingsgeluid er is, hoe beter het concentratievermogen van leerlingen.

Dit antwoord is tot stand gekomen met dank aan Judith Amels (kennismakelaar Kennisrotonde).


Ga je het antwoord gebruiken in het onderwijs?
Wat vind je van de leesbaarheid van het antwoord?

Privacyverklaring

Wij gaan zorgvuldig om met persoonsgegevens. Lees hierover meer in onze privacyverklaring.

Gerelateerde vragen

    Leerlingen zijn minder geconcentreerd tijdens het lezen van papieren boeken naarmate zij (thuis) meer tijd besteden aan devices. Ook blijkt dat meer schermtijd (thuis) samenhangt met minder concentratie. Educatieve games spelen aan het begin van de schooldag kan juist zorgen voor meer concentratie tijdens de rest van de dag. Er zijn echter weinig studies die direct onderzoeken of basisschoolleerlingen door gewenning aan feedback en beloning bij digitaal werken minder geconcentreerd en doelgericht zijn bij schriftelijk werken in de klas.

    Lees meer

    De relatie tussen mediagebruik door kinderen thuis en executieve functies is niet eenduidig, maar er zijn wel aanwijzingen dat veelvuldig en vroegtijdig mediagebruik ten koste gaat van aandacht en concentratie. Het grootste probleem lijkt het niet-interactieve karakter van veel mediagebruik. Dat is ongunstig voor de hersenontwikkeling en daarmee voor de ontwikkeling van executieve functies. Interactief gebruik van digitale media kan deze negatieve gevolgen tegengaan.

    Lees meer

    Het is niet bekend of luisteren naar muziek invloed heeft op concentratie en motivatie van leerlingen in het primair onderwijs. Er is wel onderzoek gedaan naar het effect van muziek luisteren op cognitieve taken. Achtergrondmuziek blijkt geen, tot een klein negatief effect te hebben op het uitvoeren van cognitieve taken zoals geheugentesten en begrijpend lezen. Er zijn echter ook onderzoeken, bijvoorbeeld onder studenten, die wel positieve effecten vinden.

    Lees meer